Wie wil er nog muze zijn?

#ArtToo: Film

Muzes zijn niet meer van deze tijd. Inspireren tot grote kunst en intussen de sokken van de meester wassen? Dat was voor #MeToo. Vraag maar aan Alma Elson, Uma Thurman en Greta Gerwig.

Muze Alma Elson (Vicky Krieps) en couturier Reynolds Woodcock (Daniel Day-Lewis) in Phantom Thread. Foto Laurie Sparham/Focus Features

„You have the ideal shape. He likes a little belly”, krijgt muze Alma Elson aan het begin van Phantom Thread te horen. Couturier Reynolds Woodcock heeft haar net ‘ontdekt’ en haar maten opgenomen; nu staat ze half ontkleed en verkleumd te luisteren naar hoe perfect ze is – omdat hij dat vindt. De nieuwe film van Paul Thomas Anderson speelt in de jaren vijftig maar legt vlijmscherp bloot waarom het concept muze zijn beste tijd heeft gehad: hoeveel complimenten er ook over de tafel gaan en hoezeer een muze op een voetstuk wordt geplaatst, er blijven altijd machtsverschillen tussen de inspirator en geïnspireerde.

Sinds #MeToo liggen niet alleen seksuele intimidatie, maar ook subtielere machtsverschillen onder een vergrootglas. Betekent dit de finale doodsteek voor de kunstenaarsmuze?

Het idee van de muze ontstond bij de Oude Grieken uit het verlangen om ‘inspiratie’ uit te leggen. De Grieken hadden het voordeel dat ze mysteries konden verklaren via goddelijke interventies en zo gaven ze Zeus en Mnemosyne, de godin van het geheugen, negen dochters die de creativiteit aanwakkerden. Deze inspiratiegodinnen werden vrouwen van vlees en bloed. Er duiken in de kunstgeschiedenis wel eens mannen op als muze, net als een stad, landschap of een fles sterkedrank, maar het rijk der muzes blijft tot op heden vooral gevuld met vrouwen.

Vrouwen wier functie het was om te zorgen dat een mannelijke kunstenaar kon scheppen door fantasieën te vervullen, te poseren, rollen te spelen of, als het even niet vlotte, de juiste vragen te stellen. Daarnaast zorgden ze vaak ook nog voor een warme maaltijd.

Quentin Tarantino en zijn muze Uma Thurman samen in Cannes, 2014. Foto AFP

In Phantom Thread schotelt Anderson ons het archetype van een muzepaar voor. Hij schept, zij is een wandelende paspop op wier lichaam hij zijn ideale jurken kan creëren. Alma wordt letterlijk een object voor Reynolds – een kant van de muze die al vaker is aangekaart als problematisch. Maar Anderson onderstreept in zijn film vooral het machtsverschil tussen kunstenaar en muze. Door iemand tot muze te bombarderen, is deze niet langer een model of geliefde die in beeld wordt gebracht, maar een bron waaruit de kunstenaar kan putten of waarop hij mag projecteren wat hij wil. De muze staat immers ten dienste van het grotere goed; zijn creativiteit en het werk.

Zodra Alma in Phantom Thread een eigen mening piept over de stof van een jurk wordt haar duidelijk gemaakt dat haar visie er niet toe doet. Dat de meeste muzes in de kunstgeschiedenis werden ‘gekozen’ door een kunstenaar en niet omgekeerd, maakt de relatie er niet evenwaardiger op.

Leermeester-leerling

Natuurlijk wordt de soep vandaag niet meer zo heet gegeten als hij wordt opgediend in Andersons film. En het zal altijd eervol blijven om te werken met een grote geest. Er zijn geniale kunstwerken tot stand gekomen door de unieke wisselwerking tussen een uitzonderlijke muze en een uitzonderlijke kunstenaar.

Ook actuelere voorbeelden maken duidelijk dat kunstenaar en muze meestal niet op gelijke voet staan. Van Karina Wolkers – die afgelopen oktober in De Wereld Draait Door nog trots vertelde dat haar huwelijk met Jan Wolkers een soort „leermeester-leerlingverhouding” was, waarin zij de „aangever was en hij de uitvoerder” – kun je nog zeggen dat haar relatie uit een ander tijdperk stamt. Maar bij Uma Thurman en Quentin Tarantino is dat niet het geval. Hun muze-filmmakersverhouding werd mede beroemd door een dubbel-interview uit 2004. Hierin legt de regisseur uit dat hij hoopt dat hun band ooit vergeleken zal worden met die tussen Alfred Hitchcock en Ingrid Bergman. Ze ontwikkelden bijvoorbeeld samen de rol van de wraaklustige bruid die Thurman speelt in Tarantino’s befaamde Kill Bill-films.

In 2004 temperde Thurman tussen de regels door al het enthousiasme van de journalist voor haar muzerol. Begin februari bleek mogelijk waarom. Thurman liet in The New York Times niet alleen weten dat ze was aangerand door Tarantino’s vaste producent en vriend Harvey Weinstein, maar ook dat ze enkele maanden voordat de regisseur in het interview haar lof zong, permanente schade opliep aan haar knieën en nek omdat Tarantino haar tegen haar wil verplichtte om een gevaarlijke stunt zelf uit te voeren. Wat er exact gebeurd is die dag op de set blijft onduidelijk, maar zij en niet hij eindigde in het ziekenhuis. Thurman omschrijft hoe ze na het ongeluk het gevoel had dat ze van „een acteur en iemand die een creatieve bijdrage leverde” veranderde in „een kapot stuk gereedschap”.

Een muze hoort alleen nog thuis in beeldschone historische drama’s

In Phantom Thread weet Alma uiteindelijk de rollen om te keren. Ze verandert van paspop in de poppenspeler die Reynolds perfect onder controle heeft. Maar dat is fictie. En er zijn giftige paddenstoelen voor nodig. In realiteit blijkt het veel minder eenvoudig om machtsverschillen en ook de bijbehorende clichés de wereld uit te helpen. Zo wees regisseur Greta Gerwig er afgelopen oktober op dat ze er schoon genoeg van heeft om steeds te worden gelabeld als de vrouw die haar geliefde Noah Baumbach inspireerde tot de populaire coming-of-agefilm Frances Ha (2012). Gerwig speelde niet alleen de hoofdrol, ze was ook de co-auteur van het script, benadrukt ze. Door het label muze vergaten mensen dat geregeld. Dat zal nu niet meer snel gebeuren, afgelopen januari sleepte de volledig door Gerwig geschreven en geregisseerde film Lady Bird vijf Oscarnominaties in de wacht.

Wordt het dus niet tijd om het concept muze permanent naar het verleden te verbannen en het op te bergen waar het echt hoort, in beeldschone historische drama’s? #MeToo heeft duidelijk gemaakt dat vrouwen machtsverschillen, hoe subtiel dan ook, niet meer pikken en weigeren nog vleugellam gemaakt te worden. En al helemaal niet om een rol te spelen in een mannenfantasie. En nee, dat wil absoluut niet zeggen dat hedendaagse filmmakers, schilders en andere kunstenaars zich niet meer kunnen laten inspireren door vrouwen én hun lichamen. Integendeel. Maar erken gewoon wat deze vrouwen echt zijn: model, collega-kunstenaar, medewerker, minnares, …of dat allemaal tegelijk.