Mantelzorger krijgt nauwelijks hulp

Onderzoek

Mantelzorgers raken vaak overbelast. Gemeenten moeten hen helpen, maar dat komt vaak niet van de grond, blijkt uit onderzoek.

Met een zelfgemaakte medaille bedankte Jenny Schneider-van Egten haar familieleden die haar helpen. Foto Ilvy Njiokiktjien

Mensen die zorgen voor een ziek of gehandicapt familielid of iemand anders in hun omgeving die hulpbehoevend is, krijgen nauwelijks de ondersteuning van de overheid waarop zij recht hebben. Negen op de tien mantelzorgers maken geen gebruik van de mogelijkheid om de zorg tijdelijk over te laten aan professionals of vrijwilligers. Ruim eenvijfde van deze groep had juist wel graag zulke ‘respijtzorg’ gekregen – om zelf even op adem te komen.

Dit blijkt uit onderzoek onder ruim 2.340 mantelzorgers, dat is uitgevoerd door zes belangenverenigingen en dat deze donderdag wordt gepubliceerd.

Zo’n 4,5 miljoen Nederlanders zorgen, regelmatig naast hun baan, voor een zieke dierbare. Al jaren blijkt uit onderzoeken dat velen van hen zich te zwaar belast voelen. Het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) stelde twee maanden geleden dat 10 procent (450.000 mensen) van de mantelzorgers overbelast is.

Vooral mensen die voor een dementerende naaste zorgen hebben het zwaar: volgens onderzoek van het VUmc ontwikkelt 40 procent van hen depressieve klachten. 5 procent denkt zelfs soms aan zelfmoord.

Op papier zijn er mogelijkheden

Om mantelzorgers te ontlasten zijn er op papier veel mogelijkheden om vervangende zorg te regelen. Het kan gaan om professionals die thuis komen helpen of een tijdelijke plek in een (dag)opvang. Dat kan – afhankelijk van de situatie – geregeld worden via een zorgkantoor, de zorgverzekeraar of in veel gevallen door de gemeente.

Gemeenten zijn sinds 2015 verplicht vervangende zorg voor mantelzorgers aan te bieden, maar dat blijkt vaak niet goed te gaan. Mantelzorgers weten bijvoorbeeld vaak helemaal niet dat ze hulp van de gemeente kunnen krijgen.

Mezzo, de belangenvereniging voor mantelzorgers, schrijft in een brief aan Tweede Kamerleden: „Er is onduidelijkheid bij gemeenten en aanbieders over wat respijtzorg precies inhoudt […] Het aanbod sluit daardoor vaak niet aan op de behoefte die mantelzorgers hebben.”

Mezzo pleit voor ‘respijtcoördinatoren’ in gemeenten, die mantelzorgers kunnen begeleiden naar passende vervangende zorg. In een aantal plaatsen zijn deze mensen er al, maar lang niet in alle gemeenten.

Er is geen overzicht over welke gemeenten voldoende en welke onvoldoende hulp bieden aan mantelzorgers. Dat is één van de nadelen van de grote zorgdecentralisaties van drie jaar terug: het overzicht is kwijt, en er zijn grote (kwaliteits)verschillen ontstaan tussen gemeenten.

Een nieuw probleem is het niet. Voor verbetering van vervangende zorg is in het regeerakkoord van VVD, CDA, D66 en ChristenUnie tot en met 2020 jaarlijks 10 miljoen euro extra uitgetrokken.

Lees ook: ‘Bereid mantelzorgers voor op de zorg voor dementerenden’

Ook voormalig staatssecretaris Martin van Rijn (Zorg, PvdA) kaartte het probleem vorig jaar al aan in de Tweede Kamer. Hij zei: „Geven gemeenten mantelzorgers voldoende informatie over wat de mogelijkheden zijn? Is iedereen daarmee bekend? Ik vind dat daar nog echt tandjes bij kunnen.”

Dat blijkt nog niet gelukt. Deze donderdag praat de Tweede Kamer opnieuw over ‘respijtzorg’. Tweede Kamerlid Vera Bergkamp (D66): „We weten niet eens hoe het toch komt dat het niet lukt om mantelzorgers goed te helpen. Het is echt een hardnekkig probleem.”

Sophie Hermans, Tweede Kamerlid van de VVD, vindt dat mensen zelf eerder op zoek mogen gaan naar hulp én dat gemeenten die eerder moeten aanbieden. Ze zegt: „Mensen realiseren zich soms niet dat ze mantelzorger zijn en dat ze recht hebben op hulp. Gemeenten moeten inwoners daar actiever op wijzen en duidelijk maken wat ze kunnen doen.”

Onlangs kwamen regeringspartijen VVD en D66 met een plan voor een proef met parttime verpleeghuizen, waar ouderen een paar dagen in de week zouden kunnen wonen. Bergkamp en Hermans zien dit als een van de mogelijke oplossingen om mantelzorgers te ontlasten. Het is nog onbekend in welke vorm het plan wordt uitgevoerd.

    • Enzo van Steenbergen