Sam (Hamilton Morris) en zijn vrouw Lizzie (Natassia Gorey Furber), met achter hen sergeant Fletcher (Bryan Brown) in ‘Sweet Country’.

‘Onze prachtige cultuur werd in twintig jaar uitgeroeid’

Warwick Thornton Regisseur Warwick Thornton, zelf een Aboriginal, maakte een film over de Aboriginals, die het slachtoffer werden van de expansiedrift van Australische kolonisators.

Het immense Australische landschap leent zich uitstekend voor westerns, met zijn Monument Valley-achtige bergen en uitgestrekte vlaktes. Ook thematisch zijn er veel parallellen te trekken met Amerikaanse westerns. Net als in Amerika kostte de gewelddadige expansiedrift van Australische kolonisators het leven van veel van de oorspronkelijke bewoners, de Aboriginals. Daarover gaat Sweet Country, de Aussie western van Warwick Thornton. Thornton brak in 2009 door met Samson and Delilah, over het miserabele leven van Aboriginals in hedendaags Alice Springs.

Sweet Country toont het miserabele leven van Aboriginals in dezelfde streek, maar dan negentig jaar geleden. Als de zwijgzame Aboriginal Sam Kelly uit zelfverdediging een witte Australiër doodt, gaat sergeant Fletcher met een paar mannen achter hem aan: de ‘black bastard’ moet hangen. Maar Sam en zijn vrouw kennen het onherbergzame land – tot voor kort hun land – op hun duimpje en zijn hun achtervolgers te slim af.

Duistere kant van ons verleden

Thornton, een Aboriginal met een beetje wit bloed, was twee weken geleden in Nederland om zijn indrukwekkende, prijswinnende film te promoten. Hij omschrijft Sweet Country als een ‘birth of a nation’-film: „We ontwijken behendig de duistere kanten van ons verleden, of het nu gaat om Hollanders, Spanjaarden, Engelsen, Fransen of Australiërs. Die afschuwelijke paar honderd jaar waarin beslist werd wie de grootste pik had door het overnemen en vernietigen van andere culturen en talen. Australië voerde oorlogen en vocht om een democratie te worden. Die oorlogen creëerden een bepaalde houding: ‘Ik vocht voor Australië, dus heb ik recht op Australië’.”

Hierbij werden bloedbaden aangericht waarbij de inheemse bevolking is gedecimeerd.

Thornton: „Een prachtige cultuur die duizenden jaren bestond werd in twintig jaar uitgeroeid. Het trieste is dat veel Australiërs geen weet hebben van deze geschiedenis. Met deze film praat ik over dingen waarover niet gepraat wordt.”

Witte helper

Sam Neill speelt de goede christen Fred Smith, die zijn Aboriginalknecht Sam en diens vrouw goed behandelt, een sympathieke blanke die zo de rol van ‘witte helper’ vervult. Thornton ziet dat anders: „Als inheems iemand zie ik het christendom absoluut als virus dat ons heeft uitgeroeid. Dus was het voor mij als Aboriginal eenvoudig geweest van hem een schurk te maken, maar dat wilde ik niet. Het rare is dat hij er eigenlijk niet toe doet, afgezien van zijn compassie heeft hij geen functie. Maar compassie houdt geen kogels tegen.”

Na de Eerste Wereldoorlog werd er op grote schaal land toegeëigend, zelfs in gebieden die zo droog waren dat vee er niet te houden was. Van dit landjepik werden volgens Thornton veel Aboriginals het slachtoffer. „De overlevenden konden terecht op missieposten, maar dan moesten ze zich wel bekeren tot het christendom. Dus dan overleef je maar heb je geen leven, alles wordt afgepakt: je bestaan, land en connectie met je eigen cultuur. Je hebt niets meer. Ik wilde de visie van het christendom als plaag van elk inheems volk graag omdraaien en laat het een nauwelijks relevante entiteit zijn.”

Warwick Thornton begon zijn loopbaan als cameraman, samen met zijn zoon verzorgde hij ook het camerawerk van Sweet Country. Daarbij buit hij de schoonheid van het landschap uit – de film werd gedraaid nabij Alice Springs in het Noordelijk Territorium – maar benadrukt hij ook de hitte, droogte en onbarmhartigheid van deze natuurlijke omgeving.

Thornton: „Het maakt niet uit of je een budget hebt van 100 miljoen of 1 miljoen: als de woestijn geeft, geeft de woestijn. Je moet er simpelweg op het juiste moment staan, wanneer het mooie licht ontstaat, het ‘magische uur’ als de zon nog niet volledig onder is. Soms moet je een scène juist filmen in genadeloos licht, om 12 uur ’s middags als de zon hoog staat. Licht moet corresponderen met de emoties van je personages, je filmt een heftige scène niet bij ‘magic hour’.”

Bovendien wil Thornton niet dat zijn werk eruitziet als een mooie ansichtkaart. „Ik houd het eenvoudig en gebruik geen trucs: geen helikoptershots, kranen en drones. Ik heb mij van al die troep ontdaan. Net zoals ik geen muziek gebruik. Al die manipulatieve trucs halen de kijker uit de film, ik wil dat ze in de scène zitten, bij de hoofdpersonen.”