Recht & Onrecht

Omgaan met klachten over niet-vervolging: het kan beter

Bezwaren tegen een besluit van het OM om niet te vervolgen, moeten snel en serieus behandeld worden, betoogt Miranda de Meijer in de Togacolumn.

Foto Roos Koole/ANP

Onlangs werd door het Antoni van Leeuwenhoek-Ziekenhuis aangifte gedaan tegen de tabaksindustrie. Ook de Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde sloot zich daarbij aan. Het OM besloot om de tabaksindustrie niet te vervolgen. Advocaat Bénédicte Ficq kondigde aan naar het hof te gaan om vervolging alsnog af te dwingen.

Sharleyne, Mitch Henriquez en de juweliersvrouw uit Deurne

Deze zaak is een voorbeeld van een spraakmakende gang naar het hof om de vervolgingsbeslissing aan te vechten. Ook de aangifte tegen de NAM naar aanleiding van gasbevingen in Groningen, tegen de agenten die door nabestaanden verantwoordelijk worden gehouden voor de dood van Mitch Henriquez, tegen de juweliersvrouw te Deurne, tegen een wapenhandelaar die de burgemeester van Gilze-Rijen zou hebben bedreigd, tegen de moeder van Sharleyne wiens levenloze lichaampje onderaan een flatgebouw werd aangetroffen zijn voorbeelden van gevallen waarin de vervolgingsbeslissing ter discussie werd gesteld.

Met de handen op de rug

Er worden in Nederland veel aangiftes gedaan. Aangiftes die variëren van burenruzies tot levensdelicten of mensenhandelzaken. Hierop volgt een vervolgingsbeslissing van de officier van justitie. Het nemen van een beslissing om naar aanleiding van zo’n aangifte wel of niet te vervolgen en de verdachte voor de strafrechter te brengen, is echter geen eenvoudige beslissing. Niet altijd, maar vaak gaan daar de nodige opsporingshandelingen, denkwerk en (intensief) collegiaal overleg of zelfs stevige discussies binnen het OM of met de politie aan vooraf. Zaken liggen zelden zwart-wit. Is er genoeg bewijs om de onderliggende feiten helder te krijgen? Welke verklaring van een aangever, een getuige of een verdachte moet worden geloofd en welke niet?

Het verzamelen van bewijs is niet zo eenvoudig. Het kost mankracht en geld. Niet zelden moeten vervolgingsbeslissingen met de handen op de rug genomen worden: opsporingscapaciteit of capaciteit bij het Nederlands Forensisch Instituut kan maar één keer worden ingezet. De betrokken belangen moeten tegen elkaar worden afgewogen. Menig dilemma dient zich aan.

Burgers vechten besluiten vaker aan

Besluit de officier van justitie eenmaal om een verdachte (uiteindelijk) niet voor de strafrechter te brengen, maar om een zaak te seponeren, te transigeren of om een strafbeschikking aan te bieden, staat voor de belanghebbende(n) de mogelijkheid van een art. 12 Sv-klacht bij het gerechtshof open. Uit registratiegegevens blijkt dat de burger steeds vaker gebruik maakt van deze mogelijkheid. Media berichten erover. Waar het nodig is, kunnen beslissingen van het OM door middel van rechterlijke controle zodoende worden gecorrigeerd. Waar correctie niet op zijn plaats is, kan een rechterlijke oordeel de beslissing van het OM in stand laten.
De behandeling van deze zaken gebeurde in het verleden echter niet naar tevredenheid. Er is kritiek geuit op de wijze waarop het OM met deze zaken omgaat. Dit leidde enige jaren terug zelfs al tot Kamervragen aan de toenmalige Minister van Justitie. Zaken bleven te lang liggen, de omlooptijden waren te lang, beslissingen - maar ook de motivering daarvan - riepen kritische vragen op.

Niet-vervolgen kan net zo’n impact hebben als vervolgen

Er wordt hard gewerkt aan verbetering. En terecht! Dit alles was voor het OM aanleiding om een wetenschappelijk onderzoek te laten verrichten aan de hand van de vraag hoe het OM omgaat met art. 12 Sv-zaken. Dit leidde tot een boeiend verslag van bevindingen waarin niet alleen cijfers en trends zijn weergegeven, maar ook openhartige, kritische en waardevolle uitspraken van leden van het gerechtshof, van betrokken officieren van justitie en advocaten-generaal. Dit verslag vormt het tweede deel van de boekenreeks van het Openbaar Ministerie dat woensdag is verschenen. Binnen het OM en in samenwerking met de hoven wordt nu hard gewerkt aan verbetering. En terecht! Het wél vervolgen van wetsovertredingen heeft maatschappelijke betekenis doordat het bijdraagt aan correctie en afkeuring van crimineel gedrag, recht doet aan slachtoffers en omdat waar mogelijk schade wordt vergoed. De andere kant is dat de beslissing om niet (verder) te vervolgen net zo goed die maatschappelijke betekenis heeft. Daar moeten we binnen onze rechtstaat zuinig op zijn.

Blogger

Miranda de Meijer

Miranda de Meijer studeerde rechten in Rotterdam en werkte bij Spong advocaten in Amsterdam. Zij promoveerde op de rol van het OM in civiele zaken, werd officier van justitie, later advocaat-generaal bij het ressortsparket, gespecialiseerd in cassaties, in Den Haag. Zij is tevens hoogleraar op de bijzondere leerstoel Openbaar Ministerie van de faculteit rechtsgeleerdheid aan de Universiteit van Amsterdam. Zij doet daar onder meer onderzoek naar ondermijnende criminaliteit. (Foto UvA Jeroen Oerlemans)

    • Miranda de Meijer