Recensie

Dit is de zoveelste ‘nep-suv’

vindt de Mitsubishi Eclipse Cross de zoveelste ‘nep-suv’: beperkte ruimte, rampzalig uitzicht

De Mitsubishi Cross Eclipse bij Fakkert in Zaandam. Foto Merlijn Doomernik

Mijn pleidooi voor een verbod op autonamen met het gruwelijke appendix ‘cross’ houd ik in reserve. Of liever: ik moet de aanvliegroute naar mijn stokpaardje een omweg laten maken. Eerst dit. De Mitsubishi Eclipse Cross heeft een dubbele achterruit, horizontaal in een boven- en een onderkant gesplitst door een groteske lichtbalk annex spoiler. De balk is een knikpunt. De onderste ruit staat rechtop, de bovenste loopt schuin als een Velux-dakraam.

Die balk zagen we vaker. Onze lieve Audi A2 had hem, een oud model Mazda 323, de C4 Coupé van Citroën. Mitsubishi heeft het idee vermoedelijk van de voorlaatste Honda Civic afgekeken. Ik zag er nooit het nut van in. Het gaat ten koste van het uitzicht dat volgens Mitsubishi, komisch, juist van de constructie profiteert. Op zo’n achterruitconstructie past bovendien geen ruitwisser, waardoor beide glasoppervlakken in de winter snel vuil worden.

Terug naar dat ‘cross’. Een verband tussen de beglazing en het heilloze crossover-idee achter de auto is waarschijnlijk. Mitsubishi, geen designmerk, moet hebben besloten met de Eclipse Cross aan te knopen bij het modegenre van de suv-coupé. Voor het sportieve werd het dak verlaagd en de achterruit drastisch gekanteld. Anderzijds wilde men niet de laadruimte verliezen die een aflopende daklijn met zich meebrengt. Men moest dus wel de staande achterkant ophogen, waardoor tussen de spoilerrand en de verlaagde daklijst weinig zichtruimte overbleef. Dat loste Mitsubishi op door een deel van de achterklep te verglazen.

Overigens heeft de Mitsubishi-balk een zo goed als zeker onbedoelde nevenfunctie. ’s Nachts blokkeert hij de priemende koplampen van achteropkomend verkeer als het balkje over het gezicht van een verdachte. Het weldadige antiverblindingseffect verzoent met de enorme dode hoek die als een muur tussen het oog en de omgeving schuift.

Het resultaat bracht lichte verlegenheid teweeg, totdat een jonge Mitsubishi-kracht op het lumineuze idee kwam de noodgreep aan de man te brengen als ‘uitdagend design’. „Zijn fraaie wigvorm en scherpe lijnenspel vol dynamiek laten bij iedereen een krachtige indruk achter”, schrijft de Nederlandse importeur zo hoopvol mogelijk. Dat zal de comateuze zestigplussers die hem voor de hoge instap kopen deugd doen. Ze zijn helemaal bij.

Radeloosheid of design?

Ik lach om de bezorgde collega die zijn twijfels uitspreekt over het unique selling point van de Eclipse. Hij rijdt niet slecht, piekert hij, maar waarin blinkt hij uit? Daar ligt een groot misverstand. Hij is niet bedoeld om uniek te zijn. Als de Mitsubishi-bazen hem die eigenschap toedichten zijn ze net zo stekeblind als hun ontwerpers. Hij is de zoveelste betaalbare surrogaat-suv voor de oudere particulier die radeloosheid en design niet uit elkaar kan houden. Hij kan ze allemaal gerust kopen. Wie een Eclipse wenst, neme de Mitsubishi. Bij Honda koop je de HRV, bij Mazda de MX3, bij Nissan de Qashqai. Het is om het even. Al die auto’s zijn goed genoeg, zij het nooit toppers. Dat kan niet voor die prijs. Maar niemand zit in deze markt verlegen om perfectie.

Voor de eigenzinnigheden die Mitsubishi zich dan weer wel veroorlooft is stompzinnigheid een beter woord. Het infotainmentsysteem kan met bluetooth wel draadloos aan je smartphone worden gekoppeld, maar een ingebouwd navigatiesysteem ontbreekt. Geen nood, dan projecteer je je navigatie-app via de Smartphone Link op het beeldscherm van de auto. Dat moet dan wel een iPhone zijn, want het systeem is niet compatible met mijn Samsung, en aansluiten kan alleen met zo’n klunzig USB-kabeltje. Hoe kun je zo stom zijn?

Goedmakertje is de over een lengte van 20 centimeter verstelbare achterbank, die ten koste van de laadcapaciteit de beenruimte vergroot. In de achterste stand blijft er dan 341 liter bagageruimte over, minder dan een Golf. De bewegingsvrijheid achterin is dan nog steeds niet meer dan redelijk. Voilà wat het crossoverideaal de mensheid heeft gebracht; beperkte ruimte en rampzalig uitzicht. Bedenk iets zinnigers, Japanse vrienden. Maar rijden doet hij inderdaad prima.

Voor wie hem niet kan laten staan; geef zo min mogelijk aan hem uit. Neem het voorwielaangedreven basismodel met handbak en dezelfde motor als mijn vierwielaangedreven testauto. Hij is lichter en zuiniger, en hij rijdt ongetwijfeld prettiger dan met de astmatische cvt-automaat. Veel plezier met je nep-suv.