Opinie

Hoe word je een opiniemonster? Het stappenplan

levert ongevraagd advies over hoe u anderen met úw ongevraagde advies lastig kunt vallen. Een stappenplan voor professionele praatjesmakers.

Foto EPA / Paul Buck

Sinds kort publiceer ik regelmatig opiniestukken in Nederlandse kranten. Ik ben doorgebroken tot de lagere contreien van het schare Nederlandse opiniemonsters. Opiniemonsters worden vaak foutief aangeduid als ‘opiniemakers’. Dat is misleidend, want we maken alleen onze eigen meningen. Vervolgens terroriseren we het volk met die meningen, maar daarmee maken we niet hun meningen.

Sterker nog, de meeste mensen vinden ons zo vervelend, dat ze precies het tegendeel gaan vinden van wat wij ze vertellen: ‘Wat schrijft die lul? Ik vind precies het tegenovergestelde!’ Dat is ook waarom het electoraat al jaren naar rechts opschuift; er zijn namelijk net meer linkse dan rechtse opiniemonsters. Zo heeft met name VARA-opinieblog Joop de verrechtsing van Nederland aangejaagd.

Gek genoeg zijn er toch velen die het monsterschap ambiëren, maar niet goed weten hoe het moet. Een vriend van me is universitair docent en stuurt al tien jaar stukken naar kranten zonder dat er ooit iets is geplaatst. Hij is verontwaardigd, want hij is toch zo erudiet! Tja, zo werkt het niet. Dit spel heeft zijn eigen regels. Daarom bij deze een stappenplan voor publicitair succes:

1. Stuur je stukken daadwerkelijk op – en niet alleen ‘in je hoofd’. Dat lijkt evident, maar toch is hier een onbekend aantal grote talenten op vastgelopen.

2. Zeg zinnige dingen, maar ook veel onzinnige dingen. Probeer overal over mee te praten. Peter R. de Vries toont dat je je als schoenmaker niet bij je leest moet houden.

3. Pap aan met gatekeepers. Tussen jou en publicitair succes staat een hautaine redactie. Je kunt je het beste verbinden met een beschermheer. NRC-opinieredacteur Steven de Jong is de man achter mijn prille publicitaire carrière. De Jong is heel machtig, maar hij opereert alleen vanachter de schermen. Dat heeft iets mysterieus. Niemand heeft hem ooit ergens gezien. Hij geeft opdrachten via email en schijnt ver weg te wonen, aan het einde van een pad van gele klinkers.

4. Leer van andermans grandioze mislukkingen. Opinietovenaar De Jong heeft er vanuit zijn expertise toevallig net een goed boek over geschreven: Bezorgde Burgers – de heroïsche strijd van één man tegen de wereld (Lebowski Publishers). De hoofdpersoon is een fervent ingezondenbrievenschrijver die telkens afgewezen wordt door een niet nader genoemde kwaliteitskrant, en uiteindelijk doordraait. Zo moet het dus niet! De recensenten loven het boek als een spannende debuutroman die aan het denken zet over de maatschappij, blabla. Men vergeet de praktische boodschap: het is een allegorisch zelfhulpboek voor opiniemonsters in spé. Een goede aanvulling op mijn stappenplan.

5. Pas op voor columnist Arthur van Amerongen (Volkskrant, HP/De Tijd). Die man is levensgevaarlijk. Hij is de Nero van het schriftelijk vilein en zijn twittervolgers vormen een praetoriaanse garde. Daarnaast geniet hij de steun van columnisten Sylvain Ephimenco en Theodor Holman. Vorig jaar was er een opiniërende GroenLinks-medewerker die Van Amerongen maar niets vond en de Volkskrant en HP/De Tijd aanschreef met het verzoek Van Amerongen te ontslaan. Oeps. Hij werd voor straf door drie columnisten in drie verschillende kranten (HP/De Tijd, Trouw, Parool) voor paal gezet.

6. Scoor retweets van Wierd Duk (Telegraaf) door zijn meningen te spiegelen. Duks retweets bekronen je carrière. Iederéén op Twitter volgt Wierd Duk, ofwel direct, danwel via doorgestuurde screenshots. Hij is een eigen medium. Vooral kleinere kranten zoals De Kanttekening, waar ik columnist ben, zijn van hem afhankelijk. Een retweet van een artikel verhoogt het aantal lezers van zevenduizend naar zeven miljard. Daar ligt onze broodwinning. (Wierd, als je dit leest: alsjeblieft, alsjeblieft.) Je moet daarom je meningen aan die van Duk aanpassen, want hij retweet vooral dingen waar hij het mee eens is.

Nu kan je trouwens ook iets schrijven waar hij het juist mee oneens is, maar waar hij snel een weerwoord op kan leveren. Dan retweet Duk het met een negatief commentaar. Zo kan je nog steeds een groot publiek bereiken, zij het door jezelf voor lul te zetten. Dat is de strategie van Anousha Nzume en actiegroep De Grauwe Eeuw, een collectief van aan lager wal geraakte publicisten. Zij hadden met behulp van algoritmes berekend dat de kans op kritiek van Duk het grootst was als ze een ‘kinderfeestje’ (input 1) zouden bekritiseren onder verwijzing naar het ‘historisch onderdrukkende karakter’ (input 2) van ‘cowboy-en-indiaantje spelen’ (input 3). Dat hebben ze toen echt uitgevoerd. Het was maximaal flauw – petje af. En inderdaad: Duk leverde kritiek. Missie geslaagd.

Lees ook: Zeven tips voor het schrijven van opiniestukken

Daarna herhaalde Dipsaus, een podcast van Nzume en twee gelijkgestemden, dit trucje met het Boekenbal. Toen ze ‘Boekenbal’ invoerden in het programma, bleek dat ze moesten klagen dat Tommy Wieringa aandacht besteedde aan zijn onlangs overleden vriend, de dichter Menno Wigman. Het leverde de perfecte aanstootgevende tweet op: „Een andere witte man aan het woord over een … jawel een witmang… #Boekenbal #HalloWitteMensen.” En weer trapte Duk erin. Maar goed, of je nu op een positieve of een negatieve wijze Duks aandacht probeert te trekken, je moet sowieso zijn meningen over nieuwsitems continu in de gaten houden. Dát is precies waarom iedereen hem op twitter volgt. Zo houdt het systeem zichzelf in stand.

Veel succes!