Recensie

De berekende chaos van Johann Sebastian Bach

Bach

Zowel Mischa Spel en Floris Don als Maarten ’t Hart laten in hun Bach-boeken diens muziek nog mooier klinken. Waar de eerste twee zich tot de Johannes Passion beperken, belicht ’t Hart Bachs leven en werk .

Bachs Matthäus-Passion is weer in aantocht. Een lange zit. Twee uur en drie kwartier. Beter naar een uitvoering van de Johannes-Passion gegaan. Uurtje korter. Minder ook? Geenzins, aldus Mischa Spel en Floris Don in hun ‘complete luistergids’ De Johannes-Passion. Waarom Bachs kleine passie minstens zo mooi is als de Mattheus. ‘Luister naar de bassen: pompend als het hart van iemand die op de hielen wordt gezeten. De korte ‘schreeuwkoortjes’, ‘de verloting van Jezus’ onderkleed een notencarnaval’, ‘de swingende aria ‘Ich folge dir gleichfalls…’’

Spel en Dons luistergids is enthousiasmerend. Hun overzicht is helder, verder laten ze een flink aantal luisteraars van ‘de’ Johannes aan het woord. Over de aria ‘Eilt, ihr angefocht’nen Seelen’ zegt Theo Loevendie: ‘Bach slaagt erin binnen de strakke 3/8 maat een spontane versnelling te realiseren, die in werkelijkheid ontzettend ingewikkeld is.’ Berekende chaos, mooi. Pierre Audi noemt Bach (1685-1750) in diens Johannes ‘een tweede Shakespeare’, Job Cohen beluistert ‘verbinding’, Antoine Bodar over zichzelf: ‘Ik ben meer een Johannes-type. Intellectueler dan Mattheus.’

Spel en Don zijn aan Maarten ’t Hart voorbijgegaan. Die kwam met een uitgebreide versie van zijn Johann Sebastian Bach, ook een gids, maar dan van het hele oeuvre en alle (!) Bach-biografieën. ’t Hart hoorde op zijn achtste ‘Wohl mir dass ich Jesum habe’ uit cantate 147, en kan de ‘triolenketen’ daaruit nog steeds nafluiten: ‘Dit is het mooiste wat er bestaat.’

Je ogen ‘toeteren’ al na enkele pagina’s, hier spreekt een omgevallen boekenkast met een onstuitbare drive. Je zou ’t Hart dankzij dit boek ‘de componist van een Bach-passie’ kunnen noemen, als dit geen misverstanden zou wekken.

Werkelijk hilarisch is bijvoorbeeld het vergelijkend biografieën-onderzoek waarmee zijn boek opent. Tijdens een wandeling werd de componist ooit opgewacht door een minder begaafde leerling-muzikant en diens kompanen. Bach had hem tijdens een repetitie een ‘lul van een fagottist’ genoemd, en hij kwam verhaal halen. Pagina’s lang ’t Hartiaans gemeier over de ware toedracht van deze ene anekdote. Was de aanleiding (‘lul!’) geen ‘lul’-verwensing, maar eerder ‘geit’? Was er sprake van handgemeen? Hoeveel kompanen in het spel (2? 3? 4?). Locatie? Wapens (knuppel? degen? vuist?). Lijf- of textielschade? Over Bachs leven is nauwelijks iets bekend, zo luidt de conclusie. Verrukkelijk.

Ik noemde Johann Sebastian Bach een ‘gids’. De slothoofdstukken ‘De Bach-literatuur’ 1 en 2 zijn dat beslist. Welke biografie is de beste en waarom? ’t Harts hoofdstukken over Bachs Das Wohltemporierte Klavier, de Goldberg-variaties en Die Kunst der Fuge zijn daarbij aanstekelijk, dit geldt in grotere mate voor de afdeling ‘Klein compendium van de cantates’. Een niet Bach-kenner als ikzelf ging meteen ’t Harts compendium ‘doorluisteren’. Een feest. En de vele waterlanders die ’t Hart bij Bach zegt te hebben geplengd, bij sommige cantates kan ook ik het niet droog houden. Ik zou ze anders niet allemaal hebben gehoord. Met dank.