Is piemels afhakken het antwoord op #MeToo in kunst?

#ArtToo

Sinds de ontmaskering van Harvey Weinstein is #MeToo een begrip. In de maatschappij, en dus ook in de kunsten. Is dat een nieuwe ontwikkeling, of is preutsheid en censuur van alle tijden?

Gustave Courbet, L’Origine du monde (1866). Voor een ongecensureerde blik: klik op de afbeelding.

Seks en kunst – sinds in oktober 2017 de eerste beschuldigingen van seksuele intimidatie aan het adres van Hollywoodproducer Harvey Weinstein in de The New York Times geuit werden, is de discussie over seksueel onaanvaardbaar gedrag snel uitgebreid naar alle kunstvormen.

De #MeToo-actie, waarin vooral vrouwelijke slachtoffers naar voren komen en vertellen hoe ze door producenten en kunstenaars verkracht, vernederd of oneerbaar betast zijn, is aanstekelijk.

Het blijft beschuldigingen regenen.

Zo heeft sinds maandag Den Haag naar het lijkt Nederlands grootste #MeToo-monument: het Haagse stadhuis van de Amerikaanse architect Richard Meier. Hij werd op maandag van seksueel misbruik beticht, door verschillende vrouwen in de New York Times. Hij zou ze in de afgelopen decennia onder meer tot seks hebben willen dwingen. Meier (83) zegt zich het niet te herinneren, verontschuldigt zich voor mogelijk aanstootgevend gedrag en heeft zich teruggetrokken uit zijn architectenbureau.

Dinsdag was de klassieke muziek aan de beurt: de hooggeprezen Amerikaanse dirigent James Levine (74) kreeg toen te horen dat hij niet langer welkom was bij zijn werkgever, de Metropolitan Opera in New York, vanwege langdurig seksueel misbruik van jonge orkestleden onder zijn leiding. Levine was sinds de jaren zeventig vier decennia de baas van het operahuis. Hij zou seks met jonge mannelijke musici hebben gehad, en organiseerde ook mastuurbeersessies, aldus de Boston Globe. Want je musiceert beter zonder seksuele remmingen, was het idee.

Geen kunstvorm lijkt veilig: beeldend kunstenaar Chuck Close (77), Amerika’s meester van de fotorealistische kunst werd in december van seksueel wangedrag jegens modellen beschuldigd. Close ontkent. The National Gallery of Art in Washington zegde een expositie van hem af. Bij de Smithsonian National Portrait Gallery in Washington vroeg men zich af of ze niet op de bordjes bij de kunstwerken van Close moesten zetten dat hij beschuldigd was van „sexual harassment”.

Dat doen musea ook al als er iemand op een kunstwerk afgebeeld staat die een dubieus verleden heeft. Zoals in Hoorn op het standbeeld van VOC-baas Jan Pieterszoon Coen een tekstbordje is aangebracht waarop staat dat hij als koloniaal wreedheden heeft begaan.

Mond snoeren

kunstwerkmasker

Egon Schiele, Standing Nude with Orange Drapery (1914)

Zorgt de #MeToo-discussie ervoor dat de hele westerse kunstgeschiedenis opnieuw in een seksistisch licht bezien moet worden? Waren Picasso en Rodin ook niet roofdieren als het om vrouwen ging? Zijn filmers als Woody Allen en Roman Polanski ook niet beschuldigd van seksueel misbruik? Kun je kunst nog wel bekijken zonder dat eeuwenoude seksistische element, de mannelijke blik, de male gaze mee te wegen? Moet je kunst los kunnen zien van de maker?

Die vragen zijn niet nieuw. In de jaren zestig en zeventig waren ze al aan de orde. De radicaal feministische Valerie Solanas schoot in 1968 kunstenaar Andy Warhol in New York neer (hij overleefde na een operatie van zes uur), omdat ze zich door hem benadeeld voelde en omdat ze tegen de door mannen overheerste cultuur was. Mannen willen vooral vrouwen (seksueel) overheersen om te laten zien dat ze Man zijn: „Zijn pogingen om dat te bewijzen bestaan vooral uit neuken (Grote Vent met Grote Pik maakt Grootse Wip)”, schreef Solanas in het manifest van haar Society for Cutting Up Men (SCUM). (Vertaald als Het T.U.I.G.-Manifest door Aad Jansen. De vertaalde afkorting staat voor Ter Uitroeiing van het Inferieure Geslacht).

Met meer humor probeert sinds de jaren tachtig ook de Amerikaanse activistische feministengroep The Guerilla Girls het seksisme in de kunst aan de orde te stellen.

kunstwerkmasker

Barberini Faun (300-200 v.Chr.)

Onze westerse cultuur, ook de voorchristelijke, antieke, is al heel lang doordrongen van het mechanisme om vrouwen de mond te snoeren en buiten de macht te zetten, schrijft de Cambridge-professor klassieke oudheid en tv-presentator Mary Beard in haar manifest Women & Power uit 2017: „Als het om vrouwen het zwijgen opleggen aankomt, heeft de westerse cultuur duizenden jaren praktijkervaring.”

Ze haalt voorbeelden aan uit de 3.000 jaar oude Odyssee van Homerus, waarin Odysseus’ zoon Telemachus zijn moeder Penelope het zwijgen oplegt. Ze haalt ook klassieke toneelstukken en renaissance-kunst aan waarin machtige vrouwen als gevaar worden gezien.

Discussie

Dat vrouwen in de #MeToo-discussie hun stem verheffen en zich tegen mannelijke kunstproducenten keren, wordt als ommezwaai gezien. Dat seks – en hoe vrouwen als seksuele wezens in (mannelijke) kunst voorgesteld worden – daarin een sleutelrol vervult, is begrijpelijk. Want zoals Oscar Wilde, de Ierse schrijver, gezegd zou hebben: „Alles in de wereld draait om seks, behalve seks. Seks gaat over macht.”

Is niet alle westerse kunst besmet met verwerpelijk seksisme, en valt er eigenlijk daardoor niet meer van kunstwerken te genieten?

kunstwerkmasker

Peter Paul Rubens, Tarquinius and Lucretia (ca. 1608)

Komt er een nieuwe politiek correcte censuurgolf aan, zoals die ook ooit door het Vaticaan spoelde? Pausen en anderen keerden zich tegen alle zondige naakte schilderijen en beelden in de Sixtijnse Kapel. Er moesten vijgebladen en doeken over de geslachtsdelen m/v komen. Michelangelo vond het maar niks, en beeldde de grootste fatsoensrakker, Cesena, af als ezel in de hel, wiens penis door een slang werd afgebeten, op zijn Laatste Oordeel-schilderij in de Sixtijnse Kapel. In de negentiende eeuw liet paus Pius IX alsnog alle nog blote piemels van beelden in het Vaticaan afhakken.

Of een nieuwe preutsheid de oplossing biedt is de vraag. De Britse kunstenares Sonia Boyce liet in februari 2018 een schilderij met blote nymfen – ‘passieve schoonheden’ van de Victoriaanse schilder J.W. Waterhouse (1849-1917) tijdelijk verwijderen uit de Manchester Art Gallery, en vroeg het publiek om reacties.

Wereldwijd werd ‘censuur!’ geroepen, en geschokt gereageerd, onder meer in de Frankfurter Algemeine Zeitung, die er drie van zijn ouderwets grote krantenpagina’s aan wijdde met veel voorbeelden van wat dan allemaal nog meer niet meer zou kunnen. Begrijpelijk, want de Duitsers hebben recente slechte ervaringen met censuur. Maar het schilderij met de nymfen is alweer teruggehangen, en Sonia Boyce, die al jaren kunstwerken over racisme en seksisme maakt, heeft in The Guardian uitgelegd dat ze vooral de discussie over kunst en het vrouwbeeld wil prikkelen. Ze maakt daarover een kunstwerk dat later deze maand getoond zal worden.

Boyce wil geen censuur plegen of piemels afhakken. Ze wil discussie. Cultuur is een voortdurend proces van vragen stellen over hoe we naar de wereld kijken, zegt ze, en daarin heeft ze gelijk.

Vandaar dat NRC extra aandacht besteedt aan hoe we als kunstliefhebbers met #MeToo in de kunst om kunnen gaan.

    • Paul Steenhuis