Zwierige ridder van 17

In deze rubriek elk weekeinde een necrologie van iemand die recent is overleden. Orlando Boldewijn (2000-2018) maakte overal een spektakel van. Zelfs van vakkenvullen in de supermarkt.

Benji Metz

Toen Orlando Boldewijn auditie kwam doen voor de theatergroep van het Wolfert Tweetalig in Rotterdam, moet hij een jaar of dertien zijn geweest. Zo’n slungelige, verlegen jongen die nog niet weet wat hij aan moet met zijn ledematen. Toch zagen regisseur Samuel van der Spek en dramadocent Saskia Vugts iets in hem. „Daaronder zat die flamboyante Orlando al,” zegt Van der Spek, „hij moest er alleen nog even uitkomen.”

Orlando kreeg dat jaar de kleinste rol in het stuk, die van ober, met maar één zin. „Toch maakte hij daar iets bijzonders van”, vertelt Christopher van Duijn, oud-leerling van het Wolfert en ook betrokken bij de theatergroep. „Er was iets heel krachtigs in zijn aanwezigheid.” Hoewel hij de jongste van de groep was, werd hij algauw degene die mensen in vertrouwen namen, die voor anderen opkwam. Waarschijnlijk was hij zo zorgzaam, denkt Van Duijn, omdat hij thuis vaak op zijn broertje en zusje moest passen – zijn moeder moest veel werken om rond te komen.

Er was iets heel krachtigs in zijn aanwezigheid

Christopher van Duijn, oud-leerling van het Wolfert

Orlando bleef bij de groep en kreeg steeds grotere rollen. Hij speelde de White Knight, die in een bewerking van Alice in Wonderland de dood personifieerde. En Hades, de god van de onderwereld. Ja, zeggen Vugts en Van der Spek nu – die rollen hadden wel iets profetisch. Op 18 februari verdween Orlando na een internetdate. Hij werd een week later dood gevonden in het Böttgerwater in de Haagse wijk Ypenburg. De politie onderzoekt zijn doodsoorzaak; de jongen met wie hij had afgesproken wordt niet verdacht.

Acteren deed Orlando niet alleen bij de theatergroep – hij maakte van alles een spektakel. Een goede film werd bij Orlando een fantastische, absoluut geweldige film, die je honderd procent zeker moest zien. Een lekker sapje werd het allerlekkerste sapje van de wereld: „Proef het! Proef het!”, doet zijn vriend Benji Metz (17) na, met veel armgebaren. Orlando’s presentaties waren legendarisch, zegt zijn goede vriendin Renée Gerritsen (17). „Dan was hij echt in zijn element. Als hij de klas in kwam lopen, wist je al: die gaat slayen.”

In het weekend was het altijd feesten in het huis van ouders die niet thuis waren. Orlando was de gangmaker: lekker meezingen met Beyoncé of Otis Redding; met zijn lange armen kon hij fantastisch Vogue-dansen. Soms zaten ze hele weekenden spelletjes te doen met hun vriendengroep, al was Orlando daar eigenlijk te competitief voor. „Als hij verloor met Jenga was het zeker een half uur Griekse Tragedie”, zegt Metz.

Als hij de klas in kwam lopen, wist je al: die gaat slayen

Renée Gerritsen, een goede vriendin van Orlando

Ook zijn uiterlijk was uitbundig. Hij droeg fleurige jaren tachtig-overhemden, gebleekte hoogwater-spijkerbroeken. Als hij een mooie doek vond op straat, knoopte hij die om zijn hoofd, en was het ineens een coole bandana. Ook wel frustrerend hoor, verzucht Van der Spek. „Hij rockte al die gekke outfits zonder er enige moeite voor te doen.”

Ja, natuurlijk had Orlando ook zijn struggles: hij twijfelde over wat hij wilde met zijn leven, wie zijn vrienden moesten zijn. Hij zat niet met zijn homoseksualiteit. Toen hij een jaar of vijftien was, stapte hij op een regisseur van de theatergroep af – ook homo – en vroeg hem hoe dat nou eigenlijk moest, met Grindr en zo, en hoe je veilig online kon daten. „Van hem leerde hij dat hij altijd een vriend of vriendin moest zeggen waar hij naartoe ging als hij een afspraakje had”, vertelt Van der Spek. En dat deed hij altijd netjes. Behalve die avond van 18 februari.

Orlando hield niet van school, wel van leren. Hij was helemaal gek van Frans: dat moest en zou hij spreken. Dus zette hij zijn telefoon en laptop op Frans, en in no time zong hij hele liedjes van Edith Piaf. Hij leerde de namen van alle sterrenbeelden, gewoon omdat hij er zin in had. En laatst nog, had hij besloten dat hij alle staten van Amerika uit zijn hoofd moest kennen. „Dan zat hij een hele vrijdagavond met een glas wijn in de hand en een Bosatlas voor zich”, vertelt Renée Gerritsen. Alabama, Alaska, Arizona – tot hij ze allemaal kon opnoemen.

Op school miste hij soms die motivatie: vorig jaar moest hij van vwo naar havo. „Terwijl hij het makkelijk had kunnen halen”, zegt Vugts, „als hij die knop maar om had gezet.”

Lees ook het Ikje dat werd ingestuurd door een lezer: ‘Het raakt me niet alleen als moeder, maar ook als lerares’

Niet dat Orlando niet hard kón werken: om bij te verdienen vulde hij vakken in de supermarkt. Vaak pakte hij de vroege ochtendshift, nog voor school. Vond hij niks aan, dat vakkenvullen, maar ja, hij wilde per se de nieuwste iPhone. En op zijn werk maakte hij er dan weer een sport van alle PLU-codes uit zijn hoofd te leren: hij kon ze inmiddels opdreunen. Radijs: 538. Komkommer: 10. Paprika: 833.

Hij wilde graag dat mensen een leuke ervaring hadden in ‘zijn’ supermarkt; dat ze voor hem bleven terugkomen. „Hij zat daar altijd ontzettend enthousiast, zo van: goedemórgen lieve klanten!”, vertelt Gerritsen, die zelf ook cassière is, en weet hoe lastig het is je glimlach de hele dag vast te houden. Als hij in de buurt over straat liep, werd hij constant gegroet door voorbijgangers. Oh, zei hij dan, die ken ik van de Albert Heijn.

Hij zat daar altijd ontzettend enthousiast, zo van: goedemórgen lieve klanten!

Renée Gerritsen, een goede vriendin van Orlando

Orlando had ook een gevoelige, kwetsbare kant die maar weinig mensen mochten zien. Hij schreef lieve gedichten voor zijn vrienden, vertellen Benji Metz en Renée Gerritsen. Bij de theatergroep gaf hij iedereen voor de laatste voorstelling een handgeschreven brief. „Dan schreef hij dat iemand hem inspireerde om zelfverzekerd op het toneel te staan,” vertelt Van Duijn, „of dat iemand het fundament van de groep was”.

Het meest zal Orlando bij de theatergroep waarschijnlijk herinnerd worden als de White Knight. „Ik probeerde hem de hele tijd een beetje statig te laten lopen,” zegt Van der Spek, „met de borst vooruit, als een ridder”. Orlando vertikte het. Doe het dan maar gewoon als jezelf, zei Van der Spek uiteindelijk. En ineens stond daar een zwierige, stijlvolle ridder.

Orlando hield de eindmonoloog, weet Van Duijn nog, over de dood. „Alice zegt dan: ik had mijn overleden vader nog zo veel willen vertellen. En dan zegt de White Knight: dat geeft niet Alice, hij weet het al.”

Lees ook de column van Mirjam de Winter over Orlando: “Ik kende hem amper, maar krijg zijn gezicht niet meer uit mijn hoofd”
Suggesties voor deze rubriek zijn welkom op necrologie@nrc.nl.