Brieven

Brieven 16/3/2018

Links verbond (1)

Kwetsen is mainstream

Een vier jaar oude tweet van Nida verbreekt het Linkse Verbond in Rotterdam (12/3). Wie de tweet leest, begrijpt de ophef daarover meteen. Toch is er een keerzijde. Nida zegt te hebben willen provoceren en beroept zich op de vrijheid van meningsuiting. Columnist René Moerland zei eens dat vrije meningsuiting een emotioneel en geopolitiek middel is geworden dat bepaalt bij wie je hoort (Ook je nobele emoties kunnen gevaarlijk zijn, 14/1/2015). Als voorbeeld gaf Moerland het ‘rot toch op’ van de Rotterdamse burgemeester Aboutaleb. Maar je zou ook kunnen denken aan het ‘pleur op’ van onze minister-president. In zijn column noemt Moerland het vrije woord een identiteitskwestie: „Wie niet durft te kwetsen, hoort er toch wat minder bij.” Deze ontwikkeling kun je, zoals ik, betreuren. Maar het geeft te denken dat de samenwerking met Nida om deze tweet zou zijn verbroken. Want vanuit het perspectief dat Moerland schetst, past Nida met de gewraakte tweet juist in het politieke klimaat in ons land.

Links verbond (2)

Mening verwerpen

Volgens Willem Schinkel laat het stuklopen van de linkse samenwerking in Rotterdam zien dat „vrijheid van meningsuiting anders beoordeeld wordt als het moslims betreft” (Racisme breekt linkse samenwerking in Rotterdam op, 14/3). De vrijheid van meningsuiting is hier echter niet aan de orde. Niemand betwist het recht van Nida om te twitteren wat ze willen. Alleen hebben andere partijen het recht om zich niet te willen associëren met een partij die er dergelijke meningen op na houdt. Het onderscheid tussen de vrijheid om een mening te uiten en die om een mening te verwerpen is niet triviaal: op rechts wordt immers voortdurend geklaagd dat men bepaalde dingen niet ‘mag’ zeggen, of dat men gedemoniseerd wordt.

Piloten

Geen daredevils meer

Ik las het artikel NRC Checkt: Piloten verdienen meer dan een minister (13/3). Piloot is een overgewaardeerd beroep. Het komt overeen met een gemiddeld hbo-beroep. Bij het ‘juiste’ traject wordt die opleiding ook nog (deels) betaald door staat en luchtvaartmaatschappij. De salarissen zijn nog steeds dik bovengemiddeld, maar zullen onherroepelijk dalen. De eisen van de vliegers zijn over het paard getild. Het vliegen van een oude Fokker naar Indië is op geen enkele wijze te vergelijken met het vliegen van een hypermodern toestel naar dezelfde bestemming, gezien computers een groot deel van het werk hebben overgenomen. Piloten moeten zich realiseren dat ‘vlieger’ een doodgewoon beroep is geworden, net als vele andere. De tijd van daredevils in leren jassen, in de buitenlucht kijkend door vliegbrillen besmeurd met motorolie, geslingerd uit oude stermotoren, is definitief voorbij. Het is een gewoon hbo-beroep geworden, dat naar behoren betaald moet worden.

Topman schiphol

Evenwichtige verdeling

Het is wat merkwaardig dat de Tweede Kamer Schiphol verwijt dat Schiphol hier een door die zelfde Kamer opgelegde wet uitvoert (Voorkeur voor mannelijke Schiphol-baas zorgt voor ophef, 9/3). Artikel 2:166 uit het Burgerlijk Wetboek, lid 1, luidt: „Bij een evenwichtige verdeling van de zetels van het bestuur en de raad van commissarissen wordt ten minste 30% van de zetels bezet door vrouwen en ten minste 30% door mannen, voor zover deze zetels worden verdeeld over natuurlijke personen.” Schiphol heeft op grond van lid 2 van dit artikel de plicht naar deze ‘evenwichtige’ verdeling te streven. Het moet dus proberen te voorkomen dat na benoeming van een nieuwe bestuurder nog maar 25 procent van de zetels in de raad van bestuur door mannen wordt bezet. Had de Kamer bedoeld dat dit streven alleen voor vrouwen en niet voor mannen moet gelden dan had de Kamer een andere wettekst moeten aannemen. De aangehaalde Kamerleden en minister Van Nieuwenhuizen maken zich belachelijk door een bedrijf toepassing van de wet te verwijten.