Recensie

Knetterend euforische brass van Too Many Zooz

Pop Brassband Too Many Zooz begon in de metro van New York, maar de groep ging viral met video’s van hun krankzinnig energieke geluid en maffe uitdossingen.

Too Many Zooz tijdens een optreden in Zwitserland in 2015. Foto Jean-Christophe Bott

Hij ziet eruit als een skaterpunk die in een kleurenbad is gevallen. Leo Pellegrino – geel haar, rode schoenen, korte broek met bretels – speelt de enorme baritonsax en moet de longinhoud van een topsporter hebben. Niet alleen blaast hij de eerste drie kwartier zonder pauze een constant spervuur van diepe bromstoten, hij danst er ook nog eens als een bezetene bij. Pellegrino trekt alle aandacht bij Too Many Zooz, maar is één van de drie pionnen. Aangevuld met trompet en een basdrum klinkt het trio als een brassband op LSD. Brasshouse noemen ze het zelf, een treffende benaming.

Ze zijn begonnen in de metro van New York en gingen viral met video’s van hun krankzinnig energieke geluid en maffe uitdossingen. Festivals volgden, maar ook Beyoncé. Sinds zij hen uitnodigde toeren ze de wereld rond.

Op het podium blijkt Pellegrino niet alleen de meest energieke, maar ook de meest veelzijdige. Drummer David Parks heeft zijn basdrum volgehangen met koebellen, tamboerijnen en andere percussie, hij ramt er toch vooral rechttoe rechtaan housebeats op. Trompettist Matt Doe heeft niet de longinhoud van zijn collega. Hij schettert lekker door, maar alles blijft in hetzelfde register: dat van de knetterende euforie.

Na twintig minuten zijn alle trucs en pasjes voorbijgekomen en gaat Too Many Zooz in de herhaling. Geeft niet. Een feestband moet het niet van zuivere lijnen of verrassend repertoire hebben, maar van energie. Daarvan heeft het trio een overdosis en weet die, geholpen door de bijzondere samenstelling van de band, moeiteloos over te brengen op het publiek.

    • Leendert van der Valk