Niet elke melancholisch kijkende zeehond is zielig

Natuurbeheer

De zeehondenpopulatie in Nederland floreert. We moeten niet alle zielige zeehondjes meer redden, adviseren deskundigen.

Zeehondenopvang A Seal in Stellendam werd geopend in 2014. Deskundigen vinden dat veel te veel jonge zeehonden worden opgevangen in dit soort centra. Foto Marten van Dijl/ANP

Zeehonden zijn niet altijd zielig en lief. Ligt een jonge zeehond met melancholieke blik ergens in zijn eentje, dan wil dat niet zeggen dat hij door z’n moeder is verlaten. „Er wordt gesproken over huilers en vondelingen, maar dat zijn het vaak helemaal niet”, zegt André van der Zande, voorzitter van de Wetenschappelijke Adviescommissie Zeehondenopvang. „De verzorging van jonge zeehonden is anders dan we dachten. Het kan heel goed zijn dat de moeder is gaan jagen en het jong tijdelijk heeft achtergelaten. Het is essentieel het jong dan niet op te vangen, maar te wachten op hereniging met de moeder.”

Dinsdag kreeg minister Carola Schouten (Landbouw en Natuur, ChristenUnie) advies over de toekomst van de zeehondenopvang. Daar had haar voorganger, staatssecretaris Martijn van Dam (PvdA) om gevraagd. Voor het advies zijn „internationale topexperts” geraadpleegd, en de aanbevelingen raken traditionele zeehondenredders in het hart. Er worden véél te veel zeehonden opgevangen, volgens de deskundigen – meer dan goed is voor het individuele dier en voor de populatie als geheel.

Het aantal opgevangen dieren steeg van twintig in 1980 tot nu zo’n „vijfhonderd à duizend”. Vooral in de periode 2009-2011 nam het aantal opgevangen ‘gewone zeehonden’ toe; het waren er 800 in 2011. Het is „vanuit het oogpunt van dierenwelzijn onaanvaardbaar” dat 20 tot 50 procent van de jonge zeehonden „een aanzienlijk deel van hun jeugd in opvangcentra doorbrengt”, aldus de adviseurs. Onaanvaardbaar, omdat het „wilde dieren” zijn. Pups „moeten leren om in hun natuurlijke omgeving te leven en te overleven”. Het aantal opgevangen dieren moet dalen naar maximaal 5 procent van de pups die jaarlijks worden geboren.

Spectaculair herstel

In Nederland komen twee soorten zeehonden voor; de gewone en de grijze. Beide zijn flink in aantal toegenomen. In 2016 waren er zo’n 9.000 gewone zeehonden, in 1980 nog 500. En grijze zeehonden kwamen toen bijna niet meer voor in Nederland. Sindsdien deed zich spectaculair herstel voor: in 2016 werden er meer dan 5.000 geteld. Inmiddels, zegt voorzitter Van der Zande, bioloog, ex-topambtenaar op Landbouw en nu directeur-generaal van milieuinstituut RIVM, zijn er in Nederland 15.000 à 16.000 zeehonden – en lijkt de groei af te vlakken. „Er is minder voedsel beschikbaar voor alle dieren in het leefgebied. Ook is er predatie; een grijze zeehond eet weleens een gewone zeehond.”

Zeehondenopvang A Seal in Stellendam. Foto Marten van Dijl/ANP

Opvang moet beperkt blijven, aldus het advies, tot dieren die door toedoen van de mens in nood zijn geraakt – verstrikt in netten, of vastgeraakt achter een hek of in een sloot. Om te bepalen wat er met gemelde zeehonden moet gebeuren, zijn goed opgeleide „zeehondenwachters” nodig. Ondervoede dieren moet je niet altijd willen helpen als de populatie groot is; uitgemergelde dieren zou je moeten euthanaseren, „met de kogel of met de naald”, aldus Van der Zande. Niet elke eenzame zeehond is zielig, niet elke zieltogende zeehond met een ziekte als longworm hoeft te worden gered, vindt de commissie. „Longworm is een normale kinderziekte. De sterken overleven het, de zwakkeren niet. Sterfte hoort erbij.”

Vrijwilligers omscholen

Nederland telt vijf opvangcentra voor zeehonden. De meeste kunnen zich in het advies vinden, volgens de commissie. „Dit is in lijn met wat we de afgelopen jaren zijn gaan doen”, zegt Niek Kuizenga, directeur-bestuurder van Zeehondencentrum Pieterburen. Wel zal het lastig zijn vrijwilligers om te scholen tot professionele zeehondenwachters, denkt hij. „Wij krijgen veel dieren binnen van goedbedoelende vrijwilligers die onbewust onbekwaam zijn.” Ook is de vraag of het publiek het beleid accepteert. Kuizinga: „Nederland is een dichtbevolkt land met drukke stranden. Als wij al wandelend een eenzame zeehond zien, dan willen we helpen. Dat is cultureel bepaald. Educatie is de beste preventie.”

Zeehondenopvang A Seal in Stellendam. Foto Martijn van Dijl/ANP

‘Zeehondenmoeder’ Lenie ’t Hart heeft een andere mening. Ze spreekt met onverholen spot over het „zogenaamd wetenschappelijke” advies. „Moet ik hiervan onder de indruk zijn? Laat me niet lachen. De wetenschappers zoeken argumenten voor hun filosofie. Die luidt: laat de natuur z’n gang maar gaan, laat de dieren maar sterven.”

Ze ziet een parallel met de Oostvaardersplassen, waar dieren volgens haar ook aan hun lot worden overgelaten. „Er wordt beweerd dat zeehondenmoeders terugkeren naar hun jong. Nou, dat is op de meeste plaatsen helemaal niet zo. Ze raken hun jong kwijt. Ze zwemmen elkaar soms keihard voorbij. Het jong spoelt aan op een dijk of in een kwelder. Als je zo’n zeehond ziet sterven, wat moet je dan tegen je eigen kind zeggen? Dat dat zo hoort? Dat dat de natuur is?”

Het is bij de discussie over zeehonden als bij het debat over de Oostvaardersplassen; in welke mate zijn de dieren ‘wild’ en moet de mens zich afzijdig houden? André van der Zande wijst op de verschillen en meldt dat zeehonden, anders dan grote grazers, grote afstanden overbruggen. „Dit zijn niet een paar zeehonden achter een hek.”