Flonkerende geest in roerloos lichaam

Stephen Hawking (1942-2018)

De woensdag in Cambridge overleden theoretisch fysicus Stephen Hawking was een wetenschappelijke rockster. Naast zijn unieke brein sprak vooral zijn immense veerkracht mensen aan.

Stephen Hawking in 2012 tijdens een bezoek aan het Science Museum in London. Foto Anthony Devlin/AP

Vier jaar geleden, in 2014, gaf de Britse theoretisch fysicus Stephen Hawking een lezing in Utrecht. Hij werd omringd door de verpleegsters en assistenten die hem op al zijn reizen vergezelden: van een chic galadiner in New York, tot Florida – waar hij een paraboolvlucht maakte om gewichtsloosheid te ervaren – tot China waar hij colleges gaf. En zo deed hij ook Utrecht aan, waar een afgeladen Beatrix Theater klaar zat voor zijn lezing.

Live waren zijn voordrachten allang niet meer. Zijn lichamelijke beperkingen waren daarvoor te groot na bijna een halve eeuw ALS, de spierziekte die het lichaam stap voor stap laat uitvallen. Ook de lezing in Utrecht had Hawking veel eerder al letter voor letter bij elkaar gesprokkeld. Spotlights lichtten zijn lichaam uit, hangend in zijn rolstoel. Het publiek keek ademloos toe.

De woensdagochtend in zijn woonplaats Cambridge overleden Hawking (1942) was befaamd onder collega-fysici en een rockster in de wereld daarbuiten. Want: wie kende niet dit ‘brein op wielen’? Hawking, die behalve fysicus ook auteur was van bestsellers over de fysica, presenteerde de BBC-documentairereeks Stephen Hawking’s Universe, was een gastster in Star Trek: The Next Generation, leende de stem van zijn spraakcomputer aan Pink Floyd’s album The Division Bell en schopte het tot stripfiguur in The Simpsons.

Zijn faam dankte deze hoogleraar uit Cambridge mede aan de objecten die hij onderzocht: zwarte gaten, de meest ondoorgrondelijke monsters van het heelal. Maar onmiskenbaar hing de roem óók samen met de extreme onbalans tussen Hawkings flonkerende geest opgesloten in dat roerloze lichaam.

Stephen Hawking had een gastrol in The Simpsons:

Rauw zichtbaar

Die onbalans appelleerde aan de diepe angst uit dromen waarin je kunt horen, ruiken en voelen, en toch niet in staat bent om zelfs maar een vinger te bewegen. Net zoals Hawkings levendige brein was geketend in een stilgevallen lichaam – voorgoed.

Lees ook: Natuurkundige Stephen Hawking (76) overleden

Het werd rauw zichtbaar toen in Utrecht de metalige stem van zijn Intel-spraakcomputer (een verouderde klank die hij handhaafde omdat die bij hem was gaan horen) stilviel, terwijl achter hem de beelden op het scherm op hol sloegen. Uitdrukkingloos en onbeweeglijk zat Hawking op het podium, terwijl een assistent haastig toeschoot om de boel in het gareel te brengen.

Maar: onverstoorbaar hervatte Hawkings computerstem even later de lezing waarin hij met kenmerkende sarcasme de ideeën over God en de schepping tegenover de verklarende kracht van de ratio en van de fysica zette. En iedereen voelde: dit is óók een duel tussen het onverzoenlijke lot en een onverzettelijke geest.

Botsing met beroemdheid

Hawking weigerde om zich uit het veld te laten slaan. De Nederlandse natuurkundige Robbert Dijkgraaf vatte het ooit samen in een mooie anekdote. Daarin reed Hawking in zijn (opgevoerde) rolstoel over een verlaten Rokin in Amsterdam. Toevalligerwijze viel de conferentie waarvoor hij in de stad was, samen met een top van regeringsleiders voor wie het centrum was schoongeveegd. Slechts één auto reed er: een politiewagen, in volle vaart, recht op Hawking af. En: die week niet. Slechts door zelf uit te wijken konden de agenten een botsing met de beroemdheid voorkomen.

Het was hoe Hawking leefde. De diagnose ALS kreeg hij in 1963, toen hij nog maar 21 jaar was. Krap twee jaar later trouwde Hawking met Jane Wilde, een jeugdvriendin van zijn zus. „Ze gaf me een reden om verder te gaan”, zei hij en hij kreeg met haar drie kinderen – Robert (in 1967), Lucy (1970) en Timothy (1979).

Lees ook: Hawking volgens vier wetenschappers: ‘Hij bracht een glimlach op je gezicht.’

Kon hij in de loop van de jaren zeventig niet meer schrijven, niet langer formules op het bord zetten? Hawking leerde om in zijn hoofd met beelden te werken en ontwikkelde zich zo toch – of misschien zelfs mede daardoor – tot een topfysicus met baanbrekend werk aan zwarte gaten.

Gekluisterd in een rolstoel bezette hij zelfs dertig jaar lang (tussen 1979 en 2009) de Lucasian-leerstoel in Cambridge, die ooit nog door de fameuze Isaac Newton was bekleed.

Langzame variant van ALS

Dat Hawking aan een uitzonderlijk langzaam voortschrijdende variant van ALS bleek te lijden, verklaart mede de lengte van zijn loopbaan. Het besef dat zijn lichaam het elk moment kon begeven, maakte hem bovendien extra productief, zo meende Hawking zelf. Of zoals zijn zuster het op Brits onderkoelde wijze omschreef: „De wetenschap dat je morgenochtend moet hangen, scherpt de geest aanzienlijk.”

Lees ook: Voor Stephen Hawking was wetenschap ook kunst

Hawking had van zijn ouders, Frank en Isobel, een niet al te conventionele opvoeding gekregen. Het gezin, met naast Stephen nog twee jongere zusjes en een geadopteerd broertje, woonde in St Albans. Daar was Frank, die net als Isobel in Oxford had gestudeerd, hoofd van de afdeling parasitologie van het National Institute for Medical Research. De gezinsleden verplaatsten zich er in een omgebouwde taxi en tijdens het avondeten in hun wat vervallen huis zaten ze geregeld elk hun eigen boek te lezen.

Als student was Hawking daarna bepaald niet ijverig, schreef hij in zijn autobiografie, My Brief History (2013). In de geest van Oxford werkte hij niet meer dan een uur per dag.

Hij was ook erg jong, zeventien jaar pas, toen hij daar aan zijn studie wis- en natuurkunde begon. Volgens ingewijden begon hij zich er pas thuis te voelen nadat hij was toegetreden tot de University College Boat Club en als stuurman acht roeiers aanvoerde. En misschien ook was het curriculum simpelweg te makkelijk voor hem: docenten vertelden later dat ze al snel zagen hoe briljant hij was.

Pas aan het einde van zijn studie in Oxford, die hij in 1962 afrondde, toog Hawking echt aan het werk. En pas toen hij in Cambridge in de kosmologie ging promoveren (bij Denis Sciama, al had hij zelf de voorkeur voor de beroemde astronoom Fred Hoyle) dook Hawking helemaal in het vak.

Zijn wetenschappelijke ster steeg vervolgens snel toen hij in Cambridge met de beroemde Roger Penrose aan singulariteiten in de algemene relativiteitstheorie ging werken, en met James Bardeen en Brandon Carter de ‘vier wetten van zwartegatenmechanica’ voorstelde. Het leverde hem onder andere een gasthoogleraarschap aan Caltech in de Verenigde Staten op, en in 1979 dus die Lucasian-leerstoel in Cambridge.

De publieke roem kwam tien jaar later toen Hawking – op kenmerkende, doelgerichte wijze – zijn droom verwezenlijkte om een boek te schrijven „dat op elk vliegveld in de wereld te koop is”. Hij ging daartoe niet in zee met een prestigieuze universitaire uitgeverij, maar met het commerciële Bantam Press.

Toch moet het zijn stoutste verwachtingen hebben overtroffen dat van zijn A Brief History of Time (1988) wereldwijd twintig miljoen exemplaren werden verkocht – al wordt er vaak bij gezegd dat slechts een fractie van de kopers het boek helemaal gelezen heeft.

Stephen Hawking gaf in oktober nog de eerste Roger Penrose lezing, over zwarte gaten:

Toegewijde zorg

De roem trok een wissel op zijn huwelijk. Zonder de toegewijde zorg van zijn vrouw Jane had Hawkings carrière nooit zo kunnen bloeien. Jane was gepromoveerd op middeleeuwse Spaanse poëzie, maar had haar ambities ter zijde geschoven om voor haar man te zorgen. In het boek Music to Move the Stars dat zij na hun officiële scheiding in 1995 schreef, doet zij daarvan bitter verslag.

Het viel Jane zwaar om de zorg voor hun drie kinderen alleen te dragen, terwijl haar man enkel door haar verpleegd wilde worden. En toen er uiteindelijk toch verpleegsters en assistenten in huis kwamen, raakte zij haar privacy grotendeels kwijt.

Jane beschreef hoe zenuwachtig het haar maakte dat Hawking soms dagenlang zweeg wanneer hij in gedachten in een zwart gat of ander fysisch probleem was verzonken. Ze ergerde zich er bovendien steeds vaker aan dat mensen haar man als een icoon behandelden – zeker na het verschijnen van Hawkings eerste bestseller.

Daarbij hielp het niet dat Jane kracht aan haar christelijke geloof ontleende, terwijl Hawking sardonisch spotte met elke vorm van religie. En het was ingewikkeld dat Jane uiteindelijk een relatie kreeg met koordirigent Jonathan Hellyer Jones.

Maar de ongemakkelijke waarheid was vooral dat Hawkings passie voor natuurkunde, zijn heldere geest en zijn wereldfaam Jane volledig in de schaduw stelden, terwijl die passie, geest en faam toch slechts konden gedijen dankzij haar niet aflatende zorg.

Later, in haar boek Travelling to Infinity, was Jane overigens verzoenender. Ze schreef het nadat Hawking in 2006 weer was gescheiden van Elaine Mason, de verpleegster met wie hij sinds 1990 een relatie had en die hij in 1995 trouwde.

Stephen Hawking en zijn kinderen doen in 2014 de Ice Bucket Challenge:

Triomfantelijke toon

Toch, iets van het ongemak dat Jane had gevoeld in de latere jaren van haar huwelijk met Hawking, was ook merkbaar bij sommige collega-fysici. Zij ergerden zich aan de triomfantelijke toon waarop Hawking in A Brief History of Time voorspelde dat de natuurkunde binnenkort ‘alles’ zou verklaren. Ze hadden het gevoel dat hij zo hun vak kaapte. Ook stoorden ze zich eraan dat Hawking God overal bij haalde. Beroemd is bijvoorbeeld zijn uitspraak dat een theorie van alles de ultieme triomf van de rede zou zijn omdat „wij dan de geest van God zouden kennen”.

Hawking zelf bleef zich intussen onverstoorbaar laven aan de bewondering van zijn fans. Hij bezocht landen over de hele wereld, schreef nog meer boeken (waaronder later twee kinderboeken met zijn dochter Lucy) en verbond zijn naam aan prestigieuze projecten (zoals nog in 2015 een telescoopproject in China om buitenaards leven op te sporen). Als hij weer eens een knuppel in het hoenderhok had gegooid, haalde hij ook steevast de voorpagina’s van Britse kranten.

Hij waarschuwde bijvoorbeeld om geen contact te zoeken met de aliens die volgens hem welhaast zeker ooit zouden worden aangetroffen (2010), hij verklaarde de filosofie dood (in 2011), hij stelde dat God niet nodig was geweest tijdens de Oerknal (in 2013) en hij dreigde dat kunstmatige intelligentie tot de ondergang van de mensheid zou leiden (in 2014).

En hoe vaker Hawking het nieuws haalde, hoe vaker sceptische collega’s zich afvroegen of Hawkings bijdragen aan de fysica niet werden overschat.

Monsters van de kosmos

In werkelijkheid heeft Hawking, ondanks zulke relativeringen, enorme invloed op de natuurkunde gehad. Het meest briljant was zijn inzicht, in 1974, dat zwarte gaten niet het eeuwige leven hebben. Zelfs deze monsters van de kosmos, die behalve materie zelfs licht uit hun omgeving invangen en kluisteren, verdampen door straling uit te zenden, zo voorspelde Hawking. Alleen doen ze dat tergend langzaam, want de straling van het zwarte gat is onmetelijk zwak. Zo zwak zelfs dat die niet te meten valt, en dat verklaart meteen waarom Hawking een Nobelprijs is misgelopen [zie kader].

In zijn autobiografie beschrijft Hawking deze en andere ontdekkingen jammer genoeg slechts summier en vooral aan de hand van zijn studentikoze grappen. Zo rakelt hij op hoe in 1975 een weddenschap afsloot met de flamboyante Amerikaanse fysicus Kip Thorne. Hawking stelde dat zwarte gaten niet bestaan. „Mijn werk is op hun bestaan gebaseerd en als dat in het water zou vallen omdat ze niet bestaan, zou ik als troost in elk geval de weddenschap winnen”, luidde zijn motivatie. Die troost bleek niet nodig: in 2004 besloot hij dat hij verloren had, wegens afdoende bewijs voor zwarte gaten, en betaalde hij Thorne uit met een jaarabonnement op Penthouse. „Tot woede van zijn geëmancipeerde vrouw”, schreef Hawking, een geregeld bezoeker van stripclubs, er vergenoegd bij.

Het was niet de enige weddenschap die Hawking afsloot. En hoewel ze studentikoos en geregeld vrouwonvriendelijk zijn, illustreren zulke grappen óók de veerkracht van deze man die was veroordeeld tot een bestaan in zijn hoofd.

„Ik heb een rijk en bevredigend leven gehad”, schreef Hawking op de laatste bladzijde van My Brief History. Tot zijn dood stond hij op de wachtlijst voor ruimtereizigers bij Virgin Galactic. Tot zijn dood bleef hij wetenschappelijke artikelen – beknopt en zonder formules – publiceren. En bleef hij de aandacht van de pers trekken. Bleef hij denken.

En naast zijn unieke brein was het toch vooral die immense veerkracht, waardoor mensen en masse in hem en in zijn werk geïnteresseerd waren.

Correctie 14-3: In een eerdere versie van dit stuk stond dat Stephen Hawking in 2014 een lezing in het Vredenburg gaf. Dat klopt niet: de lezing vond plaats in het Beatrix Theater.

Aanvulling 14-3: De roeiclub waar Stephen Hawking stuurman was werd in een eerdere versie van dit stuk ‘Oxford Boat Club’ genoemd. Dat is nu gepreciseerd tot ‘University College Boat Club’ (opgericht in 1827). Niet te verwarren met de ‘Oxford University Boat Club’ (opgericht in 1829).

    • Margriet van der Heijden