Recensie

Het raadsel van het verdwenen echtpaar

Drago Jancar

In deze mooie roman van een van de beste Sloveense schrijvers zijn schuld, collaboratie, vrijheidsstrijd, heldendom en verraad zelden van elkaar te onderscheiden.

Foto i-Stock

De excentrieke, met een rijke zakenman getrouwde Veronika Zarnik krijgt halverwege de jaren dertig in de Sloveense hoofdstad Ljubljana een verhouding met Stevo, een cavalerie-officier uit het Joegoslavische leger. Het leidt tot een schandaal. Stevo wordt voor straf overgeplaatst naar een uithoek aan de oostgrens van Joegoslavië. Veronika gaat met hem mee en zegt het luxueuze leven op het landgoed van haar man vaarwel.

In de diepe provincie maakt de hartstocht al snel plaats voor dagelijkse beslommeringen en irritaties over en weer. Nadat Stevo Veronika op een dag een klap heeft gegeven, keert ze terug naar Leo. De ongelukkige Stevo trekt in 1941 ten oorlog tegen de Duitsers en belandt in 1945 in een Brits krijgsgevangenenkamp, waar op een nacht Veronika aan hem verschijnt. En juist daar begint Die nacht zag ik haar, de schitterende roman uit 2010 van Drago Jancar, een van de beroemdste schrijvers uit de Sloveense literatuur, die door meestervertaler Roel Schuyt eindelijk is vertaald.

In retrospectief vertelt Stevo in het eerste van de vijf hoofdstukken van het boek het verhaal van zijn verloren liefde. Op zichzelf is dat relaas al een compacte roman. Bijvoorbeeld over een wereld die tot 1941 een samenhangend geheel van tradities, eergevoel en elkaar respecterende standen is, maar daarna verkruimelt tot een gewelddadig panopticum. Of over een leger, dat zich verraden voelt door zijn opperbevelhebber, de in Londense ballingschap levende Joegoslavische koning, en dat uit trouw aan de monarchie de bossen in trekt om eerst tegen de Duitsers en daarna samen met hen tegen Tito’s communistische partizanen te vechten. Of, veel minder symbolisch, over het krampachtig vasthouden aan een verloren geluk.

Tot zover is Die nacht zag ik haar een klassieke roman, die zo in het oeuvre van Joseph Roth, Stefan Zweig of Gregor von Rezzori past. Maar Jancar biedt veel meer, dankzij de knappe compositie van zijn met een saus van Midden-Europese melancholie overgoten boek, dat je tot aan het einde toe meesleurt door de krochten van het Joegoslavische verleden, waarin schuld, collaboratie, vrijheidsstrijd, heldendom en verraad zelden van elkaar te onderscheiden zijn.

Verdwijning

Het verhaal draait om de verdwijning van Veronika en haar echtgenoot Leo, in de nadagen van de Tweede Wereldoorlog. Die verdwijning wordt na afloop van het relaas van Stevo in de volgende hoofdstukken geleidelijk aan uit de doeken gedaan, telkens vanuit een ander perspectief. Daardoor kom je pas op het allerlaatst te weten wat het echtpaar werkelijk is overkomen.

Als eerste is het de beurt aan Veronika’s demente moeder, die nog altijd in gesprek is met haar lang geleden overleden man. Mijmerend over haar huwelijk en haar leven op het landgoed van haar dochter en schoonzoon, probeert ze twee jaar na de oorlog te achterhalen wat er met hen is gebeurd. Ze hoopt dat ze naar Zwitserland zijn gevlucht, zodat ze nog leven. Maar dan herinnert ze zich dat Veronika en Leo middenin de nacht zijn meegegaan met een groep mannen, die tot Tito’s communisten behoorden. En dat belooft niets goeds, al wil ze dat niet weten en vlucht ze opnieuw in haar herinneringen, zoals aan de gelukkige jaren dat ze met haar man in Istrië woonde.

Zich afvragend wie haar bij haar zoektocht zou kunnen helpen, komt ze op de naam van de knecht Jeranek, die zich bij de partizanen van Tito heeft aangesloten. Maar ook moet ze aan de Duitse legerarts Horst denken, die in het volgende hoofdstuk zijn relaas doet.

Die legerarts woont dan in München, is vroeg oud geworden door de oorlogsmisdaden waarvan hij getuige is geweest en die hij, uit lafheid, niet heeft kunnen verhinderen. Zijn leven ‘helt steeds meer over naar gene zijde’, waar zijn dode kameraden zich bevinden. Horst probeert zich tegen zijn herinneringen te beschermen, omdat elke goede herinnering aan de oorlog meteen een slechte oproept.

Goede herinneringen

Een van die goede herinneringen betreft Veronika, met wie hij bevriend raakte toen hij in gezelschap van andere Duitse officieren haar landgoed bezocht. Aan de hand van zijn relaas voegt Jancar een nieuwe schakel toe aan de ketting van gebeurtenissen rond het verdwijnen van Veronika en Leo. Zo blijkt dat Leo niet alleen die Duitse officieren ontving, maar ook de communistische partizanen hielp. Een onverwachte, nachtelijke confrontatie tussen de legerarts en die partizanen zou Veronika en Leo wel eens fataal kunnen zijn geworden.

Mooi is dat door dit hoofdstuk opnieuw herinneringen aan Stevo zijn geweven. Zoals het moment waarop Veronika aan Horst vraagt over zijn ervaringen in Polen in 1939, toen Poolse ulanen te paard ten strijde trokken tegen Duitse tanks en massaal werden verpletterd. Even is Stevo weer terug in haar gedachten, want hij had haar geleerd om rechtop in het zadel te zitten, ‘als een Poolse ulaan’. ‘Ze kwamen uit een andere tijd,’ zegt Horst. En dan lees je: ‘Ze zei een tijdlang niets, daarna herhaalde ze wat ik gezegd had: uit een andere tijd.’ Alsof dat ook geldt voor haar liefde voor Stevo en al het andere dat ze voor de oorlog meemaakte.

In de twee laatste hoofdstukken doen respectievelijk het dienstmeisje Jozi en Jeranek hun zegje. De trouwe Jozi laat zien hoe Jeranek zijn bazen, die hem altijd goed hebben behandeld, verraadt. Niet uit kwade wil, maar uit karakterloosheid.

Jeranek mag het drama met een soort naoorlogse biecht voltooien. Hij is dan een man vol berouw, die de ene na de andere vroegere kameraad ten grave draagt. En zoals wel vaker, blijkt uit zijn relaas dat het kwaad een onschuldige oorsprong heeft. De daders hadden het eigenlijk niet zo bedoeld. Het gebeurde nu eenmaal, omdat ze jong waren en als beesten werden opgejaagd.

    • Michel Krielaars