In het wijkcentrum gaan de wandelschoenen uit

Wat doen burgers zelf, met of zonder de politiek?

Het klittenband zit strak om de polsen, de wandeltocht kan beginnen. Nordic walking is niet moeilijk, zegt Ben Helms, 72 jaar. Lange passen maken, daar gaat het om. En blijven opletten. Een dame die eens té gezellig zat te praten, slingerde zo haar stokken in elkaar. „Eén grote valpartij.”

„Hoeveel koffie zal ik zetten?” vraagt de vrijwilliger.

„Doe maar voor tien man”, zegt Helms als hij met de lopers de ontvangstruimte verlaat.

De wandelclub is een van de activiteiten die stichting Berflo Es in Hengelo voor wijkbewoners faciliteert. Naast de karateclub, latin dance, een tweedehandskledingwinkel en chauffeursdienst. Het bewonersbedrijf is in 2014 opgericht als reactie op de terugtrekkende overheid in het welzijnswerk. Het wilde tonen dat je als bewoners sámen een rendabel wijkcentrum kunt runnen.

En zo kon ook de wandelclub in het wijkcentrum terecht. De wandelaars betalen voor de koffie en mogen er hun kist met stokken kwijt. Ruim twintig paar.

„Iets meer tempo, hè”, zegt een 80-jarige medewandelaar als Ben Helms wat achteropraakt. Samen zijn ze vandaag de enige nordic walkers. De rest wandelt gewoon, voor de gezelligheid.

Jij bent wel geschikt als begrafenisondernemer, had het reïntegratiebureau tegen Helms gezegd na zijn ontslag. Ja, hallo. Hij belandde op de bank, woog honderd kilo. De wandelclub heeft ’m gered. En het voordeel is: je komt onder de mensen. Ze eten bij elkaar, helpen elkaar met klusjes, de tuin. „Een beetje lol maken.” Voorheen waren ze met z’n twintigen, ook buitenlanders. Maar dat zijn niet zulke wandelaars.

Bij de oprichting in 2014 was bewonersbedrijf Berflo Es landelijk nieuws. De bewonersavonden waren drukbezocht. Het bedrijf had een oud schoolpand gekocht en een betaalde kracht regelde de activiteiten. Maar vier jaar later is de stichting nog altijd zoekend. De tuinclub ging ter ziele, de naaiclub. De betaalde kracht werd te duur en om quitte te draaien is een deel van het pand verhuurd.

Vijftig vrijwilligers trekken nu de kar. Maar dat maakt kwetsbaar. En niet alle buurtbewoners weten de stichting te vinden. Het bestuur vraagt zich hardop af hoeveel gemeenschap de geïndividualiseerde mens in deze tijd nog behoeft. Zit hij niet liever thuis op de bank voor de tv?

„Elly, jij nog koffie?” Na een uurtje wandelen omringt de club een thermoskan in de ontvangstruimte van het bewonersbedrijf. Er wordt gekletst en gegierd en een oudere dame verruilt haar wandelschoenen voor hakken.

„Het zijn vrienden geworden”, zegt Ben Helms als hij uit zijn koffertje de aftekenlijst haalt. Hij noteert de aanwezigen en deelt intussen ontbijtkoek uit. In het koffertje zitten ook briefkaarten, voor als iemand ziek is.