Recensie

Te veel make-up nekt film over een politiek gigant

Biopic ‘LBJ’ is eerherstel voor raspoliticus Lyndon B. Johnson. Jammer dat door te nadrukkelijke make-up de kwetsbare kant van de eerste zuidelijke president in een eeuw niet uit de verf komt.

Make-up kan een film maken: zie hoe knap latexvet de schriele Gary Oldman omtoverde tot de ondeugende cherubijn Winston Churchill in Darkest Hour. Make-up kan een film ook schaden, zoals in LBJ. Daar zien we president Lyndon Baines Johnson als een soort Frankensteinmonster door het Witte Huis banjeren, met knobbelneus, snavelbekje, gegroefde wangen, flaporen. Een maskerade. Zonde, want acteur Woody Harrelson speelt vanachter dat lelijke latex met verve de rol waartoe hij is voorbestemd sinds zijn doorbraak als goeiige Texaanse barman Woody Boyd in de sitcom Cheers.

Rond president Lyndon Baines Johnson (1908-1973) hangt de geur van verlies. In 1968 stelde hij zichzelf niet herkiesbaar voor een tweede termijn, een unicum. Johnson vreesde een fiasco nu de VS diep verdeeld waren door zijn escalatie van de Vietnamoorlog en rassenrellen. Maar achteraf blijkt Johnson de effectiefste Democratische president van de 20ste eeuw, na zijn idool FDR.

Biopic LBJ is eerherstel voor een politiek gigant die regisseur Rob Reiner indertijd als Vietnambetoger diep haatte. Velen verwachtten dat Johnson als zuidelijke, conservatieve Democraat na de moord op Kennedy in Dallas in 1963 diens progressieve lijn zou terugdraaien. Maar als ervaren, machtige senator die het Capitool als zijn broekzak kende, zette Lyndon Johnson die idealen juist veel voortvarender in beleid en wet om dan Kennedy ooit had gekund. Onder het motto The Great Society beëindigde hij zuidelijke segregatie en discriminatie, expandeerde hij de welvaartsstaat met programma’s als Medicare en Medicaid, stimuleerde hij publieke tv, wildparken, wapencontrole.

Lyndon B. Johnson wordt op 22 november 1963 aan boord van Air Force One geïnaugureerd als de 36de president van de Verenigde Staten na de moord op John F. Kennedy. Links van hem zijn vrouw Lady Bird, rechts de weduwe van Kennedy, Jacqueline.

Foto Cecil Stoughton
Woody Harrelson als Lyndon B. Johnson in ‘LBJ’, met links Jennifer Jason Leigh als Lady Bird Johnson, rechts Kim Allen als Jackie Kennedy.

LBJ focust op die verdiensten; Vietnam komt hooguit in een omineuze bijzin voorbij. Het script van LBJ scharniert via flashback en flashforward rond de moord op Kennedy in Dallas, als de vraag nog is of Johnson diens erfenis verkwanselt. En passant groeit uit dat kantelmoment een aardig portret van LBJ. Een humoristische hork die zijn kleermaker toeblaft hem een broek te geven ‘waarin mijn ballen niet in mijn hol hangen’ en vanaf de toiletpot met zijn staf vergadert, een raspoliticus die omkoping, vleierij en brute intimidatie briljant doseert. Zijn tragiek is dat hij ook geliefd wil zijn, net als die verdomde broertjes Kennedy.

Die kwetsbare Johnson komt minder uit de verf, deels door Harrelsons te nadrukkelijke make-up, deels doordat de ‘Macher’ Johnson gewoon niet erg beminnelijk is. Zijn tragiek is politiek van aard: als eerste zuidelijke president in een eeuw verloor Johnson het zuiden aan de Republikeinen, ook zijn eigen Texas. De Democraten werden door hem de partij van Oost- en Westkust. Dat risico kende Johnson, dat maakt zijn liberale activisme extra nobel. Maar dat is eerder stof voor een documentaire dan voor een speelfilm, al biedt LBJ wel degelijk een verdienstelijk portret van een ondergewaardeerd leider.

    • Coen van Zwol