De oude havenstad is dood. Leve creatief Rotterdam

Na de verkiezingen: arbeidsmarkt en economie Het aantal werklozen daalt. Maar het nieuwe college staat voor een uitdaging. Hoe zorgen we dat alle Rotterdammers overleven in een nieuwe economie?

Het grootste mobiele reuzenrad van Europa The View naast de Markthal in Rotterdam. Robin Utrecht / ANP

Rotterdam is nog altijd „de bijstandhoofdstad van Nederland”. Wethouder Maarten Struijvenberg (werkgelegenheid en economie, Leefbaar Rotterdam) zei het vorige maand maar weer eens bij de presentatie van de nieuwe Economische Verkenning Rotterdam (EVR).

Het aantal werklozen in Rotterdam daalde vorig jaar met eenderde naar 20.000 mensen (6,5 procent van de beroepsbevolking). Maar relatief heeft de stad de meeste mensen in de bijstand, zei Struijvenberg. „1 op de 7 euro’s die de gemeente uitgeeft gaat naar het betalen van een bijstandsuitkering.”

Dat is goed en sociaal, voegde hij er snel aan toe. „Maar als die mensen een baan kunnen vinden, geluk kunnen vinden, gezond kunnen worden en een sociaal netwerk kunnen opbouwen, dan zijn we uiteindelijk als stad natuurlijk veel beter af.”

Het komende stadsbestuur heeft de economie in ieder geval mee. In 2013 telde de regio Rijnmond nog 63.000 werklozen, ofwel 10 procent van de beroepsbevolking. De verwachting voor dit jaar is bijna de helft: 37.000 werklozen.

Binnen de regio Rijnmond is het aantal banen in Rotterdam vorig jaar het meest gegroeid (9.200 banen). De grootste (procentuele) banengroei zit in de sectoren ICT, cultuur en recreatie, bouw, horeca en in specialistische zakelijke diensten zoals adviseurs, juristen en architecten.

Bijstandshoofdstad

Maar als je iets beter kijkt, is het beeld minder mooi en staat het nieuwe college voor een uitdaging.

De ‘bijstandhoofdstad’ bungelt nog altijd onder aan de arbeidsmarktlijstjes. Rotterdam telt procentueel meer werklozen en minder banen en minder startende ondernemers (per 1.000 inwoners) dan bijvoorbeeld de andere grote steden Amsterdam, Den Haag en Utrecht. De werkloosheid onder laagopgeleiden in Rotterdam (14 procent!) ligt 4 procentpunt hoger dan in Nederland als geheel.

„Op zich gaat het goed met de stad en de regio, maar er zijn groepen die achterblijven en waarvan het de vraag is of ze wel mee kúnnen”, zegt Frank van Oort, hoogleraar stedelijke en regionale economie aan de Erasmus Universiteit.

De banengroei is bovendien sterk geconcentreerd en zit vooral in het centrum van Rotterdam (kennis en zorg) , Feijenoord en de Kop van Zuid (overheid en groothandel) en Kralingen-Crooswijk (bouw en overheid). „Je ziet duidelijk een stad van twee snelheden”, zegt Edith Jacobs, beleidscoördinator economie en arbeidsmarkt van de gemeente. „Het ‘wonen en werken’ trekt aan in en rond het centrum, maar grote delen van Rotterdam-Zuid en bijvoorbeeld Prins-Alexander zie je daar minder snel van profiteren.”

Je ziet duidelijk een stad van twee snelheden

De oude motor van Rotterdam komt ook maar langzaam op gang. De industrie, handel, vervoer en opslag in de regio Rijnmond vertegenwoordigen in euro’s nog altijd eenderde van de regionale economie. Maar deze bedrijfstak, afhankelijk van de wereldhandel, groeide de afgelopen jaren gemiddeld maar 0,4 procent per jaar. Bij consumenten- en producentendiensten, die juist leunen op binnenlandse bestedingen, is het beeld precies andersom. Ze vormen ieder maar een klein deel van de regionale economie, maar zijn voorgaande jaren respectievelijk 3,4 en 3,6 procent gegroeid. Hier moet het economisch herstel van de regio vandaan komen.

Nieuwe economie

De overheid kan geen banen scheppen, dat kan alleen de economie, zeggen economen. Politici en beleidsmakers kunnen wel aan bepaalde ‘knoppen draaien’ om de economie en arbeidsmarkt te verbeteren.

Ten eerste moet Rotterdam nog meer aansluiting vinden bij de ‘nieuwe economie’, zegt Van Oort. De regio is van oudsher sterk in handel, logistiek en maritieme industrie – die ook groeien. Maar er zit véél werkgelegenheid in digitalisering en de energietransitie, van het verduurzamen van de haven tot huurwoningen.

De gemeente wil andere sectoren stimuleren, met name medische wetenschappen, voedselproductie, de maritieme sector en schone technologie. Het aantrekken van dit soort nieuwe bedrijven is flink lobbyen, zei directeur Jeroen Kuypers van Rotterdam Partners bij de presentatie van de EVR. „Het heeft me verbaasd hoe lang zo’n traject duurt, hoe lang je met zo’n bedrijf in gesprek moet zijn en hoe lang het duurt om ze over de streep te trekken.”

Wethouder Struijvenberg vertelde bijvoorbeeld hoe hij naar Enerkem in Canada is gevlogen, een bedrijf dat afval omzet in biobrandstoffen en chemische producten. „Ken jij het? Ik kende het niet.” Vorige maand maakte de gemeente bekend dat Enerkem met andere bedrijven van plan is zo’n groene afvalfabriek in Rotterdam te vestigen.

De aansluiting op de nieuwe economie gaat alleen niet snel genoeg, vindt hoogleraar Van Oort. „Grote spelers, zoals Shell, moeten nog meer investeren in innovatie. Zulke bedrijven kunnen schaalvoordelen, en meer werkgelegenheid en productiviteit creëren. Maar af en toe denk ik dat het daaraan schort in de Rotterdamse regio. Grote bedrijven gaan nog steeds uit van het oude model waar ze nog steeds winst maken.”

Beter onderwijs

Beter onderwijs is een voor de hand liggende prioriteit voor een nieuw stadsbestuur. Er zijn te veel jonge schoolverlaters die geen startkwalificatie halen. En zowel werkzoekenden als werkenden moeten zich tegenwoordig blijven bijscholen.

„Er zijn eigenlijk genoeg banen voor de laagopgeleiden die hier wonen”, zegt beleidscoördinator Jacobs. „Het probleem is wel: zijn de mensen die hier wonen concurrerend genoeg? Een grote groep langdurig werklozen is niet zo gemakkelijk meer naar de arbeidsmarkt toe te leiden.”

Lees ook: Er zijn zo veel mensen over wie zorgen bestaan

Het aanbod van opleidingen kan ook beter afgestemd op de regionale vraag naar arbeid, vindt Van Oort: „Dan moet ik altijd een beetje de hand in eigen boezem steken. Ik zit zelf aan de Erasmus Universiteit en vraag me ook wel eens af: al die studenten die hier afstuderen, wat kunnen die nou in de regio? Of gaan ze naar Amsterdam of Utrecht en zo?”

Voor de nieuwe, technologische economie heeft Rotterdam ook meer hoogopgeleiden nodig. Er is al een duidelijke verschuiving te zien in het gemiddelde opleidingsniveau. Sinds het begin van deze eeuw is het aantal laagopgeleiden binnen de Rotterdamse beroepsbevolkiong met zo’n 30 procent gedaald naar 69.000 mensen in 2016, volgens de EVR. In diezelfde periode is het aantal hoogopgeleiden met bijna 60 procent gestegen naar 116.000 personen.

Economische diversiteit

„Een reden is dat de mensen die met pensioen gaan gemiddeld lager opgeleid zijn”, legt beleidscoördinator Jacobs uit. „Daarnaast participeren meer mensen in het onderwijs. We blijven nog steeds een ‘middelbaar opgeleide stad’, maar hebben een enorme potentie met alle instellingen voor hoger onderwijs.”

De nieuwe economie moet ook werk bieden voor laagopgeleiden – niet alleen voor hoogopgeleiden en robots. „In het begin was ik daar heel pessimistisch over”, zegt Jacobs. „O jee, daar gaan allemaal banen verloren, dacht ik. Maar nu denk ik: er zullen vast ook veel nieuwe banen voor laagopgeleiden in de dienstverlening gaan ontstaan.”

„De vraag is of per saldo de werkloosheid gaat dalen als gevolg van een slimme, gedigitaliseerde haven”, zegt wethouder Struijvenberg. „Het simpelste voorbeeld is de pakketbezorger. Er zijn nog nooit zoveel pakketbezorgers geweest als nu. Dat is geen hoogopgeleid werk.”

Niemand weet het zeker. Onderzoekers verschillen van mening of laagopgeleiden echt profiteren van meer hoogopgeleiden. Het aantrekken van wetenschappers, IT-specialisten of accountants zou ook de vraag naar lokale diensten van bijvoorbeeld taxichauffeurs, kappers en de kinderopvang stimuleren, is het idee. De Amerikaanse econoom Enrico Moretti berekende zo dat één hoogopgeleide vijf banen voor laagopgeleiden kan creëren. Maar Nederlands onderzoek wijst eerder op één halve nieuwe baan per hoogopgeleide.

Om meer laagopgeleiden aan werk te helpen, is beter en toegankelijk vervoer tussen wonen en werken belangrijk, zegt Jaap de Koning, hoogleraar arbeidsmarktbeleid aan de Erasmus Universiteit. „Rond het centrum van de stad en in Rotterdam-Zuid wonen kwetsbare groepen die over minder vervoersmogelijkheden beschikken”, zegt hij. „Dat belemmert hun kansen op de arbeidsmarkt.” Gratis of betaalbaar vervoer voor minima, zou een oplossing kunnen zijn.

Aantrekkelijke stad

Het aantrekkelijker maken van de stad levert ook werk op. De investeringen van de afgelopen jaren laten nu resultaten zien, zegt de gemeente. Een prettige woonstad bindt en trekt meer van de hoogopgeleiden die Rotterdam zoekt. Als meer mensen willen wonen in de stad, moet er meer gebouwd worden. Meer inwoners betekent ook meer bestedingen en meer bedrijvigheid in de regio.

Hoopvol is de groei van het toerisme, vindt de gemeente. Rotterdam trok in 2016 ongeveer 1 miljoen toeristen en was daarmee na Amsterdam de grootste toeristenstad van Nederland. De groei van het toerisme zal de consumenten- en dienstensector stimuleren – en daarmee meer werk voor laagopgeleiden opleveren.

Om te groeien, moet Rotterdam het verleden van zich afschudden, staat in de EVR. Rotterdam moet zich meer profileren als „creatieve en ondernemende stad” en „steeds minder met de nieuwe zakelijkheid van de havengerelateerde economie.”

    • Eppo König