Opinie

De becijfering van de eindexamens is niet eerlijk

Onderwijsblog Pas de eindexamens van havo en vwo aan, schrijven aardrijkskundeleraren Martin Bakker en Clarinus Nauta. Bij sommige vakken wordt met lage gemiddelden gerekend, opdrachten zijn cryptisch en hoogbegaafden worden benadeeld.

Foto ANP/Robin van Lonkhuijsen

Namens een grote, maar stille groep docenten vragen wij aandacht voor de becijfering van het eindexamen havo en vwo. Die is namelijk niet voor alle leerlingen eerlijk. Het examen heeft een cijferniveau van gemiddeld 6,3. Dat is niet het cijfer dat onze Nederlandse leerlingen waard zijn, dat is een door het College voor Toetsen en Examens (CvTE) vastgesteld cijfer. De cijfers blijven door de jaren heen min of meer constant. Het CvTE zal u kunnen vertellen dat dit cijfer in de meeste gevallen in de periode 2005-2007 is vastgesteld op voorspraak van de vakverenigingen aan de hand van een representatief examen.

Wij vinden dat cijfer erg laag, omdat het een gemiddeld cijfer is. En we vinden het problematisch dat het cijfer per vak verschilt. Het verschil tussen het laagst en het hoogst scorende vak in de periode 2015-2017 bedraagt ruim 0,6 punt. We hebben voor ons eigen vak, aardrijkskunde, wel eens geprobeerd de functionaris van het Koninklijk Nederlands Aardrijkskundig Genootschap te vragen waarom hij heeft ingestemd met zo’n laag cijfer, maar we konden hem niet vinden. Onze vakvereniging zegt dat herziening van dit cijfer door het CvTE niet wordt toegestaan. Dit alles is ons inziens nogal verontrustend.

Met de start van Curriculum.nu lijkt het erop dat er een hoogst noodzakelijke vernieuwing in het voortgezet onderwijs zit aan te komen en ook het eindexamen zal, zo hopen wij vurig, een ander karakter krijgen. Maar dat gaat nog wel even duren en we hebben meer zorgen. Inhoudelijk zijn de examens in het algemeen (uitzonderingen daargelaten) niet slecht, maar ze zijn een beperkt onderdeel van elk vak. Door de focus op de eindexamenresultaten ervaren docenten dit als een onontkoombaar hoofddoel van de laatste twee schooljaren en beperkt het hun eigen vrijheid en verantwoordelijkheid. Het is een van de kenmerken die het vak van docent onaantrekkelijk maakt.

Lees ook: De examens voor vmbo-leerlingen zijn ongelijk

Een hoger cijfer voor aardrijkskunde zou de ongelijkheid tussen vakken opheffen. Dat zou de positie van het vak versterken: op veel scholen is aardrijkskunde een keuzevak en voor leerlingen is het gemiddelde eindexamencriterium ook een slagingscriterium. Bovendien zouden docenten meer ruimte krijgen in hun schoolexamens, waardoor ze meer eigen lesstof durven maken. Aardrijkskunde is als vak dagelijks in het nieuws, denk aan klimaatverandering en milieuvervuiling. Zonde om daar niet meer mee te doen.

Cryptische omschrijvingen

En dan is er de kwestie van de taal. Om de voorgeschreven eindscores te halen, spelen examenmakers met taal, om de leerling niet direct op het idee te brengen welk antwoord wordt beoogd. Soms zijn de beschrijvingen nogal cryptisch en bevatten woorden en feiten die als algemeen bekend worden verondersteld, wat tegenwoordig al lang niet meer het geval is. Zo vertelde een stagiair eens over het woord ‘opgekalefaterd’ in een examen wiskunde. Dat werkt in het nadeel van leerlingen die van huis uit weinig taalvaardigheid hebben meegekregen.

Dit taalaspect is niet beperkt tot het examen Nederlands, maar komt in bijna elk eindexamen terug. Bij aardrijkskunde is er een typisch aardrijkskundeboektaaltje ontstaan, dat niemand buiten het onderwijs begrijpt. Nieuwe Nederlanders zijn structureel in het nadeel, om nog maar te zwijgen over leerlingen die wonen in onze bijzondere gemeenten en onafhankelijke landen in het Caraïbisch gebied.

Ten slotte worden leerlingen en docenten die boven het gemiddelde uitstijgen benadeeld. Hoogbegaafde leerlingen en leerlingen die meer hebben gedaan dan de verplichte stof geven op open vragen antwoorden die niet in de antwoordmodellen staan. In het systeem met de tweede corrector leidt dit niet zelden tot conflicten.

Lees ook: Beste examenleerlingen, zeg mij na: ik kan het gewoon niet

Als tussenoplossing in afwachting van een nieuw eindexamen, stellen we voor de scores van alle vakken gelijk te trekken, bijvoorbeeld door deze centraal vast te stellen op een 6,5. Dan is er tussen de vakken gelijkheid en hoeft het systeem van het CvTE (nog) niet ingrijpend te worden aangepast.

We stellen voor dat de minister van onderwijs Arie Slob de kwestie van de taal laat onderzoeken door een commissie van deskundigen. Andere bezwaren moeten worden opgelost bij een nieuw te maken examenregeling.

Martin Bakker en Clarinus Nauta (uitgeroepen tot leraar aardrijkskunde van het jaar 2017).