Veiligheidsdiensten tappen steeds meer doelwitten af

Afluisteren

Een week voor het referendum over ruimere bevoegdheden voor de geheime diensten, vertellen ze hoe vaak ze aftappen.

De Nederlandse geheime diensten tappen hun doelwitten elk jaar meer af. Het aantal taps is tussen 2002 en 2017 meer dan vervijfvoudigd.

Afgedwongen door de Raad van State hebben Binnenlandse Zaken en Defensie woensdag geopenbaard hoeveel taps de algemene veiligheidsdienst AIVD en de militaire MIVD plaatsen. Daarbij gaat het om afluisteren van telefoons, internetverkeer en via microfoons. De diensten hebben zich jaren verzet tegen openbaarmaking, omdat dit hun werkwijze duidelijk zou maken. De cijfers komen naar buiten een week voor het referendum over de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten (Wiv).

Vorig jaar plaatste de AIVD zo’n 3.200 taps op verdachte personen of organisaties. De MIVD tapte zo’n 350 keer. Ter vergelijking: de politie plaatst jaarlijks zo’n 25.000 internet- of telefoontaps.

Bart Jacobs, hoogleraar digitale beveiliging in Nijmegen, concludeert hieruit dat „de geheime diensten echt niet bij honderdduizenden tegelijk mensen aan het afluisteren zijn”. Volgens hem zou aftappen de komende jaren zelfs kunnen verminderen door de alternatieven die de nieuwe inlichtingenwet biedt om gevaarlijke mensen in het vizier te krijgen.

De groei van het aantal taps heeft zich vooral de laatste jaren voorgedaan. De diensten en deskundigen als Jacobs hebben drie verklaringen voor de opgaande trend. Ten eerste valt er per persoon meer af te tappen – niet alleen meer de telefoon thuis, maar ook een mobieltje, tablet of pc. Het kan zelfs zijn dat op een apparaat meer taps staan: een smartphone met meer simkaarten bijvoorbeeld. Ten tweede is de laatste drie, vier jaar meer dreiging: van uitgereisde jihadisten bijvoorbeeld, maar ook van landen als Rusland. En ten slotte is de capaciteit van de diensten flink uitgebreid. De AIVD groeide van zo’n 1.600 voltijdsbanen, twee jaar geleden, naar rond de 1.800 nu. „Plaatsen van taps, vertalen en uitwerken van de gesprekken is arbeidsintensief”, zegt Jacobs. „Denk alleen maar aan de tolken die je nodig hebt.”

Surveillancestaat

De toezichthouder op de geheime diensten, de CTIVD, is blij met de openbaarmaking. De discussie hierover begon toen Binnenlandse Zaken in 2014 cijfers over het aantal taps weglakte in een CTIVD-rapport over inzet van afluisterbevoegdheden. De Britten, Belgen en Duitsers maken dit soort cijfers wel bekend. De toezichthouder zag niet in waarom dat in Nederland niet zou kunnen.

Publicatie van de tapstatistieken had tegenstanders van de nieuwe inlichtingenwet in de kaart kunnen spelen. Een opwaartse trend past bij het spookbeeld van de surveillancestaat, waarvoor zij waarschuwen. In de praktijk lijkt de verontrusting mee te vallen. Privacyorganisatie Bits of Freedom, die bij de rechter om openbaarmaking van de tapcijfers had gevraagd, reageerde woensdag vrij rustig. „Kennelijk vinden de diensten het nodig steeds meer te tappen”, zegt Ton Siedsma, die de rechtszaak tegen de ministeries voerde. „We moeten echter niet vergeten dat deze cijfers niks zeggen over de andere bevoegdheden die ze al hebben, zoals het hacken [digitaal inbreken in apparaten] van doelwitten.”

Inderdaad zijn gegevens over het aantal hacks onbekend. Ook is onduidelijk hoeveel kabelverkeer de diensten gaan onderscheppen als ze onder de nieuwe wet veel grootschaliger informatie kunnen vergaren. Volgens een CTIVD-woordvoerder kunnen de vrijgegeven tapcijfers toch vrees wegnemen. „Ze geven de maatschappij een indruk hoe zo’n dienst met een bevoegdheid omgaat. Het brengt een soort realisme in het debat.”

Ook Bart Jacobs, tot voor kort voorzitter van de raad van toezicht van Bits of Freedom, ziet in de aftapcijfers geen argument tegen de nieuwe inlichtingenwet. Hij kan zich juist voorstellen dat de Wiv helpt het aantal taps omlaag te brengen. „Ga maar na: nu plaatst de dienst waarschijnlijk vrij standaard telefoon- of internettaps bij gezin, familie en vrienden van een jihadist die is uitgereisd naar Syrië of Irak. Dat telt snel op, zeker als die meer apparaten per persoon hebben.”

De nieuwe inlichtingenwet biedt meer mogelijkheden tot vooronderzoek, en noopt dan wellicht minder tot tappen. Door via de kabel na te gaan met wie de uitreiziger belt, en met wie die tweede persoon belt, et cetera, ontstaat een beeld van het web rond de uitgereisde jihadist. Dit betreft alleen nog zogeheten metadata: wie belt met wie, hoe lang en wanneer. Grondige analyse van de patronen kan daarna leiden tot een gericht besluit wie de diensten wel en niet gaan afluisteren. De nieuwe mogelijkheden van het ‘sleepnet’ zoals privacyvoorvechters het noemen, kunnen zo tot minder taps leiden.