Stadsmariniers en vrij parkeren: in Den Haag kan Groep De Mos de grootste worden

Gemeenteraadsverkiezingen De lokale partij Groep De Mos lijkt in Den Haag een van de grootste te worden. Op stap met voorman Richard de Mos.

Groep de Mos op campagne in Den Haag. Volgens de jongste peilingen kan de partij de tweede van de stad worden. Foto Joris van Gennip

De knaloranje oude Amerikaanse schoolbus trekt de aandacht. Over de langste laan van Nederland rijdt hij, de Laan van Meerdervoort in Den Haag. Van Loosduinen in het zuiden tot het Malieveld bij station Den Haag CS klinkt uit de bus luidruchtig: „Zonder De Mos, is Den Haag de klos.” En: „Wilt u dat Den Haag bruist? Groep De Mos maakt een vuist.” Of: „Betaald parkeren. Gaan we weren.” Tussendoor klinkt een even luidruchtige housebeat.

Dat is niet eens het meest opvallende. Op de zijkant van de bus staat reclame. Van een notenzaak, een pizzeria, een tapijtbedrijf, een strandtent. Partijleider en oprichter Richard de Mos begint er zelf over: „Heb je onze sponsors gezien?” Hij zegt: „Wij zijn geen landelijke partij die subsidie krijgt.” De hele campagne voor de gemeenteraadsverkiezingen wordt gefinancierd door donaties. „Daar zijn we heel transparant in.” Hij noemt het „creatief campagnevoeren”.

Het vestigt vooral de aandacht op de banden van De Mos met ondernemers. Zijn politieke opponenten wijzen daar graag op: tijdens een gemeenteraadsvergadering vorig jaar zomer beschuldigden SP, PvdA en Haagse Stadspartij hem van „cliëntelisme”.

Groep De Mos heeft bijvoorbeeld al jaren een ledenpas. Daarmee krijgen partijleden korting bij allerlei bedrijven die de partij financieel steunen. En als die bedrijven een probleem hebben, dan stelt de partij in de gemeenteraad daarover vragen. Ombudspolitiek, noemt de concurrentie het. „Een supercompliment”, pareert De Mos. „Wij luisteren naar inwoners en daar horen ondernemers ook bij.”

Het lijkt hem geen windeieren te leggen. Groep De Mos (GDM) heeft kans een van de grootste partijen in de Haagse gemeenteraad te worden. Volgens de jongste peiling kan zij zelfs de tweede partij van de stad worden. „We hopen het college op te frissen”, zegt Richard de Mos.

Dik programma

Met een programma – 84 pagina’s dik en tot op wijkniveau ingevuld – dat voor elk wat wils biedt. De nummer twee van GDM, Rachid Guernaoui, zegt: „Dat kun je niet populistisch noemen.” Het foldertje dat ze uitdelen, bevat slechts tien punten.

Aan de Hagenaar die zich zorgen maakt over veiligheid, belooft GDM onder meer 250 extra handhavers, „bijvoorbeeld in de vorm van stadsmariniers”. Er moet meer cameratoezicht komen, lokauto’s en lokfietsen, heropvoedingskampen voor criminele jongeren, Whatsapp-buurtpreventie waarbij de bewoners worden „uitgerust met onder andere bijpassende kleding”. Meer statushouders of een asielzoekerscentrum moeten worden voorkomen.

Lees ook: volgens ons politiek panel lijdt de PvdA het meest onder het einde van het links verbond in Rotterdam

GDM wil minder betaald parkeren en méér fietsparkeerwinkels (waar je ook kunt plassen). Bij grote beslissingen moet er een adviserend referendum worden gehouden. Er moet een conducteur op iedere tram komen, een lokale munt, een vlag in het gemeentehuis. Verpleeghuizen moeten een ziekenboeg krijgen, er moeten meer bomen bij, méér festivals. Op armoedevoorziening mag niet beknibbeld, bibliotheken en buurthuizen moeten behouden worden, postbodes moeten gaan opletten op vereenzaming van ouderen en op zwerfvuil, en er moet een onderzoek komen naar het vrijgeven van de openingstijden van de horeca. Klassen mogen niet meer dan 28 leerlingen tellen, de erfpacht moet beëindigd, voetbalclub ADO moet in Haagse handen komen. Enzovoorts.

En volgens De Mos kan het állemaal gefinancierd: het geld moet komen van de verkoop van de aandelen Eneco (300 miljoen euro volgens De Mos), van het dividend van bus- en trammaatschappij HTM (6 miljoen euro), en door te schuiven in de begroting van 2,4 miljard euro.

Foto Joris van Gennip

De kandidaat-raadsleden van GDM zijn even divers als het programma. Er is een voormalig radiopresentator (Janice Roopram, nummer 3), een jeugdwerker uit de Schilderwijk (Mohamed Balah, 11), een oud-tramchauffeur (Harry van de Coevering, 12). Op 15 staat John van Zweden, de Haagse behangkoning en tot twee jaar geleden mede-eigenaar van de Welshe voetbalclub Swansea City. Op 36 dartkampioen Raymond van Barneveld.

De nummer twee, Rachid Guernaoui, is oud-D66’er. Toen niet hij, maar een ander wethouder werd, ging hij boos weg bij die partij. De Mos zelf was Tweede Kamerlid voor de PVV. Hij zegt: „Ik dacht dat Geert de oplossingen had.” Tot die hem in 2012 niet meer op de lijst zette voor de Kamer en De Mos zich in de gemeenteraad afsplitste.

Wat een oud-D66’er en een oud-PVV’er verbindt? De Mos zegt: „We hebben hart voor Den Haag.” Zo moet de partij na de verkiezingen ook gaan heten: Hart voor Den Haag.

Bekende Hagenees

Hij is na acht jaar in de gemeenteraad een bekende Hagenees. „U bent het zelf”, zegt zeventiger Matie Lindhout, in panterprintjas en met een zakje spruitjes, tegen De Mos. „Ik vind dat jullie veel zinnigs doen.” Op de markt in Loosduinen begroeten meer mensen hem zo hartelijk.

„Ik hoorde dat u het Deltaplein wilt omdopen tot Michiel de Ruyterplein. Wat zullen ze zich geërgerd hebben, die andere partijen.” Ze giechelt: „Ik voelde dat u dat met een knipoog deed.” Landelijk stemt ze CDA – Baudet was „toch wat te wulps”. Voor de raad wordt het GDM.

De problemen die op de markt worden aangekaart, lijken klein. Loslopende pitbulls, duivenpoep, te veel bladeren aan de bomen, gekapte bomen, ondergrondse vuilcontainers of het gebrek daaraan. Ze komen neer op één ding: het gevoel dat gemeente Den Haag ‘iets’ doet dat voor haar burgers onduidelijk is.

„We krijgen toch geen reactie van de gemeente”, zeggen Jan van den Heuvel en Ineke Vergauwe bijvoorbeeld over de afvalpas die ze net hebben gekregen. Twintig keer mogen ze naar de vuilstort. Maar ze gaan véél vaker. Niet omdat ze zo vaak grofvuil hebben, maar omdat in hun wijk niet iedere week het vuil wordt opgehaald. „We wonen wel aan de Madepolderweg, maar houden niet van maden”, zegt Vergauwe.

Lees ook: Identiteit? Nee, lokaal gaat het over buurtcentra en afvalbakken

De Mos antwoordt: „Het vuil moet gewoon weer iedere week worden opgehaald.” Hij zegt: „Luisteren en terugkoppelen, dat is belangrijk.” Van alle problemen in een wijk worden dossiers aangemaakt, vertelt hij. „Het gaat om kleine, praktische dingen”, zegt kandidaat-raadslid Harry van de Coevering. „Dat klinkt misschien lullig, maar dat krijg je van kiezers te horen als je de wijk in gaat.”

De Mos wil graag wethouder worden, zegt hij. En daarvoor is hij bereid met alle partijen samen te werken. „Er zal water bij de wijn moeten. Maar zolang de wijn lekker blijft smaken…”, zegt hij. De andere partijen lijken niet zo happig.

    • Titia Ketelaar