Opinie

    • Arjen Fortuin

‘Zal ik rustig worden of blijf ik een monster?’

Zap In de documentaire ‘Het wraakprotocol’ is te zien hoe mensen met ernstige agressieproblemen worden geholpen. Een therapeut laat zijn cliënten in gedachten wraakfantasieën uitvoeren.

Therapeut Herman Verbeek en cliënte Marian in Het wraakprotocol (KRO-NCRV)

Maandag Wraakdag. In alle praatprogramma’s kwam de dreigende wraak van Willem Holleeder op zijn zussen Astrid en Sonja aan de orde; waar ter wereld kunnen zij zich na hun ‘verraad’ ooit nog veilig voelen voor hun broer? Maar in de documentaire Het wraakprotocol (KRO-NCRV) wordt wraak in een heel ander licht geplaatst. Hier gaat het om het nut van wraak.

Marian is lekker boos. Ze heeft haar jas nog niet uitgedaan, maar ze is al aan het tieren, zoals ze ook haar buren vaak uitscheldt. „Ik ben helemaal kutjedolgedraaid.” Dat heeft te maken met haar dochter en dier ex: „Ik ben niet de perfecte vrouw, ben niet de perfecte moeder, maar me zo op mijn hart trappen …” Ze springt op, gaat weer zitten.

Het is de bedoeling dat ze wraak gaat nemen op haar ex-schoonzoon. Nou, dat wil ze wel: „Die moesten ze doodknuppelen, de kogel is nog te goed voor hem. Ik vind het nog een pedofiel ook.” Overigens reikt therapeut Herman Verbeek haar geen slaghout aan, maar twee vreemde apparaatjes die ze moet vasthouden. Marian neemt haar kwelgeest in gedachten te grazen; de man ligt al snel bloedend op de grond. Ze slaat en slaat. Dan trekt ze nog eens aan zijn oor, waarna ze er een ontwapenend „O, was het maar waar” uitflapt. „Ik kijk naar het gezicht met het bloed.”

Verbeek laat zijn cliënten – mensen met ernstige agressieproblemen, maar dat had u misschien al geraden - een lijstje maken van iedereen door wie ze in hun leven zijn dwarsgezeten. Dat lijstje wordt afgewerkt, vanuit de gedachte dat een intens beleefde wraakfantasie de spanning uit het lichaam haalt en zo ook het hoofd rustig maakt.

Op zich is het niet nieuw dat een therapeut oude boosheden boven water brengt. In dit geval horen er lichamelijke impulsen bij: een lichtje dat met de ogen gevolgd moet worden, een trillend apparaatje in de handen.

Tussendoor probeert Verbeek de cliënten op het spoor van onderliggende angsten te zetten. Zoals de oud-militair Brian, die getraumatiseerd terugkwam uit voormalig Joegoslavië. Sindsdien gaat hij steeds weer de straat op om ruzie te zoeken en willekeurige mensen het ziekenhuis in te slaan.

Dat mechanisme is Brian zelf ook al duidelijk, maar Verbeek duwt stevig door. Als het gaat over Brians moeder, vraagt hij of haar mond ook afgeplakt moet worden – het moment waarop ik even dacht dat de therapeut simultaan een eigen wraakfantasie aan het optuigen was. Brian is heel helder over dat plakband: „Nee, ik wil haar horen gillen.”

Na gedane verbeeldingsarbeid mocht hij in gedachten naar zijn gedroomde ontspanningsplek. Dat bleek Pig Island te zijn, waar je met varkens kunt zwemmen. Een wraakvrije, woeste fantasie, dacht ik, maar op de Bahama’s blijkt daadwerkelijk een door mensen onbewoond eiland te bestaan met een groep varkens erop, die een toeristische trekpleister in zichzelf zijn geworden.

Fascinerend was Het wraakprotocol zeker, al bleef het dicht bij wat Verbeek zelf van zijn therapie wil laten zien. Je blijft zitten met de vraag of deze mensen ook werkelijk tot rust komen, of het helpt.

Daar was ook de boze Marian aan het eind nog niet zeker van. „Zal ik rustig worden of blijf ik een monster?” vroeg ze. Verbeek antwoordde: „Je zult altijd een 78-toerenplaat blijven, maar er zijn verschillende soorten muziek.” En hij zei nog maar eens dat ze het heel goed deed: „Daar kan ik op rijmen”, zei Marian snel: „Je doet het goed. Klap op je snoet met een koevoet die pijn doet.”

    • Arjen Fortuin