Wie betaalt de boete bij een verkapt dienstverband?

Geldzaken Wie moet de boete betalen als de Belastingdienst er achter komt dat een zzp’er in verkapt dienstverband werkt bij een bedrijf? De zzp’er of de opdrachtgever?

Illustratie Viola Lindner

Het korte antwoord op deze vraag luidt: niemand. Om de simpele reden dat de Belastingdienst in elk geval tot 1 januari 2020 de Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties (DBA) niet handhaaft. Dat betekent dat opdrachtgevers en opdrachtnemers tot die tijd geen boetes of naheffingen krijgen als geconstateerd wordt dat er eigenlijk sprake is van een dienstbetrekking.

Met de Wet DBA, de opvolger van de Verklaring Arbeidsrelatie (VAR) waarmee zzp’ers tot 1 mei 2016 moesten aantonen dat ze echt ondernemer waren en geen verkapte werknemer, heeft de overheid geprobeerd duidelijkheid te scheppen over de vraag wanneer er sprake is van een dienstbetrekking. Maar de wet zorgde juist voor veel onrust onder zzp’ers en opdrachtgevers. Daarom is het kabinet nog steeds druk aan het sleutelen aan nieuwe wet- en regelgeving die wél duidelijk moet maken wie zzp’er is en wie niet. Volgens de planning moet er op 1 januari 2020 een nieuwe wet zijn en zal er dan weer worden gehandhaafd.

Maar als er nu wel werd gehandhaafd, hoefde ook niemand een boete te betalen, aldus Maarten Post, voorzitter van ZZP Nederland. „Er is namelijk geen wet die spreekt over een boete als een zelfstandige in verkapt dienstverband werkt voor een bedrijf. Onder de VAR kon de Belastingdienst de zelfstandigenaftrek van de zzp’er inhouden als die niet aan de voorwaarden van het ondernemerschap voldeed. En de opdrachtgever c.q. werkgever kon een naheffing krijgen, omdat die loonbelasting en sociale premies had moeten inhouden.

Is het gebrek aan handhaving niet juist een vrijbrief voor schijnconstructies? Volgens ZZP Nederland valt dat mee. „Naar onze inschatting werkt ‘slechts’ 10 procent van de zzp’ers in verkapt dienstverband. Ik heb dus niet de indruk dat er massaal misbruik wordt gemaakt van de huidige situatie.” Dat de overheid „al jaren vaag is” over zzp’ers en er nooit in is geslaagd om duidelijk te maken wie zzp’er of ondernemer is, is slecht voor de werkgelegenheid, aldus Post: „Veel bedrijven durven hierdoor geen zelfstandigen in te huren. In deze goede economische tijd redden de meeste zzp’ers het wel, maar als de crisis langer had geduurd, dan niet.”

Lees ook: Nog twee jaar geen boetes voor zzp’ers (en hun opdrachtgevers)

Er is één groep die zich wel zorgen moet maken en dat zijn ‘kwaadwillenden’: zzp’ers die willens en wetens ‘in dienst’ zijn. Dat bleek in februari uit een brief van de minister aan de Tweede Kamer. In die gevallen gaat de Belastingdienst wel handhaven, staat in die brief – zonder te zeggen hoe. Het kabinet geeft hiermee naar eigen zeggen gehoor aan de „toenemende onvrede over mogelijke schijnzelfstandigheid bij voornamelijk de onderkant van de arbeidsmarkt”. Bij kwaadwillenden is sprake van een (fictieve) dienstbetrekking, evidente schijnzelfstandigheid en opzettelijke schijnzelfstandigheid. Maarten Post van ZZP Nederland is sceptisch: „Zelfs in die gevallen handhaaft de overheid haar eigen wetten niet. Dat zou wel moeten.”

Er worden op dit moment dus geen sancties opgelegd als blijkt dat een zzp’er in verkapte loondienst is. Zelfs in ‘kwaadwillende’ gevallen gebeurt er nauwelijks iets, volgens ZZP Nederland. En wie vanaf 1 januari 2020 opdraait voor boetes, naheffingen, et cetera hangt geheel af van de nieuwe wet. Als die er dan is tenminste.

    • Friederike de Raat