Vuma Levin: „Ik heb altijd al een diepe patriottische drang gehad om terug naar Zuid-Afrika te gaan en bij te dragen aan het land.”

Foto Lauren Mulligan

‘Alles wat me Zuid-Afrikaans maakt ontdekte ik in Amsterdam’

Interview Jazzgitarist Vuma Levin neemt in zijn muziek de identiteit van Zuid-Afrika en zichzelf onder de loep. Na acht jaar Amsterdam woont hij nu weer in Johannesburg, om iets terug te doen voor zijn land.

Hij werd geboren onder het apartheidregime, maar groeide op in de optimistische jaren van de regenboognatie. Toen jazzgitarist Vuma Levin (31), kind van een zwarte moeder en een witte vader, zijn boze tienerjaren doormaakte, begon ook het nieuwe Zuid-Afrika volwassen te worden, met alle problemen van dien. In zijn muziek – een combinatie van traditioneel Zuid-Afrikaanse stukken en contemporaine jazz – onderzoekt Levin de identiteit van Zuid-Afrika na de afschaffing van de apartheid, en daarmee zichzelf. Maar om dat te kunnen moest hij eerst het land verlaten. Hij studeerde aan het conservatorium van Amsterdam. „Alles wat me Zuid-Afrikaans maakt, ontdekte ik pas in Amsterdam, waar ik zo anders was dan de mensen om me heen.” Sinds een jaar woont hij weer in Johannesburg, waar hij lesgeeft aan het conservatorium. Hij komt vaak terug in Amsterdam, zoals nu, voor enkele optredens met zijn kwintet. „Na acht jaar is de stad echt diep in mij gaan zitten. Eigenlijk ben ik nog altijd niet geland in Johannesburg. Dat realiseer ik steeds wanneer ik hier weer ben.”

Waarom ging u terug?

„De baan aan het conservatorium was een mooie kans, maar ik heb altijd al een diepe patriottische drang gehad om terug naar huis te gaan en bij te dragen aan het land. Ik ben opgegroeid in een welvarend gezin waardoor ik kon studeren in het buitenland. Veel mensen in mijn positie verlaten het land voorgoed, waardoor er een tekort is aan goed geschoolde mensen. Zo iemand wil ik niet worden.”

Wat bedoelt u met het onderzoeken van de identiteit van Zuid-Afrika van na de apartheid?

„Na de apartheid was er een feeststemming en veel opluchting dat het land niet uit elkaar viel. Dat optimisme dekte de scheuren af die er wel degelijk waren. Nu is Zuid-Afrika een jongvolwassene van 24 jaar en ziet het steeds duidelijker zijn eigen tekortkomingen, waardoor de spanning toeneemt. Dat heeft alles te maken met ras, macht en ongelijkheid. Dat is waar mijn muziek over gaat.”

Lees ook dit interview met fotograaf David Goldblatt, na de recente studentenrevolte in Zuid-Afrika verhuist hij zijn archief naar de VS.

De recente geschiedenis weerspiegelt ook uw eigen jeugd.

„Zonder twijfel. Ik had een rare positie. Mijn vader, wit en joods, was lid van het ANC en toen ik geboren werd, woonden we in politiek ballingschap in Swaziland, waar mijn zwarte moeder vandaan komt. In 1989 gingen we terug naar Zuid-Afrika waar mijn vader het verzet ondersteunde. Ik ging naar een van de eerste scholen met gemengde klassen, dus de raciale spanningen raakten mij niet direct. Ik groeide op met de klassieke tienerproblemen: dat een meisje me niet leuk vond.

„Toch zat er altijd een sinistere kant aan mijn tienerwoede, al realiseerde ik me dat pas later. In winkels sprak het personeel alleen mijn vader aan, iedereen dacht dat mijn moeder de schoonmaakster was. Op vakantie gingen we naar streng conservatieve Afrikaner stranden. Kwamen we daar met mijn zwarte halfzus en halfbroer en ik en mijn zus van gemixt bloed. Ze wisten niet wat ze zagen.”

Hoe verwerkt u uw politieke boodschap in instrumentale muziek?

„Er zit veel betekenis in het gebruik van traditionele Zuid-Afrikaanse stukken in jazzcomposities. Voor mijn scriptie in Amsterdam maakte ik transcripties van de eerste opnames uit koloniale tijden en bestudeerde ik recente stadsmuziek uit de tijd van de apartheid. Dat gebruik ik vrij letterlijk. Die muzikale vondsten staan naast jazz en pop, invloeden die voor mij ook echt Zuid-Afrikaans zijn, want ik groeide op in dezelfde geglobaliseerde wereld als mensen in Amsterdam. Maar omdat Afrika vanuit het westen vooral als traditioneel wordt gezien, is zo’n combinatie direct een statement. Ik wil dat beeld kantelen.”

Kunsthal Kade in Amersfoort toont werk van jonge Zuid-Afrikaanse kunstenaars. Zij zijn na de apartheid opgegroeid, maar kennen de gevolgen. „De richting van het verzet is veranderd.”

De luisteraar moet dus niet denken dat de popinvloeden uw Amsterdamse kant zijn?

„Zeker niet. Ik begon pas jazz te luisteren op mijn negentiende, daarvoor groeide ik op met Pink Floyd en als tiener luisterde ik naar Linkin Park en Limp Bizkit, later Coldplay en Radiohead. Dat is voor mij heel duidelijk deel van mijn Zuid-Afrikaanse identiteit.”

Wat is het verschil tussen het spelen van uw muziek in Zuid-Afrika en hier in Nederland?

„In Johannesburg kwam ik er vrij snel achter dat ik de muziek die ik in Amsterdam voor mijn kwintet schreef daar niet op dezelfde manier kan spelen. Ik schreef het met de specifieke muzikanten in gedachten. Het was grappig: die Afrikaanse stukken klonken zo goed met Zuid-Afrikaanse muzikanten. Zo veel groove, man! Maar de stukken die mijn eigen stem van een Zuid-Afrikaan in Amsterdam vertolken, kwamen minder goed uit de verf.

„Misschien realiseert niet iedereen zich hoe goed de Nederlandse muziekscene is, zowel jazz als pop. Ik had weinig moeite om de Zuid-Afrikaanse stukken uit te leggen aan mijn muzikanten hier. Natuurlijk hebben ze niet dezelfde achtergrond en het gevoel erbij, ze spelen het eigenlijk met een Europees accent. Dat klopt wel in het verhaal.”

    • Leendert van der Valk