Contract voor onderwijs thuis bestaat wel degelijk

Thuiszitters Formeel mag het niet. Toch stemmen ministerie en inspectie in met contracten voor thuisonderwijs dat door scholen wordt betaald.

Foto iStock

Scholen hebben de afgelopen jaren regelmatig contracten afgesloten met ouders van wie de kinderen tijdelijk thuis onderwijs krijgen, hoewel het ministerie van Onderwijs en de Inspectie van het Onderwijs formeel tegenstanders zijn van deze praktijk. Dat zegt onderwijsadvocaat Katinka Slump. Zij heeft deze week 46 van die contracten in de openbaarheid gebracht.

De ‘Miep Ziek-contracten’ tussen school en ouders, zoals ze worden aangeduid, zijn gezien en goedgekeurd door de autoriteiten, blijkt uit de documenten. Het contract wordt omschreven als „een specifiek traject, met daaraan gekoppeld een individueel handelingsplan, dat bij wijze van uitzondering met toestemming van het bevoegd gezag, voor gezien door het ministerie van OCW en de Inspectie van het Onderwijs, wordt toegepast”. De contracten bepalen dat de school het onderwijs betaalt, dat het een „experiment” betreft en dat ouders en school elkaar daarom bij een mislukking niet aansprakelijk mogen stellen.

De contracten die Slump publiek heeft gemaakt – sommige heeft zij zelf helpen opstellen – dateren van enkele jaren geleden. „Maar ik heb ze ook van heel recent. Helaas zijn ze alleen voor de happy few. De meeste ouders en scholen weten van niets. Vandaar dat ik deze informatie deel”, aldus Slump. Door geen ruchtbaarheid te geven aan de mogelijkheid thuis te leren, blijven volgens haar te veel kinderen verstoken van onderwijs.

Thuiszitters

De leerplicht bepaalt dat scholieren van 5 tot 16 jaar dagelijks naar school moeten. Ongeveer tienduizend leerplichtige kinderen zitten echter thuis. Zo’n 4.500 van hen zijn niet ingeschreven bij een school. De anderen worden veelal gerekend tot de „niet leerbare” groep; scholieren die om psychische of lichamelijke redenen niet goed in staat zijn te leren en van wie de scholen niet weten wat ze met hen aan moeten.

De afgelopen jaren is meer aandacht gekomen voor deze groep ‘thuiszitters’. Voor ‘passend onderwijs’ is wetgeving gekomen, en minister Slob (Onderwijs, ChristenUnie) wil scholen stimuleren thuiszitters een passend aanbod te doen. Er is een ‘thuiszitterspact’ opgesteld. Een ‘aanjager’, voormalig kinderombudsman Marc Dullaert, moet ministeries, scholen, jeugdzorg en gemeenten brengen tot het doel: over twee jaar geen enkel kind langer dan drie maanden thuis zonder passend onderwijsaanbod.

Volgens Slump zijn er echter nog steeds veel ouders die te horen krijgen dat er op school geen plaats is voor hun kind en die „wanhopig” op zoek zijn naar onderwijs. Door de contracten te openbaren, krijgen ouders beter zicht op wat mogelijk is.

De Inspectie van het Onderwijs laat nu weten dat tussen 2002 en 2016 in 55 uitzonderlijke gevallen ‘maatwerk-contracten’ zijn opgesteld voor kinderen die thuis zaten, wegens een door een arts vastgestelde aandoening. Doel was dat de leerling „zo mogelijk uiteindelijk toch weer naar school kon”.