Commentaar

Voor Stephen Hawking was wetenschap ook kunst

Een grote geest is niet meer. Woensdagochtend overleed de Britse natuurkundige Stephen Hawking op 76-jarige leeftijd in zijn woonplaats Cambridge. Er is veel gezegd en geschreven over Hawkings brille en eruditie, over zijn doorzettingsvermogen waarmee hij ondanks de spierziekte ALS decennialang wist te overleven, puttend uit zijn enorme mentale kracht. Minstens even belangrijk is misschien nog wel dat hij de pure, fundamentele wetenschap, over het voetlicht wist te houden.

Er zijn populaire natuurkundigen die de jongste inzichten in het vak inzichtelijk weten te maken voor een groot publiek. Er zijn briljante wetenschappers die in relatieve stilte grootste ontdekkingen doen of theoretische doorbraken forceren. Maar slechts weinigen weten die de twee te combineren. Gezegd mag worden dat Hawking de eerste was sinds Albert Einstein die een icoon wist te worden, terwijl hij tegelijkertijd aan het front van zijn vakgebied opereerde. Veel mensen herkennen zijn beeltenis, net als die van Einstein. Vakgenoten hadden het daar nog wel eens moeilijk mee. Maar niemand kon ontkennen dat Hawking ook wetenschappelijk leverde en bleef leveren.

Een van Hawkings belangrijkste inzichten is dat het toch mogelijk is dat iets ontsnapt aan een zogenoemd ‘zwart gat’ in het heelal. In het geval dat een paar van elementaire deeltjes spontaan ontstaat aan weerskanten van de ‘waarnemingshorizon’ rond zo’n zwart gat, waarachter geen ontsnappen meer mogelijk is, verdwijnt het ene deeltje maar blijft het andere bestaan, voordat dat zij elkaar weer kunnen opheffen. Dat resulteert in het theoretische concept van Hawking-straling. Zwarte gaten zijn zo bezien niet langer de onstuitbare opslokkers van materie, maar zullen als zij niet langer worden gevoed door stof van buitenaf, langzaam verdampen.

De buitenstaander kan vragen stellen bij het nut van deze kennis. Zeker nu in de academische wereld rendement voorop lijkt te staan, is praktische toepasbaarheid van de resultaten van onderzoek steeds meer een voorwaarde voor succes – en financiering.

Hawking wees ons er op dat er grotere vragen zijn en blijven. De grootste van alles: waar komen wij vandaan? Religie gaf, en geeft, daarop graag een antwoord. Maar wetenschap is de enige weg om daadwerkelijk verder te komen, en is dat altijd geweest. Een fundamenteel begrip van de wereld, en het universum, waarin wij leven is van onmisbaar belang voor onze vooruitgang. Of deze nu praktisch is, of filosofisch.

Met het nastreven van die kennis en de ontrafeling van de geheimen die in tijd en ruimte besloten liggen, volgt de mens zijn diepste drijfveren. Als dat uiteindelijk ook praktisch vruchten afwerpt, dan is dat gunstig. Maar het hoeft niet.

Wetenschap is in die zin ook kunst. Dat zouden de bestuurders, financiers en andere beslissers in de academische wereld zich vaker moeten realiseren.

In een tijd waarin ‘intelligent design’ terrein probeert te winnen op de evolutietheorie en er zelfs mensen weer achter het idee aan beginnen te lopen dat de aarde plat is, is wetenschappelijke vooruitgang en verbeeldingskracht het beste antwoord op dit soort van regressie. Daar zijn mensen als Stephen Hawking voor nodig, de iconen van hun vak. Het is een van de vele redenen waarom hij zeer zal worden gemist.

In het Commentaar geeft NRC zijn mening over belangrijke nieuwsfeiten. De commentatoren schrijven deze artikelen in samenspraak met de hoofdredactie.