Zeven jaar cel voor grensincident tijdens asielcrisis Hongarije

Hongarije

Een Syrisch-Cypriotische vluchteling heeft zich volgens de Hongaarse rechter schuldig gemaakt aan terreur. De man die met zijn familie naar West-Europa wilde reizen, protesteerde in 2015 bij de pas gesloten Hongaars-Servische grens.

Politieman patrouilleert langs de Hongaars-Servische grens. Foto Zoltan Gergely Keleman/EPA

Een rechtbank in de Hongaarse stad Szeged heeft een Syrisch-Cypriotische man woensdag in hoger beroep veroordeeld tot een celstraf van zeven jaar voor het illegaal oversteken van de Servisch-Hongaarse grens en betrokkenheid bij rellen met de Hongaarse politie tijdens de migratiecrisis van 2015.

Volgens de rechtbank maakte de veroordeelde Ahmed H. zich daarbij schuldig aan terrorisme. De rechtbank in Szeged volgde woensdag eenzelfde logica als de lagere rechtbank, die Ahmed H. in 2016 tot tien jaar cel veroordeelde.

Terreurdaad

Een dag nadat de Hongaarse autoriteiten de noodtoestand afgekondigd hadden, stond Ahmed H. in september 2015 voor een gesloten grensovergang met enkele Syrische familieleden die hij vergezelde richting West-Europa. Tijdens een confrontatie met de politie sprak Ahmed H. een menigte migranten toe per megafoon, eiste hij doorgang van de politie en gooide hij projectielen in de richting van de agenten. Volgens het Hongaarse Openbare Ministerie poogde hij zo dwang uit te oefenen op de autoriteiten om de grens te openen. Dat interpreteren de aanklagers als een terreurdaad.

Door in te stemmen met die interpretatie, rekt de rechter de definitie van terrorisme op, vinden mensenrechtenorganisaties als Amnesty International. Volgens hen wordt de rechtspraak in Hongarije politiek beïnvloed. Regeringspartij Fidesz heeft van de strijd tegen migratie de inzet gemaakt van de parlementsverkiezingen van 8 april. De partij voerde uitgebreid campagne voor een veroordeling van Ahmed H. Volgens Fidesz is er geen twijfel dat „de terrorist die onze grenzen aanviel” schuldig was.

    • Roeland Termote