Verlangens tikken om als dominostenen in ‘Andromache’

Interview met Olivier Diepenhorst

In liefdestragedie Andromache houdt niemand zich in. Als iets je niet zint, gooi je gewoon met iets.

Roeland Fernhout in ‘Andromache’ van Toneelschuur Producties Foto Sanne Peper

In de studio’s van Toneelschuur Producties zijn de repetities van Andromache in volle gang, als acteur Roeland Fernhout bijna een krukje door een ruit slingert. Regisseur Olivier Diepenhorst (1984) ziet het meubelstuk rakelings langs zijn voornaamste decorstuk schieten, een grote kast waarin de acteurs afwisselend (of juist tegelijk) opgesteld staan. Hij roept Fernhout bij zich. Of hij misschien beter wil kijken in welke richting hij dat krukje gooit. „Nee, daar ga ik niet op letten”, reageert Fernhout fel, helemaal in zijn rol als de intense Pyrrhus.

Pyrrhus verklaarde zojuist Andromache (Kirsten Mulder) de liefde. Zij wees hem af, waarop hij in woede ontstak. Zo gaat dat in dit stuk: personages uiten hun emoties vol overgave. Die radicaliteit is één van de redenen waarom Diepenhorst Andromache wil maken. Geschreven door toneelschrijver Jean Racine (1639-1699) zijn de personages compromisloos. „Ze zitten gevangen tussen twee kwaden: tussen wat moet gebeuren en wat hun hart zegt. Ze tobben, maar geven zich uiteindelijk helemaal over aan hun hartstocht.”

Heel herkenbaar, vindt de regisseur. Hij ziet het bij zichzelf, maar ook om hem heen. „Mijn generatiegenoten en ik hebben de luxe om ons helemaal over te geven aan alles wat we voelen. We moeten het grote levensgeluk bereiken, ons hart volgen. Daaraan kun je zeker lijden, maar het is ook een luxe.” Hetzelfde gold, in zekere zin, voor Racine. „Hij schreef voor het Franse hof. Terwijl de rest van Frankrijk honger leed, had zijn publiek in Versailles het behoorlijk goed. Ze konden het zich permitteren om zich bezig te houden met dit soort liefdesperikelen.”

‘Liefdesperikelen’ zijn er volop in Andromache: terwijl Orestes probeert Hermione te verleiden, houdt zij van Pyrrhus, die op zijn beurt voor Andromache is gevallen. Ook een onmogelijk situatie, want Andromache verlangt alleen naar Hector, haar echtgenoot die sneuvelde in de Trojaanse Oorlog. Het zijn verlangens die elkaar als dominostenen omtikken, van het ene personage naar het volgende zonder beantwoord te worden.

Niet voor niets wordt Andromache de ultieme liefdestragedie genoemd. Toch vindt Diepenhorst dat het stuk niet over liefde gaat. „De personages willen de ander alleen bezitten omdat ze niet met zichzelf kunnen leven. Ze zijn er helemaal niet mee bezig of het de ander goed gaat.”

Posttraumatische stressstoornis

Er spreekt dan ook weinig genegenheid uit de manier waarop de personages met elkaar omspringen. Steeds als blijkt dat een toekomst samen er niet in zit, zien zij moord als enige optie. Alsof ze denken: als ik het niet kan krijgen; dan niemand. Volgens Diepenhorst hangt dit samen met het feit dat de personages bijna allemaal kinderen zijn van hoofdrolspelers uit de Trojaanse Oorlog. Hij noemt de voorstelling één grote posttraumatische stressstoornis. „Het is een generatie, opgegroeid tegen een achtergrond van geweld. Hoewel het vrede is, loeit de oorlog in hen voort. Daardoor kunnen ze hun verlies niet nemen en blijven ze kiezen voor oplossingen die bij die oorlog horen.”

In het Nederland van de 21e-eeuw lijkt oorlog misschien ver weg, maar door alle media worden we er toch dagelijks mee geconfronteerd. „Geweld is van alle tijden.”

Toen Diepenhorst vorig jaar vader werd, raakte hij er van doordrongen hoezeer het geweld in het Midden-Oosten een hele regio heeft ontwricht. „Er zijn daar kinderen geboren en groot gebracht. Zij kennen alleen oorlog. Toch moeten zij het op een gegeven moment gaan doen…’ Hij tilt zijn handen wanhopig op: „Maar hóe dan?”

Een zelfde uitzichtloosheid spreekt uit Andromache, met de voortdurende pogingen van de personages om de liefde voor zich te winnen. ‘Racine toont een wereld waarin alle intermenselijke relaties uitmonden in geweld. Liefde is een destructieve kracht, die zo kan omslaan in haat.’

Uit het stuk spreekt een duister wereldbeeld: mensen worden keer op keer tot het uiterste gedreven. Dat is een terugkerend thema in Diepenhorsts voorstellingen. „Op het toneel voel ik me aangetrokken tot personages die in grote problemen zitten. Dan staat er echt iets op het spel. Binnen de lichtheid van het bestaan is er altijd een zwaardere kant. Het toneel is een mooie plek om daar over na te denken, omdat je niet alleen bent.”

Voor Andromache maakte Herman Altena een nieuwe vertaling van de oorspronkelijke tragedie, met behoud van het gedragen taalgebruik. De geschiedenis klinkt duidelijk door in de dialogen, bijvoorbeeld als Phyrrus Andromache voor zich probeert te winnen: „Gehaat door alle Grieken, belaagd van alle kanten / moet ik nog altijd strijden met uw hardvochtigheid? / Ik bied u hier mijn arm. Mag ik nog altijd hopen / dat u een hart aanvaarden zult dat u aanbidt?”

Diepenhorst hecht aan de literaire kwaliteit van de tekst en houdt ervan dat historie in de woorden doorklinkt. „Als wij het niet doen, wie doet dat dan nog? Er is sprake van taalverloedering en het zou zo zonde zijn als woorden als ‘aanstonds’ en ‘versmaden’ verloren gingen.”

Gevoelsmatig klopt het voor hem ook niet, als acteurs op het toneel praten „alsof ze een brood bij de bakker bestellen”. Al levert het taalgebruik ook een uitdaging op. „Je moet aannemelijk maken dat mensen zo spreken, maar het blijft altijd kunstmatig. Daarom maak ik het theatraal en fysiek. Taal komt voort uit het lichaam en is altijd een aanleiding om beelden te maken.”

Bepalend in het toneelbeeld van Andromache is een grote kast, bedacht door decorontwerper Marc Warning. Hij liet zich inspireren door de vitrines uit het Teylers Museum, een paar straten verderop. In de kast staan de personages, gevangen in de geschiedenis en het keurslijf van Racines taal. Daar staan ze tentoongesteld voor het publiek achter hoge deuren – als het decor de woede-uitbarstingen van Pyrrhus tenminste overleeft.

Andromache van Toneelschuur Producties gaat donderdag in première. Tournee t/m 26 april.
www.toneelschuurproducties.nl