Ze grappen liever over vrouwen dan over #MeToo

#ArtToo: Cabaret

Goed cabaret strijkt tegen de haren in, en zet aan het denken. Maar de cabaretier heeft het moeilijk met wat hij (en soms zij) ziet als modieus: van alcoholvrij bier tot quinoa en mannen met knotjes. Dus ook met #MeToo.

Louise Korthals en Dolf Jansen tijdens hun oudejaarsconference 2017. Foto Jaap Reedijk

Worden Harvey Weinstein en alle andere pussy grabbende mannen ter wereld keihard te kakken gezet door cabaretiers? Niets is minder waar. Over #MeToo gaat het nauwelijks in de theaterzalen van Nederland.

Daar is een aantal redenen voor te bedenken. Ten eerste dat humor en satire vaak in de hoek van de tegenstem zit, in de doorbreking van het taboe, niet in de steunbetuiging. Cabaret gaat ook langzamer dan u denkt. Met schrijven en try-outen ben je zo een jaar verder en #MeToo is pas van afgelopen herfst. Uw cabaretier is ook conservatiever dan u denkt. Om seks en seksistische grappen wordt nu eenmaal goed gelachen. En de cabaretier heeft grappen te verkopen. Dat is de economie van de humor.

Is de MeToo-beweging soms te ingewikkeld voor grappenmakerij? Dat is wat cabaretier Louise Korthals in november in een interview betoogde. Zij maakte met collega Dolf Jansen een oudejaarsconference en zei: „De #MeToo-discussie is te gelaagd en te complex om daar in de korte tijd van een voorstelling echt iets zinnigs over te zeggen. De discussie over de verziekte seksuele moraal bij mannen meandert alle kanten op. Niemand in de zaal zit ook op een lange verhandeling te wachten; daar zijn andere podia voor.”

In de voorstelling die Korthals en Jansen maakten, kwam het onderwerp toch langs. Zij maakte het serieuze statement, hij een grap: dat hij met de Women’s March in ieder geval duizenden vrouwen dezelfde kant op had zien lopen. Met haar bijdrage maakte Korthals in ieder geval duidelijk dat de aandacht voor geweld tegen vrouwen geen materiaal voor een grap was. Ze vindt dat #MeToo gaat „over een verziekte seksuele moraal bij mannen in machtsposities. Dat moet aan de kaak gesteld worden.” En ze legde schuld voor het alle kanten op ‘zwieberen’ van de discussie bij „interviewers als Pauw en Matthijs van Nieuwkerk”.

kunstwerkmasker

Guido Weijers. Foto Loens Media

Die dubbele positie – serieus het probleem definiëren, dan een grap ten koste van vrouwen – vertolkte Guido Weijers in zijn oudejaarsconference in zijn eentje. Hij begon met: „Laat ik duidelijk zijn: als jij je macht misbruikt om tegen de wil van iemand anders seks te verkrijgen, dan moet dat veroordeeld worden.” Dan de nuancering: „Maar ik heb ook het idee dat #MeToo een social-mediahype werd. Dat iedereen maar te pas en te onpas de hashtag MeToo erachteraan knalde.”

#MeToedeloe

Het is zeker waar dat niet elke MeToo-beschuldiging hout snijdt. Uitwassen en miskleunen zijn de betreurenswaardige keerzijde van een belangrijke maatschappelijke ontwikkeling. Het is goed dat een cabaretier de vinger op die zere plek legt, zoals goede satire een antenne heeft voor opgeblazen ego’s, holle kreten, ijdele kwasten en zelfingenomen machthebbers. Wie vindt dat er meer misgaat dan goed is aan de ontwikkeling dat vrouwen wijzen op verzwegen geweld, is bij deze cabaretiers aan het goede adres.

Maar even goed kan je zeggen dat die kritiek op #MeToo doorslaat als Weijers een aanranding goedpraat door hem te beschrijven als een hond die op je springt en je gezicht aflebbert. „Ja, kijk, als je hondje het doet dan zeg je: o, hij is enthousiast. Maar als je baasje het doet, is het opeens MeToo.”

kunstwerkmasker

Louis C.K. Foto EPA

Ook vertelde Weijers over collega Louis C.K., die masturbeerde ten overstaan van twee comédiennes. Met opnieuw dubbelzinnig commentaar: „Hij heeft het op zich netjes gevraagd. Ik wil het niet goedpraten, het is een heel ongemakkelijke situatie.” Maar het gaat hem om de seksistische toegift: de constatering dat hij zich niet kon voorstellen dat het hem zou overkomen, met Claudia de Breij en Brigitte Kaandorp: „Het zou me niet eens lukken.”

Ook Youp putte uit de altijd beschikbare pot met ‘ik mag toch zeggen wat ik wil’ door #MeToo te koppelen aan een verkrachtingsfantasie. In zijn fictieve stamcafé voerde hij tijdens zijn oudejaarsconference een vrouw op die zegt nooit seks te hebben gehad en dan bekent: „Dan lees ik al die MeToo-verhalen en dan denk ik: ze hadden mij toch wel één keer kunnen misbruiken. Mannen deden bij mij altijd metoedeloe.”

kunstwerkmasker

Youp van ’t Hek tijdens ‘Een vloek en een zucht’, zijn oudejaarsconference 2017. Foto Bob Bronshoff

Een van de stamgasten vraagt hem ook: „Ga je ons nu vertellen dat we geen vlees meer moeten eten?” Waarop Youp antwoordt: „Nee, zo’n soort cabaretier ben ik niet.” Wat grappig is, want Youp staat algemeen te boek als een moralist die al decennia de lach haalt met vertellen wat en wie er niet deugt. In dat wereldbeeld heeft het bespotten van vrouwenmishandelaars geen urgentie.

Zwarte Piet

Geslaagde satire was er wel, via andere media. De makers van Zondag met Lubach voerden een minimusical op met masturbatielied: „Ben je gefrustreerd wanneer je iets probeert? En is ze niet geïnteresseerd? Doe het dan lekker met jezelf!” En Pieter Derks vroeg zich in een column op Radio 1 af waarom het zoveel over vrouwen ging bij #MeToo: „Moeten we het niet hebben over de dader?” Zijn conclusie was dat hij ooit zijn dochter wel zou waarschuwen voor enge mannen en viezeriken, maar dat hij daarna toch vooral even met haar broertje zou gaan praten.

Arjen Lubach won met het programma Zondag met Lubach de Gouden Televizier-Ring.

Foto ANP KIPPA/Robin van Lonkhuijsen

Grappen over onrecht en onkunde hebben cabaret de naam gegeven links en progressief te zijn. Goed cabaret strijkt tegen de haren in, doorbreekt taboes en zet aan het denken of voelen. Maar wat als een maatschappelijke ontwikkeling de cabaretier zelf niet zint? Dan worden nieuwe ideeën en gebruiken weggezet als modieus. Zie bijvoorbeeld het verwijt dat Theo Maassen collega Marc-Marie Huijbregts onlangs maakte in een gezamenlijk interview in HP/De Tijd, nadat Huijbregts tegen Maassen had gezegd dat hij niet meer ‘blank’ maar ‘wit’ moet zeggen: „Wat ben jij voor een modieus mannetje? Twee jaar geleden was ‘blank’ nog goed.” Huijbregts antwoordde haarscherp: „Ik zal het je nog sterker vertellen: zes jaar geleden speelde ik nog Zwarte Piet.”

Reactionaire trekjes zijn wijdverbreid onder cabaretiers. Zie bijvoorbeeld hoe de weerstand tegen het ‘modieuze’ de afgelopen jaren leidde tot eindeloos veel flauwe grappen over mannen met baarden, koffievarianten, yoga, mindfulness, kindernamen, genderneutraliteit, vegetarisch eten, etc. Wie veel cabaret ziet, heeft de buik vol van grappen over quinoa die niet dieper gaan dan het sentiment dat quinoa een idiote afwijking is van normaal eten. Dat is de Gijp-norm, die een transgender ziet als een overtreding van het ‘normale’. Het bekendste voorbeeld is de Buckler-grap van Youp, die de noviteit van alcoholvrij bier afdeed als gereformeerd bier voor lullen van veertig. Ze stoorden mannen in het café die bezopen probeerden te worden.

Uit onderzoek blijkt

Het verwijt dat mannen ‘te pas en te onpas’ worden aangevallen of dat #MeToo niet meer dan een ‘sociale-media-hype’ zou zijn, komt voort uit de gedachte dat een man pas na veroordeling door de rechter kan worden aangesproken op zijn gedrag. Over die juridische opstelling schreef Folkert Jensma in deze krant een verhelderende column.

De bewijsvoering in zedenzaken is zo ontmoedigend en ingewikkeld voor slachtoffers dat veel vrouwen afzien van aangifte. Een procesgang kan zo vier jaar duren, schreef Jensma, terwijl uitgangspunt voor de strafmaat bij verkrachting twee jaar gevangenis is. „Het OM kreeg in 2016 van de politie 530 zaken voorgelegd waarvan er 310 meteen opzij werden gelegd, meestal wegens bewijsproblemen.” De zedenwetgeving noemt hij een „tombola”. Zijn conclusie: „Als er dus ergens bescheiden verwachtingen van de rechtsstaat gepast zijn, dan bij zedendelicten. Dan is kiezen voor een #hashtag in plaats van aangifte zo gek nog niet.”

Wat #MeToo onder meer onder de aandacht brengt, is dat uit onderzoek blijkt dat meer dan de helft van de Nederlandse vrouwen tussen de 15 en 70 minstens één keer in hun leven slachtoffer zijn van seksueel misbruik. ‘Uit onderzoek blijkt’ is een favoriete frase van cabaretiers. Maar tot zelfspot of satire over al die mannelijke daders, die vaak bekenden of familie zijn van de vrouwelijke slachtoffers, heeft dat niet geleid.

De neiging een grap ten koste van vrouwen te maken, is nu eenmaal vrij breed ontwikkeld onder cabaretiers. Zoals Dolf Jansen vaststelde in zijn oudejaars: „Ik heb ook vaak grappen gemaakt over vrouwen. Dat zou ik liever niet doen, maar ja, dat staat in je cao.” Voor comic relief moeten vrouwen niet bij het cabaret zijn.

    • Ron Rijghard