Een ‘aardverschuiving’ beloofde D66 in Amsterdam. Kwam die er ook?

Onderwijs

Vier jaar geleden was de boodschap van toenmalig D66-leider Jan Paternotte in Amsterdam glashelder: de macht van de PvdA in de stad moest gebroken worden, en met name op het gebied van onderwijs zou er veel veranderen. Wat is er van die ambities terechtgekomen?

Leerlingen van basisscholen De Avonturijn (De Pijp) en St Catharina- School (Rivierenbuurt) dragen in het voorjaar van 2015 T-shirts met de tekst ‘Is dit wit genoeg voor u?’. De scholen kampten met teruglopende leerlingenaantallen, waardoor sluiting op termijn dreigde. Foto Remko de Waal/ANP

De macht van de PvdA moest gebroken worden. Met die boodschap presenteerde toenmalig D66-leider Jan Paternotte zich vier jaar geleden als grote uitdager voor de partij die decennialang onderdeel was van het Amsterdamse stadsbestuur. Hij richtte zich met name op het onderwijs. Het was hoog tijd dat de gemeente zich minder ging bemoeien met het werk van docenten. Het onderwijs moest teruggegeven worden aan de docenten zelf.

Die boodschap sloeg aan, ook bij veel schoolbesturen en docenten. Onder PvdA-wethouder Lodewijk Asscher en later Pieter Hilhorst was van 2008 tot 2014 het aantal zwakke scholen in Amsterdam drastisch gedaald, van 40 naar 4. Dat gebeurde via de Kwaliteitsaanpak Basisscholen Amsterdam (KBA), waarbij de gemeente experts naar scholen stuurde om zwakke scholen aan te pakken. Die strenge aanpak van slechte basisscholen had succes, maar sommige leraren vonden de gemeente ook bemoeizuchtig. D66 speelde daar handig op in – de gemeente had zijn werk gedaan, maar nu was het tijd om de achterbank van de scholen te verlaten.

Een electoraal goede strategie - mede door de grote instroom van jonge, hoog opgeleide ouders met kleine kinderen. Jan Paternotte versloeg met D66 de zwaar onder vuur liggende PvdA-lijsttrekker Pieter Hilhorst. Hilhorst vertrok uit de politiek, Paternotte formeerde een college met VVD en SP. Op onderwijs schoof hij de jonge, relatief onervaren Simone Kukenheim naar voren als wethouder. D66 beloofde „een aardverschuiving” in het onderwijs.

Een eerste stap daarbij was het stopzetten van de KBA. De gemeente wilde weg van de „afrekencultuur” (Kukenheim in Het Parool, 2014). Daarnaast beloofde D66 fors te investeren in het onderwijs en stelde het college talentontwikkeling bij scholen en docenten centraal. Het motto werd: vertrouwen waar het kan, controle waar het moet.

Nu, vier jaar later en net voor de gemeenteraadsverkiezingen van 21 maart, is het tijd een eerste balans op te maken. Wat is er van de ambities terechtgekomen? En is het onderwijs in Amsterdam daarmee echt verbeterd?

Kwaliteit niet achteruitgegaan

„Ik ben ontzettend trots op wat er allemaal gebeurd is”, zegt wethouder Kukenheim. Tussen 2013 en 2018 zijn de directe en indirecte investeringen in het onderwijs gestegen van 155 miljoen euro naar 241 miljoen euro per jaar. Daar zijn, vindt Kukenheim, goede dingen mee gedaan.

Er is veel geld naar scholen en leraren gegaan, naar scholen in aandachtswijken, en naar peutervoorzieningen. Er is een MBO-agenda ontwikkeld, zodat het bedrijfsleven en MBO-opleidingen beter samenwerken. De agenda wordt een voorbeeld genoemd voor de rest van het land door de landelijke MBO-raad. Op alle scholen zijn vakleerkrachten en conciërges toegevoegd om de werkdruk te verminderen. En er kwam naast een scholenbeurs ook een lerarenbeurs, waarmee elke docent aanspraak kan maken op 2.000 euro om aan zijn eigen ontwikkeling te werken.

De Onderwijsinspectie ziet de kwaliteit van het onderwijs bovendien niet achteruitgaan: Amsterdam telt nog steeds maar een handvol zwakke scholen.

Er is ook een andere kant. In de gemeenteraad kreeg Kukenheim al na een jaar een motie van wantrouwen aan haar broek nadat ze een onderwijsrapport dat positief was over het KBA-beleid van haar PvdA-voorgangers niet naar de raad had gestuurd, maar alleen naar haar eigen D66-fractievoorzitter Jan Paternotte. De voltallige oppositie steunde de motie, maar ze werd gered door coalitiepartijen VVD en SP.

Begin dit jaar moest Kukenheim weer excuses maken. Ze erkende „niet genoeg te hebben doorgevraagd” toen bleek dat OSVO (de vereniging voor middelbare schoolbesturen) onder druk van ouders een aantal leerlingen die in het recent vernieuwde lotingssysteem voor middelbare scholen uitgeloot waren alsnog op hun voorkeursschool waren geplaatst. Tot grote kritiek van andere ouders, waarvan de kinderen niet op hun voorkeursschool terecht kwamen.

Naast kritiek op het politieke handelen van Kukenheim klinken er ook kritische noten over de keuzes van het college. Investeren in onderwijs is één ding, de vraag is wáár je in investeert, vindt directeur Saskia Grotenhuis van de Open Schoolgemeenschap Bijlmer. „De leraren- en scholenbeurs is een fijne waardering, maar ik mis de focus op en aanpak van de echt grote problemen die Amsterdam ook heeft.”

Segregatie

Daarmee doelt Grotenhuis onder meer op de segregatie en kansenongelijkheid in Amsterdam. Uit onderzoek van Onderzoek, Informatie en Statistiek uit 2017 bleek dat 4 op de 10 basisschoolleerlingen op een school zitten die geen afspiegeling is van de Amsterdamse bevolking. Op middelbare scholen is de segregatie ook te zien, met overwegend witte categorale vwo’s en gymnasia en zwarte vmbo-scholen. Grotenhuis is teleurgesteld dat de „brede schoolbonus” – een bonus voor scholen die meerdere onderwijstypes aanbieden en daarmee de vroegtijdige selectie uitstellen – maar niet van de grond komt.

„Segregatie is inderdaad een feit”, zegt Diane Middelkoop. „Maar dat los je niet zomaar even op.” Middelkoop is voorzitter van het Breed Bestuurlijk Overleg (BBO), de vereniging van basisschoolbesturen. Ze is positief over het werk van de gemeente, die volgens haar vanaf dag één de samenwerking heeft opgezocht en op alle terreinen geld heeft vrijgemaakt. „Er is geld gekomen voor achterstandsscholen, taalinterventies, burgerschapsonderwijs, peutervoorzieningen en veel meer.” Daarmee zijn op alle terreinen, maar óók op het gebied van segregatie tegengaan, stappen gezet.”

Ja, er is flink geïnvesteerd, maar daarbij ging het vaak om wie het eerst komt, wie het eerst maalt

PvdA-lijsttrekker Marjolein Moorman, die zag hoe de PvdA het onderwijsstokje aan D66 moest overgeven, vindt dat veel te weinig. Ze vindt dat het college een fundamentele denkfout heeft gemaakt, waarmee de ongelijkheid is vergroot. „Ja, er is flink geïnvesteerd, maar daarbij ging het vaak om wie het eerst komt, wie het eerst maalt. Elke school kon evenveel aanspraak maken op bijvoorbeeld een lerarenbeurs. Terwijl je juist nu het meest moet investeren in de scholen waar het het slechtst gaat.”

Al het geld dat in de lerarenbeurs is gestopt, vindt Moorman, kon namelijk ook aan andere zaken worden uitgegeven. Ze constateert hoe met „heel veel moeite” het college in de zomer van 2016 een ton extra per jaar per school vrijmaakte voor 12 scholen in achterstandswijken, met nog 15 scholen daarbij in 2017. Het ging om zogenaamde „focusscholen” met kinderen die kampen met taalachterstand, vaak in armoede leven en daardoor minder kansen krijgen. In totaal worden nu 43 scholen extra ondersteund. „Maar de investeringen zijn te laag”, zegt Moorman. Extra frustrerend vindt zij dat, „omdat er wel gigantisch is geïnvesteerd in internationaal onderwijs.”

Genoeg goede docenten

„Uiteindelijk begint de oplossing voor elk probleem”, zegt basisschoolleerkracht Thijs Roovers, „bij genoeg goede docenten.” Daarmee benoemt hij het andere grote probleem in het Amsterdamse onderwijs. Te weinig leerkrachten. En te hoge werkdruk. Dit jaar alleen al zijn er in Amsterdam meer dan 100 vacatures in het basisonderwijs, en naar verwachting loopt dat op tot 475 in 2023. Door de groei van de stad zullen er alleen maar meer scholen bijkomen.

Roovers is naast leerkracht ook woordvoerder van de actiegroep PO in Actie, en afgelopen woensdag legde hij met duizenden anderen het werk neer om daar aandacht voor te vragen. Het lerarentekort is een landelijk probleem, maar bij uitstek óók een Amsterdams probleem. „Want waarom zou je in Amsterdam gaan werken als je geen woning kunt vinden en je in Appelscha of Purmerend makkelijk aan de bak komt, op vaak makkelijkere scholen?”

„Ten eerste”, betoogt Kukenheim, „omdat Amsterdam met alle culturen en diversiteit een mega-interessante stad is om in les te geven.” Het lerarentekort baart haar ook zorgen. In 2016 kwam de gemeente daarom met een actieplan Lerarentekort. „We hebben gezorgd voor meer parkeervergunningen voor docenten en een aanvullende reiskostenvergoeding. We hebben het makkelijker gemaakt om zij-instromers aan te nemen. En er zijn om te beginnen 100 starterswoningen beschikbaar gesteld voor docenten.”

Te laat, vindt Roovers. Hij is tevreden over de maatregelen van het afgelopen jaar, maar wijst er ook op dat het CPB al jarenlang wijst op het lerarentekort. En die 100 starterswoningen? „Mooi, maar het echte probleem ligt bij de groep tussen de 30 en de 40 die een starterswoning verlaten omdat ze een gezin gaan vormen. Dan is er niks te vinden.” Kukenheim: „Daarvoor zijn we in gesprek met corporaties, maar die woningen zijn niet zomaar even geregeld. Dat neemt niet weg dat we vonden dat we nu al iets moesten doen. Vandaar die starterswoningen.”

„We zijn nog lang niet klaar”, zegt Kukenheim, „Maar het belangrijkste is dat D66 vertrouwt op de professionaliteit van leraren en het scholenteam en niet van bovenaf oplegt hoe zij moeten werken. Leraren weten als geen ander wat er moet gebeuren om kinderen goed les te kunnen geven. En je ziet dat als mensen, bijvoorbeeld door een beurs, in zichzelf kunnen investeren, dat ze die kennis delen met andere docenten. Door de hele stad is een beweging gekomen van docenten en scholen die zichzelf en elkaar versterken.”

Van de scholenbeurs maakte middelbare schooldirecteur Saskia Grotenhuis een opera in de Westergasfabriek met haar vmbo- en havo-leerlingen. De professionaliseringsslag die individuele docenten met de lerarenbeurs kunnen maken juicht basisschoolleerkracht Thijs Roovers toe. Voorzitter van het Breed Bestuurlijk Overleg Diane Middelkoop roemt het feit dat het college vanaf dag 1 met schoolbesturen om tafel is gegaan om te bespreken waar onderwijsgeld goed besteed kan worden.

Maar om nou echt op de trom te slaan? Voor Roovers en Grotenhuis overschaduwt de aanwezige segregatie en het nijpende lerarentekort het sympathieke gebaar van de lerarenbeurs. De maatregelen om achterstanden tegen te gaan, ziet Roovers nog niet terug in de klas.

En dat is misschien wel de voorlopige conclusie na vier jaar D66 op het onderwijs. Het vertrouwen in docenten is mooi, en wordt breed gevoeld. Maar daarmee zijn de structurele problemen in de stad (nog) niet opgelost. De beloofde aardverschuiving blijft vooralsnog uit.