Opgevoed: Moet je een angstig kind forceren?

Opgevoed Elke week legt Annemiek Leclaire een lezersvraag voor aan deskundigen. Deze week: een bang kind.

Illustratie Martien ter Veen

De kwestie:

Moeder: „Mijn zoontje van 3 is laat gaan lopen. We zijn er de hele medische molen voor door geweest, maar er is geen duidelijke diagnose gesteld. Er is een vermoeden van hypermobiliteit: flexibel bindweefsel waardoor een kind moeite heeft met stabiliteit. Inmiddels beweegt hij prima, maar hij laat wel risicomijdend gedrag zien. Als ik met hem naar een speeltuin ga, klautert zijn oudere zus meteen overal op, maar hij gaat nergens in. Als ik hem op een wip zet, een schommel of een klimrek, zet hij het op een gillen. Alles met hoogtes vindt hij eng. Een loopfietsje wil hij alleen gebruiken als de fysiotherapeute helemaal over hem heen gaat staan, met haar handen op de zijne.

Het angstige gedrag beperkt zich echt tot dit soort dingen, het is verder een allerminst verlegen kind, in de dierentuin rent hij op alle dieren af, nieuwe mensen praat hij de oren van het hoofd, peuterdans vindt hij geweldig.

We hebben het een arts gevraagd, die zei: ‘U moet alleen maar doen wat uw kind leuk vindt’, maar mijn partner en ik zijn daar niet over uit. Om die vaardigheden te leren moet hij ze wél gaan oefenen. Moeten we hem niet een beetje forceren om over zijn angst heen te komen, of werkt dat juist averechts? Toch op peutergym doen, wat hij niet leuk vindt? Over een paar maanden gaat hij naar de basisschool, dan vind ik het vervelend voor hem als hij nog zo weinig durft.”

Naam is bij de redactie bekend. Deze rubriek is anoniem, omdat moeilijkheden in de opvoeding gevoelig liggen. Wilt u een dilemma in de opvoeding voorleggen? Stuur uw vraag of reacties naar opgevoed@nrc.nl.

Samen plezier zoeken

Liesbeth Groenhuijsen: „Nee, ik raad u echt af om hem te forceren. Als ouders een kind door een grens heen duwen wordt het angstig, dan verliest het zijn gevoel van veiligheid thuis. Het gaat dan een alertheid ontwikkelen om te zien of het niet opnieuw gaat gebeuren. Laat de grensverleggende oefeningen, indien nodig, liever over aan de fysiotherapeut.

Een kindje dat in zijn lijf instabiliteit ervaart, zoekt compensatie voor die instabiliteit via een ander. Dat zou ik hem geven zolang hij dat nodig heeft. U kunt veel samen met hem bewegen en daar samen plezier in zoeken. Samen op de wip, op uw schoot van de glijbaan, steeds een stukje hoger in papa’s armen. In veiligheid en verbondenheid steeds een stapje verder. Het is juist zo belangrijk dat een kind trots en plezier in zijn eigen ontwikkeling blijft houden.

Wat ik me nog afvroeg: zou hoogtevrees misschien een rol in zijn angstigheid kunnen spelen?”

Grenzen aangeven

Stijn Sieckelinck: „Een gang door het ziekenhuis gevolgd door een niet gestelde diagnose kan bij ouders onzekerheid in de hand werken over de ontwikkeling van het kind. Misschien dat u daarom extra bezorgd bent over het gillen van uw kind op de speeltoestellen. Maar uw zoontje toont hier iets waar heel veel volwassenen vandaag zelf problemen bij ervaren, gezien alle burn-outs: grenzen aangeven voor zichzelf en de omgeving. En het is goed dat u die grenzen respecteert.

Soms zitten kinderen op sociaal en fysiek niveau erg op slot en moeten ze een beetje geforceerd worden, maar dat lijkt me hier niet het geval. Uw zoontje kletst met vreemden, maakt contact met dieren, geeft zijn grenzen aan; hij toont overduidelijk sociale vaardigheden. Die gaan hem op de basisschool waar u een beetje bang voor bent heel goed van pas komen, veel meer dan motorische talenten. Peutergym lijkt me helemaal niet nodig: al die oefeningen gaat hij straks op een veel natuurlijker manier tegenkomen als hij op school zit. En bij peuterdans ontwikkelt hij zich motorisch ook.”