Ziekenhuizen mogen niet afwijken van salarisnormen

De ziekenhuizen wilden een uitzondering op de inkomensregels. De Raad van State gaf hen in het hoger beroep ongelijk.

Foto ANP

Ziekenhuizen mogen hun bestuurders niet meer salaris betalen dan momenteel is toegestaan volgens de regels voor salarissen in de (semi-)publieke sector. De Raad van State heeft de minister voor Medische Zorg en Sport gelijk gegeven in het hoger beroep dat onder meer door de Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen (NVZ) en een aantal ziekenhuizen was aangespannen.

De partijen begonnen een rechtszaak tegen de toenmalige minister van Volksgezondheid omdat ze een uitzondering op de inkomensregels wilden. De andere ziekenhuizen die zich bij de rechtszaak hadden aangesloten zijn de stichting Christelijk Algemeen Ziekenhuis Noordwest-Veluwe, de stichting Reinier Haga Groep en de stichting Gelre Ziekenhuizen. Oud-staatssecretaris Martin van Rijn is sinds eind 2017 bestuursvoorzitter van de Reinier Haga Groep.

Ziekenhuizen vreesden afhaken medisch specialisten

Sinds 2015 mogen ziekenhuisbestuurders en -directeuren volgens de Wet Normering Topinkomens niet meer verdienen dan een minister. In 2018 bedraagt dat maximale salaris 187.000 euro, inclusief de vakantietoeslag, eindejaarsuitkering, pensioenbijdrage en onkosten zoals de reiskostenvergoeding. De inkomensregels gelden voor alle topfunctionarissen die na januari 2016 in dienst zijn gekomen. Voorheen mochten topbestuurders maximaal 130 procent van het ministerssalaris verdienen. De NVZ vond dat door de nieuwe regels de zorgkwaliteit werd bedreigd omdat medisch specialisten door de salarisverlaging minder snel in de raad van bestuur zouden willen zitten.

De NVZ argumenteerde dat de wet niet een algemeen geldend karakter heeft, maar op een specifieke groep van toepassing is en dat er daarom categorale uitzonderingen kunnen worden gemaakt voor alle bij de NVZ honderd aangesloten ziekenhuizen. Die redenering wees de rechtbank in februari 2017 af: de wet voorziet weliswaar in uitzonderingen, maar dan wel van individuele bestuurders.

In het hoger beroep beargumenteerden de ziekenhuizen onder meer dat hun bezwaren niet gehoord zijn door de minister. De Raad van State ziet geen aannemelijke reden dat dit tot een ander besluit had geleid en wees daarom ook dit af.

    • Anouk Eigenraam