Opinie

    • Marcel van Roosmalen

Dapper

Ik had beloofd om de oudste bij de kinderopvang in het dorp te halen. Dat moet voor zessen, daarna gaat de leidster met de scooter naar een dorp verderop, naar haar eigen kind, dat had ze heel duidelijk uitgelegd. Het was in de oren geknoopt dat te laat komen hier geen optie was. Ik lag ruim voor op schema.

Vanaf Centraal Station in Amsterdam belde ik de vriendin met de mededeling dat ze met een gerust hart nog even weg kon blijven. Papa had alles onder controle, papa was een volwassen vent, papa had zelfs nog tijd over.

Ik bladerde door wat boeken bij de AKO, kocht een espresso en belde de batterij van mijn telefoon leeg aan mijn broer die zei dat er op zijn verjaardag in het ziekenhuis een ijzeren plaat in zijn been was gezet en dat ik de enige was die niets van zich had laten horen.

De sprinter richting Zaanstreek had vertraging, de omroeper dirigeerde ons van het ene spoor naar het andere. De mensenmassa zwol aan, de vertraging liep op.

Niemand die zo slecht anticipeert op tegenslag als ik.

Hardop beleden zelfbeklag.

Waarom had ik de batterij van mijn telefoon leeg gebeld?

Op een vol perron koppelde ik mijn telefoon met een snoertje aan mijn laptop, die vanaf dat moment opengeklapt moest blijven. De trein kwam, de massa zoog me naar binnen. Sporttas in de ene hand, laptop met op het toetsenbord mijn telefoon in de andere. De iPhone gleed bij het instappen met snoer en al van de opengeklapte laptop en viel op het spoor.

Ik wierp mezelf op de grond, achter me werd gevloekt, er waren er die op me trapten. Iedereen zat in de trein, ik lag languit op het perron.

Een conducteur zei: „Ik ga op mijn fluit blazen en als we zijn vertrokken raap jij je telefoon op.”

Hij blies op zijn fluit.

De trein vertrok, ik raapte mijn iPhone op.

Daarna een scène zonder publiek, een prima imitatie van John Cleese als Basil in Fawlty Towers, compleet met gebalde vuisten naar niemand in het bijzonder.

Naar een CoffeeCompany met stopcontact, wachten tot ik weer kon bellen. Dat kon alleen nog maar op de speaker, de iPhone was vervelend gevallen.

Daarna de ingecalculeerde nederlaag, telefoongesprekken met gebogen hoofd. Ik bracht het slechte nieuws in de eerste zin, niemand had behoefte aan de verdere uitleg. Dat ik die toch probeerde te geven kwalificeerde de man aan het tafeltje naast me later als ‘dapper’.

Marcel van Roosmalen schrijft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.

    • Marcel van Roosmalen