Mensen durven weer van beroep te wisselen

Vacatures De arbeidsmarkt trekt aan, en dat zie je terug in het aantal beroepswisselaars. „Mensen komen niet snel thuis te zitten.”

In 2017 veranderden 937.000 mensen van beroep, becijferde het CBS. Foto Nils van Houts/ANP

De arbeidsmarkt is volop in beweging. In 2017 wisselden 937.000 mensen van beroep, blijkt uit de nieuwste jaarlijkse cijfers die het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) woensdag publiceert. Dat is een kleine toename ten opzichte van een jaar eerder: in 2016 wisselden 919.000 mensen van beroep. In het grootste deel van de gevallen, ruim 70 procent, ging het om een overstap naar een andere sector, bijvoorbeeld van een baan in de zorg naar een baan in de bouw. De rest wisselde van functie binnen dezelfde sector, bijvoorbeeld van verpleegkundige naar gespecialiseerd verpleegkundige.

„Die toename is een gevolg van de economische groei”, zegt Peter van Mulligen, hoofdeconoom bij het CBS. „Het zorgt voor een hoge dynamiek en een zogeheten krappe arbeidsmarkt met veel vacatures in verschillende sectoren. Mensen durven sneller de stap te zetten om van beroep te wisselen omdat ze niet snel thuis komen te zitten”, aldus de hoofdeconoom. Gaat het slecht op de arbeidsmarkt en zijn er minder banen beschikbaar, „dan neem je veel minder snel een risico als werknemer”, zegt Mulligen.

Lees ook: Het CBS rapporteerde in februari de grootste groei van de economie in tien jaar.

Al sinds 2015 neemt het aantal beroepswisselaars langzaam weer toe. In 2008 werd een hoogtepunt bereikt met ruim een miljoen carrièreswitches. Daarna stortte de arbeidsmarkt in als gevolg van de kredietcrisis en daalde het aantal mensen dat een ander beroep ging uitoefenen.

Jonge beroepswisselaars

Veel van de beroepswisselaars zijn jong. Ongeveer eenderde, zo’n 300.000 mensen, is onder de 25 jaar. Het gaat voor het leeuwendeel wel om jongeren met een bijbaan, zegt Mulligen. Bijvoorbeeld als vakkenvuller, horecamedewerker of dagbladbezorger.

Hij denkt dat er weinig jongvolwassenen tussen zitten met een vast dienstverband. „Veel jonge mensen studeren rond hun 22ste of 23ste af en wisselen relatief vaak van beroep in hun zoektocht op de arbeidsmarkt.”

Opvallend is daarnaast dat hoogopgeleiden vaker van beroep wisselden dan laagopgeleiden, 10,6 procent tegenover 6,2 procent. Van Mulligen zegt daarover: „Hoogopgeleiden doen vaker heterogeen werk. De kwaliteiten die ze bij de ene baan nodig hebben, kunnen ze ook bij een andere baan toepassen. Daardoor hebben ze meer mogelijkheden om in verschillende beroepen aan de slag te gaan.”

Volgens de onderzoeker is dat lastiger voor laagopgeleiden, omdat die vaker een „homogeen” beroep hebben zoals vuilnisophaler of schoonmaker. Beroepen met meer afgebakende taken. „Daar heb je vaardigheden nodig die je moeilijker mee kunt nemen naar een andere sector.”

Binnen de sector dienstverlening koos negen op de tien werknemers voor een andere baan. Dat komt onder meer doordat werken in de horeca tot een ‘dienstverlenend beroep’ wordt gerekend. En de horeca kent traditioneel een hoge in- en uitstroom van werknemers.

Enorme inhaalslag

In de zorgsector werden er juist meer interne uitstapjes gemaakt. 54 procent van de beroepswisselaars in die sector bleef werken in een zorgbaan.

De meeste nieuwe vacatures kwamen erbij in de sectoren handel, horeca, zorg, ICT, bouw en industrie. „Vooral in de zorg en de bouw heeft een enorme inhaalslag plaatsgevonden”, zegt Ton Wilthagen, hoogleraar arbeidsmarkt aan Tilburg University. „De huizenmarkt trekt weer aan, dus daar neemt de werkgelegenheid toe. Op de zorg is lang bezuinigd, maar nu wordt er weer geïnvesteerd. Het is eigenlijk bizar: jarenlang was er bijna geen werk te vinden en nu kunnen ze de vacatures niet vullen.”

Als de economie blijft groeien, verwacht Wilthagen dat er dit jaar nog meer mensen van baan zullen wisselen. „Er is heel veel flexwerk in Nederland, dus het wisselen van functie en beroep zal zeker toenemen. Daarnaast werken mensen steeds langer door en wordt dus ook de kans groter dat ze een keer een ander beroep gaan uitoefenen.”