Opinie

Plan voor afbouw gas brengt uitstap NAM dichterbij

Stijgende kosten en een dalende productie maken einde aan gaswinning door NAM in Groningen tot een reëel scenario, denken en .

Een lichtgewicht schoorsteen wordt aangebracht op een huis in Loppersum, Groningen; de oude zou bij een aardbeving naar beneden kunnen storten. Foto Kees van de Veen

Na de aardschok in Zeerijp (8 januari) wordt nu een plan uitgewerkt om de winning van Gronings gas af te bouwen. Minister Wiebes (Economische Zaken en Klimaat, VVD) streeft ernaar dat de productie zo snel mogelijk van 21,6 naar 12 miljard kuub per jaar wordt teruggebracht.

Hij heeft 200 grootverbruikers – onder meer bedrijven uit de chemie- en voedingssector – laten weten dat zij vier jaar de tijd krijgen om van dit Groningse gas af te stappen.

Naar aanleiding van de TNO-scenario’s uit 2017 over de toekomst van gas in Nederland is opgemerkt dat het tijdstip waarop Nederland van een netto-exporteur een netto-importeur van gas kan worden te vroeg werd ingeschat. Nu lijkt het echter goed mogelijk dat dit rond 2021 (het meest conservatieve TNO-scenario) reeds gaat plaats vinden.

Toch kan ‘Zeerijp’ moeilijk een verrassing worden genoemd. Uit het Groningen winningsplan is af te leiden dat de jaarlijkse kans op een dergelijke beving van magnitude 3,4 of groter op ongeveer 25 procent geschat wordt. De vraag laat zich stellen hoe goed Nederland is voorbereid op alle mogelijke scenario’s. Tot nu toe lijken wij, sinds de beving bij Huizinge (2012), steeds te worden overvallen door events.

Seismische activiteit

Daarbij spelen niet alleen de onzekerheid in de toekomstige seismische intensiteit en de maatschappelijke onrust in Groningen een rol. We denken ook dat het geen gegeven is dat de aandeelhouders van de NAM (Shell en ExxonMobil; ieder voor de helft) de gasproductie hier op de lange termijn zullen voortzetten. Je kunt denken aan tien of twintig jaar, maar ook aan één of twee jaar.

Schattingen van toekomstige kosten lopen nu snel op. De hoeveelheid seismische energie die vrijkomt per eenheid geproduceerd gas neemt al decennia lang geleidelijk toe. Het is waarschijnlijk dat deze trend zich voortzet.

Bij de NAM verschuift de focus nu van het op korte termijn op peil houden van productie en winst naar , op langere termijn, er onder zo gunstig mogelijke omstandigheden mee te kunnen stoppen.

De relatief conservatieve risico-inschatting blijft niet langer op de achtergrond. De NAM is er nu duidelijk over: de enige manier om een aardbeving als Zeerijp volledig uit te sluiten is het terugbrengen van de productie naar nul. Bij een halvering van de productie zal de kans op een dergelijke beving volgens de NAM echter niet verder dan ruwweg halveren.

Waardevermindering

Shell en ExxonMobil zijn geen charitatieve instellingen. Zodra stoppen voor hen financieel aantrekkelijker wordt dan voortzetting van de productie, zullen ze ermee stoppen. Het zal enerzijds afhangen van de vraag hoe gasprijzen en productie zich ontwikkelen, anderzijds van prognoses over kosten van schade, waardevermindering en versterking van huizen.

Voor de NAM (die ongeveer 10 procent van de opbrengst krijgt en 36 procent van de kosten draagt) wordt dit omslagpunt veel eerder bereikt dan voor de staat. Dat de winstuitkering van de NAM aan de aandeelhouders de afgelopen jaren geleidelijk is gedaald naar nul is een veeg teken.

Lees ook: In vijf jaar kan Groningen veilig winnen

Op dit moment staat Groningen nog met een grote hoeveelheid bewezen reserves in de boeken van Shell en ExxonMobil. Bewezen reserves in dit veld – grofweg nog een kwart van de oorspronkelijke reserves – vereisen een reasonable certainty dat ze geproduceerd kunnen worden. Als een substantieel deel van deze bewezen reserves wordt afgeboekt, geeft dat aan dat het punt om uit te stappen dichterbij komt.

Gezien onze grote afhankelijkheid van gas is dit geen aanlokkelijk scenario voor de minister. De concessie lijkt, in de huidige situatie, onverkoopbaar aan een andere gasproducent. Mogelijk is de enige wijze om de gasproductie te continueren een overname door de staat. In de praktijk lijkt dat alleen mogelijk als de NAM op de huidige wijze blijft functioneren met de staat – bijvoorbeeld via overheidsbedrijf EBN – als enige aandeelhouder.

Het is tijd ons voor te bereiden op zulke scenario’s.