Bestrijder van ‘bijziendheid in de tijd’ had (bijna) altijd gelijk

Necrologie Maarten Brands (1933-2018) De erudiete historicus Maarten Brands bestreed de waan van de dag en de vooroordelen over Duitsers. Hij had bijna altijd gelijk.

Prof. dr. Maarten Brands, emeritus hoogleraar van de Universiteit van Amsterdam, was een historicus, die zich ook bezighield met filosofie, sociologie en politicologie. Foto Peter van Beek/HH

Op het deftige Amsterdams Lyceum zat begin jaren vijftig een boomlange jongen, die – anders dan zijn meeste klasgenoten – ’s ochtends vroeg kwam aanfietsen uit de Haarlemmermeer. Hij had een fotografisch geheugen en wist altijd alles beter dan zijn leraren, met wie hij felle debatten voerde. Thomas Mann was zijn morele ijkpunt. Die jongen heette Maarten Brands en zou zich dankzij zijn dwarsheid in de volgende decennia ontwikkelen tot de meest invloedrijke historicus van Nederland op het woelige gebied van de Koude Oorlog. Hij overleed maandag op 84-jarige leeftijd in Amsterdam.

Brands studeerde geschiedenis in Amsterdam. In 1965 promoveerde hij bij Jan Romein op het proefschrift Historisme als ideologie. Hierin keerde hij zich tegen het misbruik van de geschiedswetenschap, aan de hand van de beroemde Duitse historicus Friedrich Meinecke, die met zijn werk de weg had helpen bereiden voor het nazisme. In 1970 volgde hij zijn promotor Jan Romein op als hoogleraar.

Als historicus ging Brands’ hart uit naar Duitsland en bestreed hij de vele vooroordelen die over dat land bestonden. Het leidde er uiteindelijk toe dat hij in 1996 het Duitsland Instituut oprichtte, waarvan hij wetenschappelijk directeur werd. In die hoedanigheid bestreed hij, met veel succes, opnieuw de vooroordelen over Duitsland en de Duitsers.

Een gewone historicus kun je Brands niet noemen. Hij was een generalist, die interdisciplinair te werk ging. Behalve met de theorie van de geschiedenis en de historiografie hield hij zich ook bezig met filosofie, sociologie en politicologie. Hij volgde de ontwikkelingen in deze disciplines op de voet en integreerde ze in de geschiedswetenschap.

Vrij-Nederlandcolumnist Piet Grijs noemde hem ‘de Navo-professor’

Maar in de eerste plaats was hij een politiek historicus, die de polemiek niet schuwde en actief was in adviesraden van de regering. In de jaren van de Koude Oorlog zag hij het als zijn taak als historicus om de waan van de dag te bestrijden. „Geschiedenis is een waarborg tegen bijziendheid in de tijd”, parafraseerde hij de Britse filosoof Bertrand Russell. Zijn waarschuwende woorden over de dreiging van de Sovjet-Unie leverden hem felle kritiek op van links. Zo noemde Vrij-Nederlandcolumnist Piet Grijs (pseud. van Hugo Brandt Corstius) hem ‘de Navo-professor’, waarop Brands zijn studenten waarschuwde voor de onbetrouwbare berichtgeving in dat weekblad.

Na zijn proefschrift publiceerde Brands geen grote werken meer. Maar toen in 2013 twee dikke bundels met zijn verzamelde artikelen verschenen, bleek hoe productief en veelzijdig hij toch was geweest. Van alle door hem behandelde kwesties wist hij in een mum van tijd de kern van de zaak te raken. Net als zijn grote voorbeeld, NRC-columnist J.L. Heldring, had hij bijna altijd gelijk. Als je bij hem thuis had gezien hoe hij tussen zijn duizenden boeken leefde, die zijn dagelijkse kost waren, besefte je dat het ook niet anders had gekund.

Lees hier een beschouwing over de essay’s van Brands

In zijn recensie van die twee boeken (Boeken, 21.01.2014) vergeleek Marnix Krop Brands met een pientere olifant, een dier dat alles in de gaten houdt. Die olifant is nu geveld. En ten tijde van de huidige internationale chaos en de hervatte Koude Oorlog met Rusland is dat een betreurenswaardig en groot verlies.