Guerrilla Girls Frida Kahlo (links) en Zubeida Aghain Amsterdam.

Foto Roger Cremers

‘Eén vrouw en één zwarte erbij lost het probleem niet op’

#ArtToo: Guerrilla Girls

Door ‘piemels te tellen’ op exposities laten de Guerrilla Girls zien dat er nog altijd grote ongelijkheid tussen de seksen is.

„Mag ik misschien een rietje bij mijn glaasje water?”, vraagt de kunstenaar die zich Frida Kahlo noemt vanachter haar gorillamasker. „Het drinkt zo lastig met dit ding op.” Naast de Mexicaanse schilder zit een tweede aapvrouw, die zichzelf voorstelt als Zubeida Agha, naar de in 1997 overleden Pakistaanse kunstenaar. Beide dames zijn geheel in het zwart gekleed en ogen angstaanjagend, met hun woeste zwarte manen en vervaarlijke hoektanden. Maar ze zijn ook goedlachs, deze Guerrilla Girls. Regelmatig giechelen ze als jonge meisjes. Dan schudden hun apenkaken vrolijk mee.

Wie de leden van het New Yorkse activistische collectief zijn, is een van de best bewaarde geheimen van de kunstwereld. Sinds 1985 klagen de Guerrilla Girls met humoristische campagnes over het gebrek aan vrouwelijke en zwarte kunstenaars in musea. Zij zijn de superhelden van de kunstwereld – strijdend voor rechtvaardigheid, zonder hun identiteit prijs te geven. Kahlo, die met een rode bril door de spleetjes van haar masker gluurt, is afgaand op haar handen een blanke vrouw van in de zestig. Ze is een van de oprichters. Agha is een generatie jonger en heeft een lichtgetinte huidskleur.

Op uitnodiging van het Mama Cash Feminist Festival zijn de twee Guerrilla Girls op Internationale Vrouwendag naar Amsterdam gekomen om in het Stedelijk Museum te vertellen over hun strategieën. ‘Piemels tellen’, zo omschrijven ze hun aanpak in het kort. Door te turven hoeveel vrouwen en hoeveel mannen meedoen aan belangrijke tentoonstellingen, laten ze zien dat er in de kunstwereld nog altijd veel ongelijkheid tussen de seksen bestaat. Zo becijferden ze in 1989 dat in het Metropolitan Museum in New York slechts 5 procent van de kunstenaars op de afdeling moderne kunst vrouw was. En dat terwijl 85 procent van de geportretteerde naakten in het museum van het vrouwelijke geslacht was. Vandaar hun conclusie, die op billboards stond afgedrukt: Do women have to be naked to get into the Met Museum?

Nu, bijna dertig jaar later, is het tij voor vrouwelijke kunstenaars langzaam aan het keren. Op grote internationale tentoonstellingen als de Biënnale van Venetië of de Documenta werden de afgelopen jaren oeuvres van vergeten vrouwelijke kunstenaars afgestoft en aan het grote publiek gepresenteerd. Musea als Tate Modern en Centre Pompidou beloofden in de toekomst evenredig veel werken van vrouwen als mannen te zullen aankopen. En toch, zo becijferden de Guerrilla Girls in 2015, was er in de New Yorkse kunstwereld in al die jaren maar weinig verbeterd. Op posters maakten ze bekend hoeveel vrouwen dat jaar een solotentoonstelling in een New Yorks museum hadden. ‘Guggenheim 1, Metropolitan 1, MoMA 2 en Whitney 1’. Dat was per museum precies één meer dan in 1985.

„De cijfers liegen niet”, zegt Zubeida Agha, die zichzelf een ‘data-nerd’ noemt. „Veel mensen denken dat seksisme een probleem was van de jaren zeventig en tachtig. En dat het daarna was opgelost. Maar de statistieken vertellen iets heel anders.”

Na dertig jaar zijn de Guerrilla Girls dus nog steeds nodig?

Kahlo: „We hebben millennia van patriarchaat achter de rug. Tweehonderd jaar feminisme gaat dat niet zomaar veranderen. Toen wij begonnen, durfden musea publiekelijk te zeggen dat het werk van vrouwelijke en zwarte kunstenaars niet goed genoeg was. Men dacht echt dat er een universele standaard was, waar hun kunst niet aan voldeed. Terwijl de kunstgeschiedenis tot dan toe in feite een verhaal was van rijkdom en macht. Er waren talloze vrouwen die in hun tijd heel succesvol waren, maar die nooit in de geschiedenisboeken terecht zijn gekomen omdat die geschreven werden door seksistische, mannelijke kunsthistorici. In de zeventiende eeuw waren er in Nederland vele vrouwen werkzaam. Zij werden weliswaar niet gestimuleerd om historiestukken te schilderen, maar ze maakten prachtige portretten en bloemstillevens. Niemand weet nu nog wie ze zijn. Ons punt is: je kunt niet een geschiedenis schrijven zonder dat alle stemmen in die geschiedenis gehoord zijn.”

Is er in die dertig jaar dan helemaal niets verbeterd?

Agha: „Wat veranderd is, is dat mensen zich nu realiseren dat er iets mis is met het systeem. Dat er obstakels zijn waar vrouwen, minderheden en zwarte kunstenaars steeds opnieuw tegenaan lopen. Godzijdank is iedereen nu kritisch aan het kijken naar de kunstgeschiedenis. Maar het heeft ook iets problematisch dat de kunstwereld nu opeens tachtigjarige kunstenaressen aan het herontdekken is. Waarom ondersteun je niet de kunstenaressen die nu veertig zijn? Waarom doe je niet beide?”

Kahlo: „Wat we niet hadden kunnen voorzien, was dat musea in symboolpolitiek zouden vervallen. Toen Amerikaanse musea zich realiseerden dat ze dingen misten, bleven ze vaak hangen bij dezelfde namen. Zo van: als we er één vrouw en één zwarte kunstenaar bij doen, is het probleem opgelost.”

kunstwerkmasker

Guerrilla Girls. Foto Roger Cremers

Wie zijn volgens jullie de grootste schuldigen van die eenzijdige kunstgeschiedenis? Zijn het de musea, de galeries, de verzamelaars, de critici?

Agha: „Iedereen is een beetje medeplichtig. In Amerika is er heel weinig overheidssteun voor de kunsten. Dat maakt de kunstinstituten veel te afhankelijk van verzamelaars. De besturen van grote musea zijn vaak samengesteld uit verzamelaars. Als je als museumdirecteur meedraait op dat niveau van rijkdom en privileges, ligt belangenverstrengeling op de loer. Kijk maar naar de problemen waar Stedelijk-directeur Beatrix Ruf in terecht is gekomen. De kunstwereld is in dat opzicht veel te ongereguleerd. Er moeten strengere codes komen.”

Kahlo: „Het is een treurig stemmende ontwikkeling dat kunstwerken nu luxeproducten zijn geworden, of investeringsobjecten. Smaak wordt gevormd door verzamelaars, en verzamelaars zijn vaak miljardairs. Op een vreemde manier zijn we zo weer terug bij het aloude Europese systeem van koningen en keizers die de smaakmakers zijn. Dat is een nogal beperkt systeem dat ons terugzet in de tijd en bovendien niet erg democratisch is.

„De kunstenaars zijn medeschuldig. Helaas leven we in een tijdperk van ‘corporate art’. Zij zijn ondernemers geworden, met enorme ateliers en tientallen medewerkers. In wezen verschilt dat weinig van de koopmansgeest van renaissancemeesters als Rubens en Rembrandt. Moet je kijken naar de bedragen die iemand als Jeff Koons nodig heeft om zijn productie hoog te kunnen houden. Ik ken geen vrouwelijke kunstenaar die daarmee te vergelijken is. Het glazen plafond bestaat nog. Vrouwelijke en zwarte kunstenaars verdienen nog steeds niet hetzelfde als hun mannelijke collega’s. Als je niet dezelfde productiebudgetten hebt, hoe kun je dan concurreren?”

Hoe komen de Guerrilla Girls rond?

Kahlo: „Wij zijn er trots op dat we nooit geleefd hebben van dat hyperkapitalistische deel van de kunstmarkt. We maken posters, T-shirts en boeken en geven lezingen. We hebben wel portfolio’s van ons werk verkocht aan musea, maar die zijn niet heel waardevol of uniek. Wij proberen dat over te brengen op jongere kunstenaars: je doel zou niet rijkdom moeten zijn, maar impact. Ja, je kunt activist en kunstenaar zijn. En ja, je kunt iets teweegbrengen met je protest. Ik denk dat wij zeker invloed gehad hebben door het verkopen van posters van 20 dollar.”

In 1995 demonstreerden jullie nog voor het Stedelijk, nu zijn jullie als sprekers uitgenodigd. Zijn de Guerrilla Girls zelf geïnstitutionaliseerd?

Kahlo: „Die groep hoorde niet bij ons. Zij opereerden onder onze naam, en droegen ook apenmaskers, maar wij hebben nooit voor het Stedelijk gedemonstreerd. Er zijn veel vrouwen die een Guerrilla Girl zouden willen zijn. Wij stimuleren hen om hun eigen groepen op te richten. Laat ze vooral een eigen identiteit kiezen, zodat die verwarring niet ontstaat.”

Agha: „Dat is natuurlijk het nadeel van een anonieme groep: iedereen denkt dat ze zich kunnen aansluiten. Wat we nodig hebben is meer mensen die activist zijn, in plaats van meer mensen die zich vanuit één stem uitspreken. We willen hele koren van activisme laten klinken. Dus vertellen we ze: wees geen Guerrilla Girl, wees iets anders.”

Als ik een Guerrilla Girl wil worden, moet ik dan auditie doen?

Kahlo: „Als wij iedereen in overweging zouden nemen die zich bij ons wil aansluiten, dan zouden we een arbeidsbureau zijn. Guerrilla Girl is een fulltime job. Dus je eigen carrière komt op het tweede plan. Je moet goed kunnen samenwerken. Dat is voor kunstenaars niet vanzelfsprekend. Het stereotype van de kunstenaar is dat van een individualist. Want dat is handig in ons kapitalistische systeem.”

Agha: „Ik ben nu sinds tien jaar een Guerrilla Girl. Het is alsof je je bij een band aansluit. Je moet de vaardigheden hebben die de groep nodig heeft. Je moet met de andere leden kunnen opschieten. En je moet anoniem willen werken. Je draagt veel bij, maar krijgt daarvoor geen erkenning of status. Niet iedereen ziet dat zitten.”

Jullie hebben ook werken gemaakt over de filmindustrie. Nu is seksisme in Hollywood dankzij de #MeToo-beweging een belangrijk onderwerp. Waren jullie je tijd vooruit?

Kahlo: „Jazeker. We hebben in 2002 al samengewerkt met een groep vrouwelijke regisseurs, onder wie Ava DuVernay [van o.a. Selma, red.]. Zij vroegen ons om billboards te ontwerpen over de blanke, mannelijke dominantie bij de Oscars. De vrouwen zelf konden zich niet uitspreken, omdat dat hun carrières zou schaden. Maar zij financierden wel een aantal van die vroege campagnes.”

Wat vinden jullie van #MeToo?

Agha: „Het is geweldig. Ik heb echt het gevoel dat voor vrouwen de maat nu vol is. Ik ben wel teleurgesteld over de reacties van vrouwen als Catherine Deneuve, die zeggen dat dit het einde betekent van flirten. Noem je dat misbruik flirten? Helaas wordt de discussie in de media nu vaak gereduceerd tot ‘mannen mogen niks meer tegenwoordig’. Ik hoop dat we nu over de nuances kunnen gaan praten. Dat wat deze vent deed niet hetzelfde was wat die vent deed, maar dat het beide niet door de beugel kan. En dat vrouwen het recht hebben om daar boos over te zijn.”

Kahlo: „De aard van seksuele relaties is aan het veranderen en wordt gelijkwaardiger. Veel seksuele praktijken uit het verleden zouden we nu aanranding noemen. Wat de discussie extra lastig maakt, is dat we nu een president hebben die dat gedrag normaal vindt.”

Zou Donald Trump van jullie bestaan afweten?

Kahlo: „Als dat zo is zou hij zeker iets zeggen over hoe aantrekkelijk we zijn.”

    • Sandra Smallenburg