Corrupt Kosovo blijft EU-agenten verbazen

Europese politiemissie In EU-verband proberen nog zo’n vijftien Nederlandse politiemensen een rechtsstaat op te bouwen in Kosovo. De missie is bijna voorbij, maar de rechtsstaat is er nog lang niet.

Korpschef Erik Akerboom laat zich rondleiden in Kosovo, waar de Nederlandse politie-inzet binnenkort stopt: „Met welk gevoel ga je hier straks weg als de missie is afgelopen?” Foto’s Josje Deekens/Politie Nederland

Politiecommandant Alexander Becker wijst naar de satellietfoto. „Hier ligt de grensovergang.” Verder naar rechts lopen bospaadjes over dezelfde grens. „Dat zijn de smokkelroutes”, zegt de Duitse commandant.

Over deze wegen worden dagelijks heroïne, wapens en prostituees vervoerd van Kosovo naar Servië. Eindbestemming: West-Europa. De lokale politie en douane weten ervan, maar knijpen een oogje dicht. Zelfs Colombiaanse drugskartels gebruiken de route, zegt Becker.

De Nederlandse korpschef Erik Akerboom knikt aandachtig. Als de briefing in de ommuurde basis in Noord-Kosovo voorbij is, kijkt hij zijn adviseur Emile Lindemulder aan. „Dit heeft ook gevolgen voor ons land.” Lindemulder, die de korpsleiding over internationale inzet adviseert: „Een reddingsbootje kan voor 99 procent heel zijn, maar als er één lek in zit, zinkt het. Ik denk dat wij hier recht in het lek van Europa kijken.”

Precies twintig jaar na het uitbreken van de Kosovo-oorlog bezocht Akerboom de Nederlandse agenten bij de Europese politiemissie Eulex. Hun doel: het land dat zich in 2008 afscheidde van Servië omtoveren tot een stabiele rechtsstaat die uiteindelijk EU-lid kan worden.

De korpschef wil de komende jaren tientallen extra agenten uitzenden naar het buitenland. „Veel criminaliteit heeft haar oorsprong buiten de landsgrenzen”, zegt Akerboom. „Of het nu gaat om georganiseerde misdaad, terrorisme of cybercriminaliteit: deze problemen kun je alleen internationaal aanpakken. In plaats van te wachten tot criminaliteit onze kant opkomt, is het effectiever om de politie te versterken in landen waar die vandaan komt.”

Verdeeld over de afgelopen tien jaar stuurde Nederland zo’n 350 politieagenten, juristen en marechaussees naar Kosovo. Onder de vlag van Eulex zouden zij de Kosovaarse grenzen dichten en een justitie- en politieapparaat opbouwen. Er zijn nu nog vijftien Nederlanders. Eulex telde in het begin 3.200 deelnemers. Wat is er van de missie terechtgekomen, nu het einde ervan nabij is?

In zijn Nederlandse politieuniform loopt Ronald van Leeuwen (53) door het centrum van hoofdstad Pristina. In 2002 was de missiemanager van de politie hier ook. Veel gebouwen waren verwoest. Mensen waren doodsbang voor hun eigen politie, herinnert hij zich. „Omdat ze veel geweld gebruikten, durfde niemand aangifte te doen.” Inmiddels is het centrale plein van Pristina strak betegeld, staan er boekenkramen met de nieuwste Albanese literatuur. Modieus geklede vrouwen flaneren langs koffietentjes. Kosovaren durven tegenwoordig wel aangifte te doen, zegt Van Leeuwen.

Dat is volgens hem mede dankzij Eulex. Hij trainde en adviseerde de Kosovaarse politie en rapporteerde aan de EU. Eulex heeft ertoe geleid dat de politie in Kosovo in staat is haar taken „grotendeels conform de gestelde standaarden uit te voeren”, schreef toenmalig minister Koenders (Buitenlandse Zaken, PvdA) in 2016 aan de Kamer. De douane zou zich dankzij Eulex hebben ontwikkeld „tot de meest effectieve [...] in de regio”, meldde hij ook.

Dat blijkt een te positieve voorstelling van zaken. De grens blijkt lek, en de Kosovaarse politie voldoet nog niet aan Europese standaarden, vertellen de missieleden korpschef Akerboom.

Wat wij corruptie noemen, noemen ze hier goed voor elkaar zorgen.

Missiemanager Ronald van Leeuwen

Hans, die leiding geeft aan de Nederlandse missieleden en om veiligheidsredenen niet met zijn achternaam in de krant wil, vertelt over een recente liquidatie in Noord-Kosovo. Een Servische politicus die toenadering zocht tot de Kosovaarse bevolking, werd in januari doodgeschoten. Het eerste wat de politie deed is het bewijs verdonkeremanen. Hans hoorde dat ze de kogelhulzen gewoon in hun broekzak stopten.

„Wat als Eulex hier weggaat?”, vraagt Akerboom. „Dan is niet uitgesloten dat de oorlog weer uitbreekt”, voorspelt Hans.

Missiemanager Van Leeuwen: „Veel Kosovaren zijn teleurgesteld. Zij hadden verwacht dat wij de boel op orde zouden komen brengen.”

Maar de corruptie bleek hardnekkig. Van Leeuwen viel van de ene verbazing in de andere. „Het is een enorm cultuurverschil”, zegt hij. „Wat wij corruptie noemen, noemen ze hier goed voor elkaar zorgen.” Kosovo is opgebouwd uit hechte families die samen clans vormen. „Enerzijds is die structuur hun redding geweest: zo heeft de bevolking jaren van onderdrukking kunnen overleven.” Maar tegelijk nemen agenten clangenoten in bescherming, en kan informatie over beschermde getuigen bij criminelen belanden.

Dat de corruptie reikt tot aan de hoogste politiek-bestuurlijke laag, is nog een verklaring voor de moeilijke strijd ertegen. Na de oorlog waarin het Kosovaarse Bevrijdingsleger het tegen de Serviërs opnam, kregen de officieren uit dat leger hoge posities. En nog steeds besturen deze veteranen het land, terwijl ze zelf soms banden hebben met de onderwereld of verdacht worden van oorlogsmisdaden.

Verdachtenlijstje

Zo stelt onderzoek uit 2010 in opdracht van de Raad van Europa dat leiders van het Bevrijdingsleger schuldig zijn aan moord, mishandeling en ontvoering. Na de oorlog zouden de officieren, onder leiding van de huidige president Hashim Thaci, een maffia-achtig netwerk hebben gevormd dat zich bezighield met wapen- en drugssmokkel. De meest bizarre claim: ze zouden Servische krijgsgevangenen hebben vermoord om hun organen op de zwarte markt te verhandelen. Na dit rapport werd Kosovo door de EU en de VS gedwongen een strafproces te accepteren. In Den Haag buigen internationale rechters zich binnenkort over de beschuldigingen. Volgens hardnekkige geruchten staat de gehele politieke top van Kosovo op het verdachtenlijstje, inclusief president Thaci.

Je levert in wat je in jaren hebt opgebouwd.

Erik Akerboom, korpschef

Het maakt Eulex tot een bedreiging voor de machthebbers. Komen zij niet vrijwillig naar Den Haag, dan valt te verwachten dat de missie in stelling wordt gebracht om de kopstukken aan te houden. Daarom doet de regering volgens diplomatieke bronnen nu haar best om van Eulex af te komen. Ondertussen bouwt ook de EU zelf de missie af, omdat het politieke draagvlak ervoor afneemt.

Het gevolg ervaren de Eulex-agenten. Corruptie-onderzoeken waar zij jaren aan hebben gewerkt, worden na overdracht aan Kosovaarse autoriteiten stilgelegd. Recentelijk zijn vijf megazaken van Eulex, onder meer tegen hooggeplaatste Kosovaren die grond van Serviërs zouden hebben onteigend, door de lokale justitie geseponeerd. „Het wordt zo, whop, de prullenbak ingeschoven”, zegt een Nederlandse agent.

In de auto terug naar het vliegveld zegt Akerboom dat het aflopen van de missie wel „iets tragisch” heeft. „Je levert in wat je in jaren hebt opgebouwd.”

Adviseur Lindemulder: „De politieke realiteit is dat we de missie niet weer kunnen opschalen. Dat zou door de Kosovaarse overheid worden ervaren als een nieuwe bezettingsmacht.”

Politiecommandant Becker, die de korpschef in Noord-Kosovo briefde over de lekke grens, denkt er anders over. De liquidatie van de Servische politicus gebeurde vlak voor zijn voordeur. Toen Becker kwam kijken, klampte een bewoonster zich aan hem vast. ‘Help ons, alsjeblieft!’, had ze geroepen. Het heeft hem aangegrepen. Becker voelt zich „teleurgesteld” dat Eulex niet meer voor de bevolking heeft kunnen betekenen.

„Als de missie straks is afgelopen”, vraagt Akerboom, „met welk gevoel ga jij hier dan weg?”

Becker: „Met het gevoel dat we de bevolking in de steek laten.”

    • Andreas Kouwenhoven