Directieassistenten zien bazen vaak de fout in gaan met onethisch gedrag

Directieassistenten van grote bedrijven en organisaties zijn vaak getuige van wangedrag in de top. Maar ze durven daar meestal niets van te zeggen, onder meer uit angst voor vergelding.

Dat blijkt uit onderzoek van hoogleraren corporate governance Kees Cools (Tilburg) en Erik van de Loo (Insead) in samenwerking met Birgit de Lange en Ingrid de Jong-Kraal. De Lange en De Jong-Kraal werkten jarenlang als directieassistent in het bedrijfsleven en bij de overheid. Ze hebben onlangs de website Dilemma-Assist opgezet voor directieassistenten die worstelen met integriteitsdilemma’s.

Die dilemma’s komen veel voor, is de conclusie uit de enquête – de eerste in zijn soort – onder 204 directieassistenten uit 25 Europese landen, waaronder Nederland. Bijna de helft (48 procent) gaf aan in de voorbije 12 maanden getuige te zijn geweest van wangedrag (misconduct). In grofweg een derde van de gevallen ging het om ‘misbruik, mismanagement of verspilling van bedrijfseigendommen’. Dat varieert van exorbitante hotelrekeningen tot onnodige investeringen. Ook negeren van belangenconflicten kwam relatief veel voor (14 procent). Gevraagd naar de belangrijkste oorzaken van wangedrag in de top noemen de meeste directieassistenten de prestatiedruk die samenhangt met de noodzaak om targets te halen.

Slechts een derde van de respondenten zegt iets over onethisch gedrag van hun baas, aldus het onderzoek.

Wangedrag aan de top pagina E3