Moeten vieze mannen weg uit het museum?

#ArtToo: Nieuwe preutsheid

Er lijkt in de kunstwereld een nieuwe golf van kuisheid te zijn aangespoeld. Berichten over het censureren van naakt volgden elkaar de afgelopen maanden in rap tempo op. „Als het zo doorgaat, kun je als witte man binnenkort niets meer schilderen.”

Jeff Koons, Dirty-Jeff on top (1991) en Made in Heaven (1989). Voor een ongecensureerde blik: klik op de afbeelding. Foto EPA/

Niets is zo lekker om te schilderen als menselijk naakt. Kijk hoe wellustig Rubens in 1639 het roomwitte vrouwenvlees van zijn Drie Gratiën op het doek zette. Bewonder hoe Caravaggio rond 1600 de buikplooien van de jonge liefdesgod Amor schilderde, zo levensecht dat je ze bijna kunt vastpakken. Zie hoe liefdevol Lucian Freud in zijn Portrait of Rose (1978-1979) het naakte lichaam van zijn dochter bestudeerde, door met zijn kwast de rondingen van haar dijen en borsten te volgen.

De kunstgeschiedenis loopt over van naakten. Meestal zijn dat vrouwelijke lijven geschilderd door mannen. Maar ook de gespierde torso’s van Jezus of goden als Zeus of Apollo zijn talloze malen afgebeeld met aantrekkelijk geprononceerde sixpacks. Soms is die mannelijke, voyeuristische blik uitgesproken seksueel, zoals bij de bondagefoto’s van de Japanner Nobuyoshi Araki of de homo-erotische naakten van Robert Mapplethorpe. Maar vaak ook diende het naakte lijf simpelweg als proeve van kunnen. Want niets is zo moeilijk om te schilderen of beeldhouwen als een anatomisch correct mensenlijf.

Een apart hoofdstuk in de geschiedenis van het naakt is weggelegd voor feministen. Vanaf eind jaren zestig gebruikten vrouwelijke kunstenaars het staren naar hun naakte lichamen om seksisme aan de kaak te stellen. In performances van Valie Export, Carolee Schneemann en Marina Abramovic werd de toeschouwer live geconfronteerd met de geslachtsdelen van de kunstenaars. Zo wilden ze de passieve blik van de toeschouwer onderuithalen. Hier is mijn lijf, mijn seksualiteit, kijk maar eens goed!

Hoe met die naaktheid in de kunst werd omgegaan, verschilt van tijd tot tijd. Veel schilderijen van Rubens werden kort na hun presentatie in de zeventiende eeuw al overgeschilderd met voiles of tentoongesteld achter gordijnen. Gustave Courbets L’Origine du Monde (1866), een close-up van de schaamstreek van een jonge vrouw, ging eind negentiende eeuw lange tijd verscholen achter een ‘onschuldig’ landschap, dat het erotische werk als een luik bedekte.

Maar ook veel recenter beleefden we puriteinse periodes. Notoir was de censuur, in 1989, van een tentoonstelling van Robert Mapplethorpe in de Corcoran Gallery in Washington. Dat gebeurde nadat de republikeinse senator Jesse Helms in het Amerikaanse congres zijn afschuw had uitgesproken over het homoseksuele karakter van diens foto’s. „Look at the pictures!” Helms dreigde de geldkraan van subsidieverstrekker the National Endowment for the Arts stop te zetten omdat zij Mapplethorpes expositie financieel ondersteund hadden. „Het Amerikaanse volk is verafschuwd door het idee dat geld van belastingbetalers wordt gegeven aan kunstenaars die homoseksualiteit op verraderlijke en bewuste wijze promoten”, aldus Helms, nog geen dertig jaar geleden.

Pornoficatie

kunstwerkmasker

Takashi Murakami, Hiropon (1997). Foto EPA

Nu lijkt er weer een nieuwe golf van kuisheid te zijn aangespoeld. Berichten over censuur volgden elkaar de afgelopen maanden in rap tempo op. Vaak gaat het daarbij om kunstwerken die al honderden, zo niet duizenden jaren oud zijn. Zo had Facebook „per ongeluk” een afbeelding van de 30.000 jaar oude Venus van Willendorf verwijderd. Naakt mag niet op Facebook, maar voor schilderijen en sculpturen wordt een uitzondering gemaakt. Toch worden kunstwerken regelmatig gecensureerd op sociale media. Zo is Facebook nog altijd verwikkeld in een rechtszaak die door de Franse leraar Frédéric Durand-Baïssas is aangespannen. Volgens hem heeft Facebook in 2011 onterecht een afbeelding van Courbets L’Origine du Monde van zijn account verwijderd.

„Tegenwoordig is het cool gekwetst te zijn door een honderd jaar oud kunstwerk”, fulmineerde criticus Jonathan Jones onlangs in de Britse krant The Guardian, nadat een schilderij van John William Waterhouse met zeven topless waternimfen tijdelijk was verwijderd uit de Manchester Art Gallery. Volgens het museum was dat gedaan om „een discussie uit te lokken” over ongemakkelijke onderwerpen. Dat lukte. Wereldwijd buitelden commentatoren zich over deze ‘censuur’. „Mijn God, wat een utopia hebben deze nieuwe puriteinen in gedachten”, schreef Jones. „Een wereld die zestig jaar of meer teruggaat naar een tijdperk van repressie en hypocrisie. Bij de grote vrijheden van de moderniteit hoort, of je het nu leuk vindt of niet, ook de vrijheid van seksuele expressie. Zelfs een oude, kinky, Victoriaanse viezerik heeft het recht om softpornonimfen te schilderen.”

kunstwerkmasker

Gustave Klimt, Frau bei der Selbstbefriedigung (1913)

Maar ook hedendaagse kunst krijgt met censuur te maken. Vorige week nog werd de TEDx-lezing van performancekunstenaar Deborah De Robertis in het Brusselse museum Bozar op brute wijze onderbroken toen ze van het podium werd gesleept door een van de organisatoren. De Robertis had tijdens haar lezing over censuur en het vrouwbeeld in de kunst beelden getoond van haar performances, waarbij ze naakt voor beroemde kunstwerken als L’Origine du Monde poseerde. De organisatie wist dus wie ze in huis had gehaald, maar besloot toch dat haar presentatie te ver ging. Met als ironisch resultaat dat haar lezing over censuur schaamteloos gecensureerd werd.

Het is een vreemde ontwikkeling: enerzijds is naaktheid dankzij internet, televisie en film alom aanwezig, anderzijds lijkt de samenleving steeds meer problemen met die naaktheid te hebben. Het is alsof met de toenemende pornoficatie ook een terugval plaatsvindt in de vorm van een steeds verder om zich heen grijpende verpreutsing.

„De kunst blijft hetzelfde, maar de maatschappij verandert”, zo zei Rijksmuseum-directeur Taco Dibbits vorige week in de Volkskrant. Hij beloofde dat hij nooit schilderijen met blote nimfen en saters van zaal zal halen, maar is wel van plan de tekstbordjes aan te passen. De veranderende mentaliteit kun je ter discussie stellen, meent hij. „Dat moet je begeleiden. Het is cultuurgeschiedenis die we laten zien. Maar als we die weghalen, halen we ook de discussie weg.”

Immoraliteit

De grote vraag is hoe musea om moeten gaan met kunstenaars die hun vrouwelijke muzen op ongepaste manier bejegend hebben. Chuck Close (1940) bijvoorbeeld, een schilder die gekluisterd is aan zijn rolstoel, kwam in het nieuws omdat hij ‘vieze taal’ naar zijn modellen zou hebben geroepen. Zijn geplande tentoonstelling in de National Gallery in Washington is om die reden afgelast. Een tentoonstelling van fotograaf Thomas Roma, die in september in hetzelfde museum zou worden gehouden, gaat ook niet door. Roma zou vijf van zijn studenten seksueel hebben lastiggevallen.

kunstwerkmasker

Caravaggio, Amor Vincit Omnia (1601-1602)

Het probleem is dat de kunstgeschiedenis bezaaid is met mannen die zich hebben misdragen tegenover vrouwen. Als we al die mannen uit onze musea zouden bannen, blijft er een karig gezelschap over. Picasso was in dat opzicht een notoire schurk. Van Breitner is bekend dat hij niet van zijn piepjonge model Geesje kon afblijven. En de Amerikaanse beeldhouwer Carl Andre werd zelfs verdacht van de moord op zijn vrouw, kunstenares Ana Mendieta. Zij viel in 1985 onder verdachte omstandigheden uit een raam in hun New Yorkse appartement. In 1988 werd Andre vrijgesproken van moord. Toch werd er vorig jaar bij de opening van Andre’s tentoonstelling in het MoCA in Los Angeles fel geprotesteerd door tientallen vrouwen, die kaarten uitdeelden met de tekst „Waar is Ana Mendieta?”

Moeten we nu alle tekstbordjes in musea gaan vervangen en waarschuwen: let wel, deze kunstenaar was een viezerik/een verkrachter/een moordenaar? Slaan we niet door in onze politieke correctheid? Ook het afgelasten van een tentoonstelling is een vorm van censuur. Weghalen mag nooit een optie zijn. Debatteren erover wel. Een mening vormen kun je alleen als je de kunstwerken kunt zien.

Intussen vragen musea in Europa en Amerika zich af wat te doen met de Oostenrijkers Gustav Klimt (1862-1918) en Egon Schiele (1890-1918). Hun honderdste sterfjaren worden dit jaar met diverse exposities gevierd, maar beide kunstenaars waren ook berucht vanwege hun omgang met vrouwen. Klimt tekende nauwgezet hoe zijn modellen zichzelf bevredigden. Schiele moest in 1912 zelfs terechtstaan wegens de ontvoering en verkrachting van een 12 jaar oud meisje. Hij werd van beide beschuldigingen vrijgesproken, maar zat wel 24 dagen in de gevangenis, en werd uiteindelijk schuldig bevonden aan ‘immoraliteit’. In zijn atelier was het jonge slachtoffer namelijk blootgesteld aan tekeningen van naakten.

In het Museum of Fine Arts in Boston is sinds vorige week een tentoonstelling aan beide heren gewijd. Daarvoor zijn nieuwe naambordjes gemaakt die duidelijkheid geven over de aantijgingen. Ook het Metropolitan Museum in New York bereidt een expositie voor met erotische tekeningen van Klimt, Schiele en Picasso, die in juli zal openen. „Net als andere musea zal ook het Met zijn collectie opnieuw bekijken, in het licht van nieuwe onderzoeken en nieuwe interpretaties”, zo meldde het museum aan website Artnet. „Dat gebeurt in de vorm van publicaties en objectkaartjes, maar ook in de muurteksten van de tentoonstelling.”

Zelfcensuur

kunstwerkmasker

John William Waterhouse, Hylas and the Nymphs (1896)

Er mag dan de laatste tijd veel ophef zijn over immorele en grensoverschrijdende kunst – gek genoeg is veel hedendaagse kunst juist opvallend braaf. Ook daarin zien we een verschuiving naar een preutser tijdperk. De periode van shock art lijkt voorbij. De gebruikte tampons van Tracey Emin, de plasseks van Andres Serrano, de softporno van Jeff Koons – het zijn typische exponenten van de jaren negentig. Veel kunstenaars durven zich nu niet meer te branden aan dat soort onderwerpen. Koons gaf onlangs nog in een interview met deze krant aan dat hij de expliciete beelden uit zijn serie Made in Heaven (1991), waarin hij de liefde bedrijft met zijn toenmalige echtgenote, pornoactrice en Italiaans parlementslid Ilona Staller, nu liever niet meer exposeert. „Als ze die werken wilden tonen, dan zei ik: zouden we ze niet in een privé-kamertje hangen? En kunnen we die foto’s beter niet afdrukken in de catalogus? Ik censureerde mezelf. Dus ja, de tijden zijn veranderd.”

kunstwerkmasker

Andres Serrano, A History of Sex (Leo’s Fantasy) (1996)

Michael Kirkham, een Britse kunstenaar die uit zijn hoofd vrouwelijke naakten schildert, beklaagde zich vorige maand in Het Parool over de toegenomen politieke correctheid in de kunstwereld: „Als het zo doorgaat, kun je als witte man binnenkort niets meer schilderen. Geen vrouwen in ieder geval, en al helemaal niet in aanstootgevende positie.”

Kirkhams galeriehouder Gerhard Hofland beaamde in hetzelfde artikel dat er steeds meer verzet is tegen dit soort licht-erotische beelden. „In 2006 was er nog weinig aan de hand. Toen verkocht ik heel goed, ook de grote formaten, maar de laatste jaren wordt het moeilijker Michaels werk aan de man te brengen. Op een groepstentoonstelling in Berlijn hing zijn werk onlangs zelfs in een aparte ruimte, met een waarschuwingsbordje erbij. Terwijl het gewoon kunst is.”

Precies: het is gewoon kunst. En kunst probeert al eeuwenlang de grenzen van het betamelijke op te rekken. Laat de kunstwereld vooral de vrijplaats blijven die het altijd geweest is. Laat kunstenaars maken wat ze willen, ook als het choquerend is. En laat musea alles tonen, ook dat wat volgens sommigen aanstootgevend is. Dan hebben we tenminste wat om over te discussiëren.