Vijandig bod Kraft Heinz gaf Unilever impuls

Aanpassing bedrijfsbeleid De keuze voor Rotterdam is de laatste in reeks veranderingen bij Unilever, dat slagvaardiger wil kunnen opereren.

Calve pindakaas, een merk van Unilever. Foto Marco de Swart

Het was schrikken, toen Unilever ruim een jaar geleden een bod om zijn oren kreeg van de Amerikaanse concurrent Kraft Heinz. Een bod op het grote Unilever (165.000 werknemers, 53,7 miljard euro omzet), daar had eigenlijk niemand rekening mee gehouden. En al helemaal niet van een veel kleiner bedrijf als Kraft Heinz.

Hoewel dat bod snel van tafel ging nadat Unilever met succes een verdediginglinie optrok, raakte het bedrijf het afgelopen jaar in een stroomversnelling. De laatste in een reeks veranderingen is de aankondiging van donderdag: Unilever kiest voor een Nederlands hoofdkantoor en een Nederlands aandeel. De Amerikaanse toenadering had Unilever de nodige „urgentie” meegegeven, zei bestuursvoorzitter Paul Polman vorig jaar.

Sinds zijn aantreden in 2008 hamerde Polman vooral op de lange termijn en een duurzame strategie. In Amsterdam zakte het aandeel donderdag met 1 procent, in Londen met 1,7 procent. Maar na Kraft Heinz beloofde Unilever een rits aan maatregelen om de aandeelhouders te plezieren: hogere winstmarges, meer dividend, de verkoop van de gestagneerde margarinetak en het terugkopen van een pakket aan aandelen.

Ook moest Unilever weerbaarder en slagvaardiger worden: liever een vijandig bod voorkomen dan het afslaan.

Lees ook: Besluit Unilever maakt afschaffing dividendbelasting verdedigbaar voor Rutte

De al ingezette bezuinigingen werden opgeschroefd van 4 naar 6 miljard euro. Twee divisies – voedsel en ‘refreshments’ zoals Magnum en Lipton – werden in elkaar geschoven. Dat deel van Unilever blijft in Rotterdam. De twee andere divisies (shampoo en douchegel en schoonmaak- en wasmiddelen) krijgen een hoofdvestiging in Londen.

Gemakkelijker overnames doen

Daarnaast moet Unilever nu flexibeler worden, zei president-commissaris Marijn Dekkers donderdag. Straks heeft het bedrijf alleen nog Nederlandse aandelen, de Britse gaan de deur uit. Dan kan het makkelijker overnames doen en daarbij betalen met zijn eigen aandelen.

„Unilever ziet dat alles sneller gaat dan tien jaar geleden”, zegt Robert Jan Vos, analist van ABN Amro. Nieuwe merken worden steeds belangrijker. Groei is de afgelopen jaren minder vanzelfsprekend geworden. Ook andere levensmiddelenbedrijven – van Nestlé tot Procter & Gamble – worstelen hiermee. Niet in de laatste plaats vanwege activistische aandeelhouders die meer geld willen zien.

„Met alleen het uitbouwen van je bestaande merken kom je niet meer weg”, zegt Vos. De smaak van consumenten verandert snel, zegt hij. „Kijk eens wat Unilever de afgelopen tijd gekocht heeft: het is allemaal natuurlijk, biologisch, gezond.” Denk aan het hippe theemerk Pukka Herbs.

Daarnaast wordt Unilevers keuze voor Nederland ook gezien als een defensieve stap, zeker door de Britten. Beeldvorming die Unilever wil voorkomen. Zoals president-commissaris Marijn Dekkers donderdag benadrukte, werden eventuele beschermingsstructuren juist ontmanteld. Zo kocht het bedrijf zijn eigen preferente aandelen, die meer stemrecht geven dan gewone aandelen, op. Voor het eerst in Unilevers geschiedenis geldt ‘one share, one vote’ voor álle aandeelhouders, zei Dekkers.

Toch geeft de Nederlandse wet nu eenmaal meer mogelijkheden om een vijandig bod af te slaan dan de Britse, zegt hoogleraar Huub Willems van de Rijksuniversiteit Groningen. Zelfs als je geen beschermingsconstructies hebt. „Unilever heeft een eigen strategie die erg gericht is op verantwoord ondernemen”, zegt Willems, oud-voorzitter van de Ondernemingskamer. „Als je dat wilt vasthouden, dan denk ik dat je in Nederland beter zit.”

    • Geertje Tuenter