Opinie

Uniek talent? Voor Ralph Hamers duizend anderen

Je beheert en gokt wat, en gaat het echt fout, dan helpt de overheid je wel uit de brand. is niet onder de indruk van de last die op de schouders van ‘topbankiers’ rust.

Canary Wharf in Londen, waar veel bankkantoren staan. Foto Jason Alden/Bloomberg

Jan Bouwens, hoogleraar management accounting aan de University of Cambridge, stelde dinsdag in NRC dat de vooralsnog afgeblazen salarisverhoging van vijftig procent voor ING-bestuursvoorzitter Ralph Hamers alleszins begrijpelijk en zelfs zinvol is.

Dat zijn slechts weinigen met hem eens, maar, legde Bouwens geduldig uit, wij snapten er dan ook niks van. Door ons aller economisch succes, stelde hij, was in de afgelopen dertig jaar de waarde van grote bedrijven verzesvoudigd en waren de lonen dat dus ook – althans aan de allerhoogste top. Want, schreef Bouwens, „punt is dat de beschikbare pool aan managers die deze grote bedrijven met succes kunnen besturen beperkt is”. Bovendien liet onderzoek van de economen Gabaix en Landier zien dat „naarmate bedrijven groter worden zich meer vragers aandienen voor schaars talent dat een zo groot bedrijf kan besturen”.

Daarmee herhaalde Bouwens maar weer eens het oude verhaal dat zelfbenoemde topmanagers en hun maten elkaar al decennialang graag vertellen: we zijn nu eenmaal schaars en daarom kunnen we aanspraak maken op exorbitante beloningen. „Waardoor ontstaat die schaarste”, vroeg Bouwens zich af. Maar een antwoord kwam er niet, of het moest zijn: „Bedrijven met een grotere synergiepotentie vergen slimmere managers die beter betaald worden omdat ze zeldzaam zijn.” Tja, managers die schaars worden omdat ze zeldzaam zijn, zo lust ik er nog wel eentje.

Erger is dat zijn circulaire verklaring ook op inhoudelijke gronden van geen kanten deugt. Enger nog: ze getuigt van een gevaarlijk vernauwde blik op de wereld. Er zijn namelijk nog wel wat meer relevante veranderingen geweest in de afgelopen decennia.

Zo nam sinds 1950 het aantal studenten dat een hbo- of wetenschappelijke opleiding volgde alleen al in Nederland met een dikke factor tien toe. Tegelijkertijd werden de opleidingen die ze volgden door voortschrijdend wetenschappelijk inzicht aanzienlijk beter. Daar kwam nog bij dat in diezelfde periode door het flynneffect het gemiddeld IQ van de bevolking ten opzichte van 1950 op zijn minst met een puntje of 16 steeg.

Bovendien vond in diezelfde periode de digitale revolutie plaats, die vooral grote bedrijven ongelooflijk veel beter, veel gemakkelijker beheersbaar en bestuurbaar maakte. Denk bijvoorbeeld aan de uitvinding van spreadsheet- en databasemanagementsystemen. Denk aan de exponentieel gegroeide beschikbaarheid van steeds goedkopere rekenkracht en opslagcapaciteit, en aan de opkomst van moderne communicatiemedia die voor een belangrijk deel gehakt maakten van traditionele, uiterst hinderlijke tijdsverschillen. Vergeet, specifiek voor de bankensector, ook niet de komst van de euro, die in één klap het tableau van converteerbare valuta drastisch vereenvoudigde – en wie kan de rest wat schelen?

Laten we ook de wijze woorden niet vergeten die Cor Boonstra ooit sprak. Boonstra was capo di tutti capi geweest van de destijds echt grote jongens Sarah Lee en Philips, waarvan hij de beurswaarde vervijfvoudigde, en zei, gevraagd naar de invloed van een bestuursvoorzitter – ik citeer hier uit het hoofd – „Och, je bent toch een beetje een passant die een paar jaar aan het roer van zo’n supertanker mag staan. Als het je in die tijd lukt om de koers één graad te veranderen, ben je al een hele piet.” Dat geldt natuurlijk ten goede en ten kwade, net als bij een minister: die komt en gaat, maar de ambtenarij zorgt voor de continuïteit.

Hamers zit al 27 jaar bij dezelfde baas. Als hij iets heeft, is het niet dynamiek maar zitvlees

Kortom, aangenomen dat de behoefte aan topmanagers in een groot bedrijf niet recht evenredig is met de beurs- dan wel boekwaarde van een bedrijf, doet dat alles vermoeden dat van schaarste aan voldoende kundige kaderfunctionarissen geen sprake kan zijn. In tegendeel, het moet juist bársten van het aanstormend, uitstekend opgeleid talent. Bankiers worden drie voor een tientje!

Bouwens voelt dat misschien ook wel aan. Waarom komt hij anders met het even verholen als klassieke dreigement: „Ik stel me voor dat Hamers bij andere banken tegen een aantrekkelijk salaris aan de gang kan. Vacatures genoeg in Europa!”? Zou het? Zelfs Joris Luyendijk kon in Londen geen Nederlandse superbankier vinden, en dan moet je concluderen: ze zijn er niet. En Hamers? Die man zit al 27 jaar bij dezelfde baas. Als hij iets heeft, is het niet dynamiek maar zitvlees.

Het allergekste is dat het juist de financiële sector is waar dit soort beloningsschandalen keer op keer speelt, terwijl het werk bij uitstek daar toch zo eenvoudig is. Behalve schaduwrijke constructies wordt er in deze sector weinig tot niets bedacht, of het moest zijn hoe je ‘nummerportabiliteit’ voorkomt – zie de IBAN. Research and development is er geen post op de balans. Het ondernemingsrisico is er zo goed als nul, want er heerst gedwongen winkelnering: niemand kan meer zonder bankrekening. Verder beheer en gok je wat en gaat het echt fout, dan helpt de overheid je wel uit de brand, waarna je zodra het uitkomt gewoon weer een grote smoel opzet tegen de burger, je klant.

Dat is wat we afgelopen week Jeroen van der Veer, oud-president-directeur van Shell, als Hamers’ woordvoerder voor de zoveelste keer zagen doen, terwijl ze het bedrijf waarvoor ze verantwoordelijkheid dragen alleen maar beschadigden. En Bouwens holt daar in zijn Amsterdamse toga en Cambridgiaanse mortarboard [academische hoed] achteraan.