Opinie

    • Lamyae Aharouay

Duisenberg adviseert Duisenberg

VVD-Kamerlid Pieter Duisenberg wilde dat er onderzoek werd gedaan naar de politieke diversiteit binnen de Nederlandse wetenschap. Hij diende begin 2017 samen met partijgenoot Karin Straus een motie in, waarin hij de regering verzocht om een analyse en om advies te vragen aan de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW). Ze wilden antwoord op de vraag of „zelfcensuur en beperking van diversiteit van perspectieven in de wetenschap in Nederland een rol spelen”. Duisenberg had gelezen dat het in de Verenigde Staten een onderwerp van discussie was, en hij wilde die discussie ook in Nederland voeren. Het tweetal vroeg om aanbevelingen over „hoe te allen tijde het vrije woord binnen de wetenschappelijke waarheidsvinding de ruimte zou moeten krijgen”.

Het deed nogal wat stof opwaaien. Duisenberg schreef in een opiniestuk, waarin hij het belang van zijn vraag wilde aantonen, dat het overgrote deel van de wetenschappers in de sociale wetenschappen te links is. Hij was niet voornemens om per partij wetenschappers te gaan turven, stelde hij de lezer gerust, maar hij wilde weten hoe groot het probleem van zelfcensuur en groepsdruk in Nederland is. „Dat zou de wetenschap, de bron van onze wijsheid, sieren.” KNAW-voorzitter José van Dijck noemde het debat in een interview met ScienceGuide „een moeras”. Maar die motie van Duisenberg, vond ze niet gek. „Toen ik hem las dacht ik, daar kunnen wij wel wat mee.”

En dat bleek.

Een jaar later is Duisenberg voorzitter van de Vereniging van Nederlandse Universiteiten. En zo kwam het dat voorzitter Duisenberg deze week een advies kon lezen waar Kamerlid Duisenberg om had gevraagd. Het goede nieuws is dat er volgens de KNAW geen signalen zijn van structurele censuur of zelfcensuur en beperking van een diversiteit aan perspectieven in de Nederlandse wetenschap.

Lees ook: KNAW: academische vrijheid wordt bedreigd

Nu we het toch hebben over academische vrijheden, moeten ze daar gedacht hebben, zijn er nog wel wat andere puntjes van zorg. Dat de druk om alleen nog maatschappelijk relevant onderzoek te doen enorm is bijvoorbeeld. Dat je onderzoek gedreven door nieuwsgierigheid wel op je buik kan schrijven. Dat onderzoeksbeleid wel erg gestuurd wordt door de overheid, die nogal waarde kan hechten aan de waan van de dag. Sommige onderwerpen kunnen onderbelicht blijven, waarschuwt de KNAW, als ze uit de maatschappelijke belangstelling verdwijnen. Maar dat iets geen #ophef is op Twitter, betekent niet dat het geen wetenschappelijke relevantie meer heeft.

Nog een punt van zorg is projectfinanciering, waarbij universiteiten samenwerken met het bedrijfsleven. Voor sommige bedrijven is het nog even wennen dat een universiteit niet te vergelijken is met de eigen R&D-afdeling, waar je tijdens de vrijdagmiddagborrel tegen je onderzoekscollega Henk kan zeggen dat je toch hoopt dat hij wel een beetje rekening houdt met de vooraf bedachte strategie tijdens het schrijven van zijn conclusies. Of, in de woorden van de KNAW: „De onafhankelijkheid en academische vrijheid kunnen worden belemmerd als de onderzoeker een grote bemoeienis toelaat van de opdrachtgever met de werkwijze, interpretatie en publicatie van de resultaten.”

Het is niet voor het eerst dat de KNAW deze waarschuwing doet. Eind januari nog, in het rapport De aantrekkelijkheid van Nederland als onderzoeksland, maakt de Akademie zich zorgen om dalende onderzoeksbudgetten en minder vrijheid in besteding. Je zou dus kunnen stellen dat er inderdaad een probleem is met een diversiteit van perspectieven in de wetenschap, alleen komt dat niet door te linkse wetenschappers, maar door politici die zoals het bedrijfsleven zijn gaan denken en efficiëntie belangrijker vinden dan nieuwsgierigheid.

De Haagse hype kan dus wel degelijk leiden tot een goed advies, alleen kan het zomaar zijn dat het advies die Haagse hype dan wel ontstijgt.

Lamyae Aharouay is freelance journalist en presenteert de podcast NRC Haagse Zaken.
    • Lamyae Aharouay