Opinie

    • Hubert Smeets

NAVO kijkt naar het oosten, maar het is crisis aan de zuidflank

Weinig illustreert de NAVO-zwakte beter dan de zuid-flank, ziet Hubert Smeets. Turkije betrekt wapens uit Rusland, in Italië scoren pro-Poetin-partijen goed.

De NAVO blijft oostwaarts kijken. Een week geleden publiceerde het westerse bondgenootschap een kort berichtje dat in Nederland weinig aandacht kreeg, maar aan gene zijde van de Karpaten wel. „De deur van de NAVO blijft openstaan voor elk Europees land dat in de positie is te voldoen aan de verplichtingen van het lidmaatschap. Op dit moment hebben vier landen de ambitie: Bosnië-Herzegovina, Georgië, Macedonië en Oekraïne”, meldde de website van de alliantie vorige week vrijdag.

Ook Georgië en Oekraïne, waar Rusland met militaire interventies een ‘bevroren’ conflictgebied heeft geschapen, mogen dus blijven dromen over de sint-juttemisformule van secretaris-generaal De Hoop Scheffer, die op een NAVO-top in 2008 zei dat het niet de vraag was of, maar slechts wanneer („not whether, but when”) ze lid zouden kunnen worden. Als dat ‘when’ concreet wordt, koersen Rusland en de NAVO aan op escalatie.

Maar voordat we uit voorzorg de kelderkasten weer vullen met blikken bruine bonen, is het verstandig de vraag te stellen of het westers bondgenootschap daartoe wel bij machte is. Het antwoord is dubbel.

Geconfronteerd met militaire interventies van Rusland in de Krim en de Donbas zoekt Kiev bescherming bij de NAVO. De helft van de Oekraïeners is nu vóór toetreden. De afkeer van de NAVO is afgenomen tot 36 procent. Volgens peilingen zou in een beslissend referendum 57 tot 66 procent van de burgers ‘ja’ stemmen.

Maar de liefde én de macht moeten wel van twee kanten komen. En daar schort het aan. De alliantie mist in eigen kring steeds meer politieke cohesie.

Vooral de zuidflank is voor de NAVO een onbetrouwbare linie geworden. Turkije betrekt sinds kort wapens uit Rusland. Geen sinecure: een van de grootste lidstaten drijft ook in militaire zin uit westelijke richting weg. Dat de linkse regering in Griekenland, haaks op de traditie sinds de burgeroorlog van 1944-1949, nu wél positief tegenover de NAVO staat, is een doekje voor het bloeden.

De recentste klap heeft het westers bondgenootschap in Italië te verduren gehad. Tweederde van de kiezers stemde bij de verkiezingen twee weken geleden op Kremlin-vriendelijke partijen. De Vijfsterrenbeweging, die zich afgelopen zomer in Moskou liet fêteren door regeringspartij Verenigd Rusland en als dank uithaalde naar de „agressieve” NAVO, haalde 33 procent. Lega Nord, al jaren kind aan huis in Moskou, kwam op 17 procent. En Berlusconi, persoonlijk bevriend met president Poetin, vergaarde 14 procent.

De kans dat Italië zich zal blijven scharen achter de sancties tegen Rusland is dus een stuk kleiner geworden. Het idee dat Italië de deur van de NAVO verder open wil zetten naar de twee voormalige Sovjetrepublieken is zelfs een illusie.

Weinig illustreert de zwakte van de NAVO onder leiding van de VS beter dan de zuidflank. Decennialang heeft Washington er alles aan gedaan deze onderbuik in het gareel te houden. In Turkije en Griekenland nam het militaire junta’s voor lief. In Italië werd een heel arsenaal ingezet om de christen-democraten aan de macht te krijgen en te houden. En nu? Nu moet de NAVO genadebrood eten in Ankara en Rome.

Wie zich de jaren zestig en zeventig voor de geest haalt, kan er niet omheen: dit is een ongekende ommekeer in de naoorlogse verhoudingen.

Hubert Smeets werkt bij het kenniscentrum Raam op Rusland. Hij schrijft om de week met redacteur geopolitiek Michel Kerres over de kantelende wereldorde.
    • Hubert Smeets