Commentaar

Theresa May zegt Russen de wacht aan en verdient steun

Theresa May heeft er geen gras over laten groeien. Met een absoluut minimum aan diplomatieke terughoudendheid sprak de Britse premier maandag in het Lagerhuis uit wat specialisten al vermoedden: het zenuwgif waarmee de Russische dubbelspion Sergej Skripal (66) en zijn dochter Yulia (33) vorige week vergiftigd werden, is afkomstig uit Rusland.

Het gif, waarmee vader en dochter in een horecagelegenheid in het Zuid-Engelse stadje Salisbury werden belaagd, is van Russische makelij. Het gaat om een substantie genaamd novitsjok (nieuwkomer) die in de jaren zeventig of tachtig in de toenmalige Sovjet-Unie is ontwikkeld. Die wetenschap laat volgens May in theorie maar twee conclusies toe. Óf Rusland heeft zijn voorraad chemische wapens niet goed beveiligd, óf Rusland heeft een rol in de aanslag gespeeld.

May weet het wel. De Britse overheid, zei ze, is tot de conclusie gekomen dat het „highly likely” is dat Rusland verantwoordelijkheid draagt. Het was een „onverantwoorde” daad tegen het Verenigd Koninkrijk. De Russische link is dus niet 100 procent bewezen. Maar het is vrijwel ondenkbaar dat de Britse geheime diensten May verstrekkende uitspraken hebben laten doen op basis van onzekere conclusies. Ze ontbood de Russische ambassadeur, gaf Rusland een etmaal om te verklaren wat er is gebeurd en stelde stevige repercussies in het vooruitzicht.

Vader en dochter Skripal werden maandag 4 maart bewusteloos aangetroffen op een bankje in een park en verkeren sindsdien in coma. De agent die de twee wilde helpen raakte zelf besmet. Hij is inmiddels aanspreekbaar maar nog in kritieke toestand. Honderden onwetende omstanders kregen het advies om hun kleren te wassen, de tafel in de pizzeria waaraan het duo had gezeten is inmiddels vernietigd.

Waarschijnlijk was de aanslag niet alleen bedoeld om een dubbelspion uit de weg te ruimen. Een aanslag, uitgevoerd in een ander land, is al ernstig genoeg. Nu nam Rusland op de koop toe dat er onschuldige slachtoffers zouden vallen en dat er paniek zou uitbreken.

Het gebruik van zenuwgif wekt ook de suggestie dat Rusland ontmaskerd wilde worden, dat Rusland een punt wilde maken. Mogelijk wilde men de besluitvaardigheid testen van May, die al maanden verwikkeld is in een complexe en politiek zeer gevoelige Brexit-operatie. Denkbaar is ook dat de Russen wilden zien hoe hecht de westerse solidariteit is.

De NAVO sprak meteen steun uit. De EU bood hulp aan. De Organisatie voor het Verbod op Chemische Wapens (OPCW) in Den Haag veroordeelde de Russische actie. President Trump noemde het aannemelijk dat de Russen bij de kwestie betrokken zijn.

De Russen reageerden conform verwachting. Ze ontkenden. Een woordvoerder noemde Mays optreden „een circus”. President Poetin deed het af als gedoe „elders”. En minister van Buitenlandse Zaken, Sergej Lavrov, zei dat de Britten niet coöperatief waren omdat ze geen proeve van de gevonden dodelijke stof wilden overleggen.

In hoeverre de dood van de in Londen woonachtige Russische balling Nikolai Glushkov, vriend van wijlen Poetinvijand Boris Berezovsky, iets met de zaak-Skripal te maken heeft is onduidelijk. Glushkov werd maandag dood gevonden.

May heeft Rusland snel en zonder veel omhaal in de beklaagdenbank gezet en verdient daarvoor internationaal steun. Ze zal wel de daad bij het woord moeten voegen. Het Russische cynisme mag niet onbeantwoord blijven.

In het Commentaar geeft NRC zijn mening over belangrijke nieuwsfeiten. De commentatoren schrijven deze artikelen in samenspraak met de hoofdredactie.