Maandenlange chaos in het verschiet op het Franse spoor

Stakingen

De Franse regering wil spoorbedrijf SNCF hervormen. Werknemers gaan uit protest elke week twee dagen staken.

De kosten bij het verzelfstandigde staatsbedrijf SNCF moeten drastisch omlaag. Foto Jean-Paul Pelissier/Reuters

Werknemers van het Franse spoorbedrijf SNCF gaan vanaf 3 april drie maanden lang gedurende twee dagen per week in staking. Ze protesteren daarmee tegen plannen van de regering om per decreet het bedrijf ingrijpend te hervormen.

Dat is de uitkomst van overleg, donderdagavond, tussen de verschillende bij de SNCF actieve vakbonden. Hoewel nog onduidelijk is hoeveel medewerkers uiteindelijk bereid zijn het werk neer te leggen, is de verwachting dat dit voorjaar vele duizenden treinen zullen uitvallen.

Om SNCF financieel voor te bereiden op in EU-verband afgesproken openstelling voor concurrentie, moeten de kosten bij het verzelfstandigde staatsbedrijf drastisch omlaag. Hoewel de laatste jaren op operationeel niveau winst wordt gemaakt, kampt SNCF door vaak politiek gemotiveerde investeringen in TGV-lijnen met een schuld die is opgelopen tot bijna 47 miljard euro. President Emmanuel Macron heeft eerder gezegd dat die schuld in ruil voor hervormingen door de staat overgenomen kan worden, maar in het woensdag gepresenteerde wetsvoorstel staat daarover niets expliciet gemeld.

Het belangrijkste strijdpunt tussen de regering en de vakbonden is het zogenaamde ‘statut cheminot’. Deze speciale rechtspositie waarvan ongeveer 130.000 van de 145.000 medewerkers van het spoorbedrijf profiteren, zou niet langer moeten gelden voor nieuw aan te nemen personeel. Het statuut voorziet onder andere in een pensioenleeftijd van 57 jaar voor zittend personeel en 52 jaar voor rijdend personeel. Ook profiteren medewerkers en hun familie van gratis of scherp afgeprijsde treinkaartjes en, zoals ambtenaren, van een baan voor het leven.

Uit een peiling van opiniebureau Harris Interactive bleek vorige week dat 69 procent van de Fransen van de speciale status voor spoorwegpersoneel af wil. Maar SNCF-medewerkers laten in de Franse media geen kans onbenut om duidelijk te maken dat ze op geen enkele manier bevoorrecht zouden zijn. Salarissen zijn bij de SNCF relatief laag en het speciale statuut, dat al sinds 1911 bestaat, zou een compensatie zijn voor de onregelmatige werktijden op het spoor.

De vakbonden en de linkse oppositie hebben hun verzet de laatste dagen daarom over een andere boeg gegooid. Ze zeggen dat de regering van plan is de SNCF volledig te privatiseren en hopen zo dat de Franse bevolking, zeer gehecht aan publieke voorzieningen, de strijd van de conducteurs en machinisten gaat steunen. Maar hoewel het wel de bedoeling is dat de rechtsstatus van het bedrijf verandert in een soort naamloze vennootschap, heeft premier Édouard Philippe bij de presentatie van de plannen eerder deze maand expliciet gezegd dat de SNCF een publieke groep blijft waarvan de staat 100 procent van de aandelen bezit.

De bonden zeggen zich voor te bereiden op „een conflict van lange duur” met zo veel mogelijk hinder en zo min mogelijk verlies van koopkracht voor medewerkers die zich als staker aanmelden en daardoor inkomen mislopen. Toen in 1995 de toenmalige regering-Juppé vergelijkbare hervormingen aankondigde, leidde dat tot de grootste ontwrichting van de Franse economie sinds mei 1968.