Liever boeken dan e-books

Liefde voor boeken Fotograaf Johanna Kessler portretteerde 52 boekenliefhebbers. Zij vertellen wat hen in deze digitale tijd zo aantrekt in boeken. Drie portretten uit haar boek We love books.

Carl Haarnack met zijn boekenverzameling. Foto Johanna Kessler

Carl Haarnack: ‘Wij hadden vroeger maar twee boeken in huis liggen’

‘Wij hadden thuis nauwelijks boeken. In het huis in Amsterdam-Osdorp, waar ik vanaf 1967 opgroeide, hadden de vorige bewoners twee boeken achtergelaten: een oude, geïllustreerde bijbel en de tweedelige Kleine Oosthoek Encyclopedie. Door in die encyclopedie te bladeren kon ik in gedachten reizen en mijn honger naar kennis stillen.

„Mijn belangstelling voor mijn geboorteland Suriname werd eigenlijk pas gewekt toen er een andere encyclopedie in mijn leven kwam. In 1977, ik was toen 15, kreeg ik van mijn oma de Encyclopedie van Suriname. Daar las ik dingen waarover de Kleine Oosthoek met geen woord repte. Over de koloniale geschiedenis en over verhalen waar mijn moeder, mijn leraren op school of de bibliothecaris geen weet van hadden.

Sommige boeken zijn zo zeldzaam dat je enorm blij wordt als je zo’n boek mág kopen

Carl Haarnack

„Tijdens mijn studententijd maakte ik er een gewoonte van om antiquariaten te bezoeken. Ik had het geld niet om dergelijke boeken aan te schaffen. Maar het was al heel waardevol om te weten dat er überhaupt zulke boeken bestonden.

„In mijn verzameling staat de Europese koloniale geschiedenis in Suriname centraal. Het is onmogelijk om de Surinaamse geschiedenis te bestuderen zonder oog te hebben voor de slavernij. Veel boeken in mijn collectie hebben te maken met deze lang verwaarloosde geschiedenis. Om te proberen deze geschiedenis te begrijpen is het belangrijk veel verschillende bronnen te raadplegen. Wat reguliere bibliotheken te bieden hebben is natuurlijk slechts een afspiegeling van de kennis van de samenstellers. In je eigen bibliotheek bepaal jijzelf wat belangrijk is en wat niet.

„Het boek waarmee ik hier op de foto sta is Outalissi, a Tale of Dutch Guiana van Christopher Edward Lefroy, uit 1826. Dit boek is een felle aanklacht tegen het Nederlandse koloniale beleid in Suriname én tegen de slavernij. Lefroy was rechter aan het Gemengd Gerechtshof in Paramaribo, dat moest toezien op de naleving van het verbod op de slavenhandel. In zijn roman maakte hij gebruik van waargebeurde verhalen. Het boek sloeg in als een bom en wekte de woede van het koloniale bestuur. Vrij snel werd Lefroy de kolonie uit gewerkt. Mijn exemplaar is ‘interleaved’: op de ingebonden witte pagina’s heeft Lefroy in manuscript commentaar geleverd op zijn criticasters en aanvullingen opgenomen. Outalissi is de Surinaamse Max Havelaar. Het is volledig genegeerd door historici, de overheid en bibliotheken.

„Sommige boeken zijn zo zeldzaam en zo belangrijk dat je enorm blij wordt als je zo’n boek vindt en mág kopen.”

Annelie Jonquiere: ‘De letterdoos leerde mij de mystiek van het lezen’

Annelie Jonquiere bij haar boekenkast. Foto Johanna Kessler

‘Op mijn zesde leerde ik lezen of beter gezegd: ontdekte ik de mystiek van het lezen. Het was een openbaring dat de roze rechthoekjes uit mijn letterdoos met symbooltjes, die de juffrouw letters noemde, in combinatie met elkaar betekenis kregen. Ik herinner me dat mijn klasgenoot Dennis van zijn plaats kwam (in mijn ogen een zeer brutale daad) en vlug op mijn letterdoos een woordje legde. De juf die bij je langsliep om te kijken of je netjes de woordjes aap, noot of Mies gelegd had, las het woordje van Dennis en verschoot van kleur. Er stond ‘poep’. Ik zal het nooit vergeten.

Ik geneer me een beetje voor mijn interesse in de Jodenvervolging

Annelie Jonquiere

„In die eerste klas van de Bloemendaalse Schoolvereniging is de kiem gelegd voor een leven lang lezen en de vriendschap met Ellen die net als ik ook leest. En dan bedoel ik met lezen: iedere dag lezen, niet alleen in weekenden of vakanties, nee, altijd en overal.

„Op het Stedelijk Gymnasium had ik een heel goede lerares Nederlands, Mieke Tillema. Stapels boeken lagen op haar bureau waar ze uit voorlas. Zo maakte ik kennis met Maria Dermout, Jan Wolkers, Frans Kellendonk, maar ook met dichters als Lucebert, Ida Gerhardt en Cees Buddingh.

„Op mijn 50ste verjaardag kreeg ik van Ellen eindelijk het boek dat ik had willen krijgen toen ik acht jaar werd: het boek van Ot en Sien, met de dikke bordeauxrode kaft en glanzende illustraties. Ellen kreeg dat boek in 1970 voor haar achtste verjaardag en ik kon alleen maar naar dat boek kijken en erover dromen.

„In mijn boekenkast staan veel boeken over de Tweede Wereldoorlog en om preciezer te zijn over de Jodenvervolging. Ik weet niet waar deze interesse vandaan komt, ik geneer me er een beetje voor. Waarom wil ik alles lezen over deze vreselijke periode? Sinds een jaar of tien lees ik ook graag literaire thrillers: ik kreeg destijds als leestip Midzomermoord van Henning Mankell. Het boek las ik op een verlaten berg op Gran Canaria. Het verhaal was zo spannend dat ik in de pikdonkere, zwoele zomernacht niet meer verder durfde te lezen, het huisje ben binnengeslopen en de deuren goed op slot deed. Maar mijn grootste liefde is de Nederlandstalige (vertaalde) roman.

„ Een paar jaar geleden herontdekte ik het (zelf) schrijven. De mystiek van taal, letters en woorden, het verdwijnen in gedachten van jezelf en anderen, dit alles hoort bij mij, vanaf het eerste woordje op de letterdoos.”

Alessandro Di Meo: ‘Als ik een boek open, denk ik: kom maar op!’

Alessandro Di Meo bij zijn boekenkast. Foto Johanna Kessler

‘Ik groeide op in een huis waar de naam Mozart nimmer gevallen is en mocht dit toch zijn gebeurd, dan hoogstwaarschijnlijk gekscherend, maar zelfs dat lijkt me uiterst merkwaardig. Samengevat: we hebben nul culturele bagage meegekregen. Eenmaal vastgelopen in het dorpje Nijverdal, want hier speelde dit alles zich af, besloot ik zoals zovelen, het erop te wagen en westwaarts te trekken. Via een kleine omweg kwam ik in Amersfoort uit. Aangezien er in een mensenleven, heel pragmatisch, brood op de plank moet, liep ik op zoek naar werk onder andere de Algemene Boekhandel binnen. Ik kon ogenblikkelijk goed opschieten met de boekverkoper David Coppoolse en kwam binnen de kortste keren bij hem thuis. Overal boeken, nog nooit had ik zoiets gezien! Aanvankelijk liet ik het maar links liggen, dat zou vast niks voor mij zijn, een jongen uit het oosten van simpele komaf. Wie weet zat mijn ijdelheid mij eveneens in de weg, wat zou een ander mij in godsnaam weten te vertellen? Toch sloeg ik weleens een boek open en dacht dan bij mezelf: kom maar op! Uiteraard gebeurde dat pas als anderen de hoek om waren.

Waarschijnlijk zal ik wel tuttig zijn, maar door een passage van Rousseau werd ik getroffen

Alessandro Di Meo

„De eerste boeken die me troffen waren boeken over beeldend kunstenaars, met name Van Gogh. Zo kwamen de eerste kunstboeken en monografieën van mijn favoriete schilders in huis. Mijn interesse verschoof langzamerhand naar kwalitatief betere boeken. Kunstwerken dienen zich goed te presenteren, dat verdienen ze en je begrijpt het al, dan houdt het bij de kringloop enigszins op.

„Aanvankelijk kocht ik sporadisch nieuwe boeken. Gelukkig ben ik sinds kort postbode en is mijn budget toegenomen. Ik verzamel nu onder andere de Perpetua-reeks van Atheneum, een zeer verzorgde uitgave van geschriften die tot de wereldliteratuur gerekend worden. Een van de titels uit deze serie had ik weleens eerder in handen gehad, Bekentenissen van J.J. Rousseau. Waarschijnlijk zal ik wel tuttig zijn, maar door een passage in het begin van het boek werd ik getroffen. Hier beschrijft hij, op magnifieke wijze, zijn drang tot het verkrijgen van een volgend pak slaag van juffrouw Lambercier als ook zijn zachtmoedige gevoelens die dit tegengaan. De zachtmoedigheid overwint. Ik vind het zeer waardevol zoiets merkwaardigs te lezen, of het nu werkelijk gebeurd is of niet. Iemand zegt iets, toont lef en zet me aan het denken. Dit hele spel van de schrijver maakt een vrijer mens van me en dat is de voornaamste reden waarom ik boeken lees en verzamel.”