Column

De Turkijedeal is niet af

Zap Twee jaar geleden werd de Turkijedeal van kracht. Een documentaire laat zien hoe de Europese regeringen eensgezind de andere kant op kijken als het gaat om de beschamende losse eindjes van hun deal.

Eten voor vluchtelingen op Lesbos in De Deal (EO)

Bij EenVandaag waren ze het niet vergeten. Zeven jaar geleden begonnen in Syrië de protesten tegen president Assad. De actualiteitenrubriek van AVRO-TROS interviewde de Syrische Fatima Khaled Saad. Zij sloot zich vol optimisme aan bij de eerste protesten, werd gearresteerd en gemarteld. Negen maanden zat ze vast; inmiddels woont ze drie jaar in Nederland. Veilig, maar ver weg van de plaats waar ze eigenlijk wil zijn – voor zover die plaats nog bestaat.

Zeven jaar oorlog leverde 500.000 doden op, 6 miljoen ontheemden binnen Syrië en 5,6 miljoen vluchtelingen daarbuiten. De meesten zijn opgevangen in de regio, een miljoen is naar Europa gekomen.

Deze week is het twee jaar geleden dat de ‘Turkijedeal’ van kracht werd, de overeenkomst tussen de EU en Turkije die bepaalde dat de meeste nieuwe vluchtelingen terug moesten naar Turkije. De overeenkomst is grotendeels uit het politieke debat verdwenen.

Ten onrechte, zo maakt de woensdag door de EO uitgezonden documentaire De Deal van Eefje Blankevoort en Els van Driel pijnlijk duidelijk. De Turkijedeal is niet af. Op de eilanden Lesbos en Chia zitten duizenden mensen die geen kant op kunnen omdat de voorziene ‘herverdeling’ van asielzoekers over de Europese lidstaten wordt getraineerd. De omstandigheden worden er winter na winter slechter.

Vijf mensen stierven in de vorige winter van de kou in kamp Moria op Lesbos. Wekelijks wordt er een zelfmoordpoging gedaan, vertelt een restauranthouder die af en toe met zijn auto vluchtelingen ophaalt om ze bij hem en zijn vrouw te laten eten. „Als je van mensen houdt, dan kook je beter”, zegt zijn echtgenote.

Een Syriër vertelt over de schipbreuk die hij leed, hoe hij met een klein meisje in zijn armen uren in zee dobberde, zich vastklampend aan een zwemvest. Toen ze werden opgepikt was het kind al overleden. Hij had de overtocht gewaagd om bij zijn zieke vader in Duitsland te kunnen zijn. Die is nu dood, hij zit al elf maanden op Lesbos.

Akelige verhalen te over, maar De Deal gaat ook over beleid, of eigenlijk over de afwezigheid van beleid. Blankevoort en Van Driel volgen de Oostenrijker Gerald Knaus die van de ene na de andere Europese vergaderzaal trekt.

Over Knaus kun je verschillende gedachten hebben. Hij is de man die de Turkijedeal bedacht en zo de poort van Europa sloot voor de (Syrische) vluchtelingen, die nu niet verder dan Turkije komen. Hij verdedigt de overeenkomst als de beste oplossing twee jaar geleden, maar is inmiddels diep gefrustreerd over de uitvoering. Over het ontbreken van een goede snelle procedure in Griekenland, over de onwil van Europese landen om de Grieken te ontlasten, over de schimmige afspraken die worden gemaakt met Libische milities.

Volgens Knaus dreigt het debat in Europa zich te verplaatsen naar wat tot enkele jaren geleden alleen bespreekbaar was bij extreem rechts: de mogelijkheid om mensen weg te sturen zonder procedure. „Dan is het vluchtelingenverdrag dood. Als het rijkste continent ter wereld mensen terugstuurt, wie gaat ze dan opnemen?”

Critici zullen zeggen dat precies de Turkijedeal een stap in die richting was, maar de onvermoeibaarheid waarmee Knaus probeert het humanitaire hart van zijn plan te redden is bewonderenswaardig. De Deal laat zien hoe de Europese regeringen eensgezind de andere kant op kijken als het gaat om de beschamende losse eindjes van hun Turkijedeal. Zoals de restauranthoudster op Lesbos zegt: „Iedereen kan één mens helpen. Europa kan er duizenden helpen.”