Nee, antibiotica en vitaminen helpen niet als je griep hebt

Griep Er waart nu al dertien weken een griepgolf door Nederland. Acht vragen over de epidemie.

Foto Istock
  1. Hebben we het hoogtepunt van de griepgolf al gehad?

    Er was dit jaar meer een hoogvlakte dan een hoogtepunt. Vanaf half januari tot vorige week kregen huisartsen iedere week ongeveer evenveel mensen met griepachtige verschijnselen op hun spreekuur. Daarmee is de griepgolf van dit jaar nog niet de langste van de afgelopen jaren, maar wel de epidemie met de meeste zieken. Eerst waren het vooral moeders die met hun grieperige baby’s en peuters de huisarts raadpleegden. Nu zijn er steeds meer 65-plussers en die krijgen – verontrustend – duidelijk vaker longontsteking dan de laatste jaren gebruikelijk was. Dat blijkt uit de wekelijkse griepcijfers van het Nederlands Instituut voor Onderzoek van de Gezondheidszorg (NIVEL).

    De sterfte was zowel dit jaar als vorig jaar flink hoger tijdens de griepgolf. Er stierven wekelijks 400 tot 600 mensen meer dan gemiddeld in dezelfde griepweken van de vijf voorgaande winters. In de week van 12 februari kwam het aantal overledenen per week (3.622) voor het eerst boven het aantal overledenen in diezelfde week van vorig jaar (3.417 mensen). En dat aantal lag fors boven het gemiddelde van 2011 tot 2015 (3.051 mensen). Nieuwere cijfers had het CBS begin deze week nog niet, maar daarna begon er een koudeperiode. En kou jaagt traditioneel de sterfte omhoog. Het NIVEL ziet in elk geval iedere week meer longontsteking bij ouderen – wat een belangrijke doodsoorzaak is.

    Vorige week werd het warmer en de zon is steeds langer boven de horizon. Daar kan het griepvirus niet tegen. Het aantal grieppatiënten zal, laten alle voorgaande jaren zien, nu snel afnemen.

    Lees ook: De voorlichter van het AMC zei onlangs in de Volkskrant dat door zon en droogte het griepvirus kan blijven leven. NRC checkte deze uitspraak.
  2. Ik heb al anderhalve week griep, hoe lang duurt griep eigenlijk?

    Een griep, zonder bijkomende complicaties, duurt gemiddeld een week, met daarna nog een week of meerdere weken dat je wel op de been bent, maar snel moe.

    Echte griep wordt veroorzaakt door een influenzavirus. De ziekte begint snel, vaak binnen een dag, en dan gaat het om een zere keel, hoesten, een loopneus, spierpijn, hoofdpijn en vermoeidheid. Veel, maar niet alle patiënten krijgen koorts. Vooral kleine kinderen hebben soms diarree of geven over.

    Zo’n influenza-infectie pakt niet altijd door naar een aantal dagen diepe misère. Influenza kan op een gewone verkoudheid lijken. Dat is te zien in de wekelijkse cijfers over het verloop van de griepepidemie van het NIVEL. Er zijn een veertigtal huisartsenpraktijken, verdeeld over het land, die wekelijks opgeven hoeveel grieppatiënten zich daar melden. Beter gezegd: die praktijken noteren hoeveel mensen er met influenza-achtige ziektebeelden (IAZ) langskomen. Bij sommige patiënten (het waren er maar 44 in de week tot 3 maart) wordt met een wattenstaafje een keeluitstrijkje genomen. Dat gaat naar het laboratorium voor een test op virussen. Bij 1 op de 5 mensen waarvan de dokter vond dat ze griep hadden werd géén influenzavirus gevonden. Wel een paar andere virussen. Er zijn dus meer virussen die een influenza-achtig ziektebeeld (IAZ) kunnen geven.

    Omgekeerd kan ook. Huisartsen nemen ook wel eens keeluitstrijkjes bij mensen die klagen over gewone verkoudheid (acute luchtweginfecties). In ongeveer de helft van die uitstrijkjes in de week tot 3 maart zat influenzavirus. Hieruit blijkt: als de griep heerst is een gewone verkoudheid vaak een griepje. Griep kan mild verlopen.

  3. Ik dacht dat ik ervan af was en nu heb ik weer griep, hoe kan dat?

    De meeste griep wordt dit seizoen veroorzaakt door een influenza B virus. Maar er waren ook A(H1N1) en A(H3N2) influenzavirussen rond. Mensen kunnen met alledrie besmet raken en voor alledrie is een iets andere afweer nodig. Dus ja, het is mogelijk om in één seizoen twee keer echte griep te krijgen.

    Maar een van beide achtereenvolgende ‘griepen’ kan net zo goed door een van de tientallen verkoudheidsvirussen zijn ontstaan.

    Lees ook: Zieke werknemer? Dit moet je nooit zeggen
  4. Ben ik sneller beter met antibiotica?

    Nee. Een gewone griep is een virusinfectie. En antibiotica doen niks tegen virussen. Antibiotica bestrijden bacteriën. Het is echter niet zeldzaam dat bacteriën een fijne voedingsbodem vinden in een door influenzavirus gewond geraakt keelslijmvlies. Zo’n bacterie-infectie kan een lange verkoudheid veroorzaken, en oorontsteking en longontsteking. Voor wie zo’n infectie niet zelf kan opruimen geven antibiotica een helpende hand. Maar in de eerste week griep zijn antibiotica bijna altijd nutteloos.

  5. Veel vitaminen dan? Sinaasappelsap en supplementen?

    Nee. Als de infectie eenmaal een feit is, richt extra vitamine C niks meer uit. Mensen die goed zijn gevoed, gezond zijn en een goede conditie hebben krijgen wel minder vaak infectieziekten.

    Als de infectie eenmaal een feit is, richt extra vitamine C niks meer uit

  6. Helpt oscillococcinum?

    Nee. Over oscillococcinum bestaan hilarische verhalen van kwakzalverbestrijders. Het komt er op neer dat het een homeopathisch middel is, gemaakt van eendenlever en -hart. Volgens homeopathische traditie vrijwel oneindig verdund, dat wel. Zelfs vegetariërs kunnen de gok wel wagen. Er is een kleine kans dat er een eendenmolecuul op hun oscillococcinumkorreltjes zit. Dan blijft suiker en water over, en het effect van geschud water. De wetenschappelijk onderzoeken naar het middel, helaas vrij slecht uitgevoerd, zeggen dat het geen effect heeft. In de EU mag er geen claim op het middel staan dat het iets doet tegen griep. In de VS is iedere claim verboden.

  7. Zijn kinderen sneller beter dan volwassenen?

    Vooral mensen met een long- en luchtwegziekte, of een ziekte van het afweersysteem, of met een hartziekte kunnen het zwaar krijgen als ze griep hebben. Dat geldt voor kinderen en volwassenen. Het ene jaar pakt de griep vooral kinderen, het andere jaar wat meer volwassenen of ouderen. Het ligt eraan hoe het virus lijkt op stammen uit eerdere griepseizoenen.

  8. Iedereen om me heen heeft het, hoe voorkom ik dat ik het krijg (ik heb geen griepprik gekregen)?

    Als iedereen in huis, op het werk of op school die griep al heeft en jij niet, dan ben je vast al besmet, maar ontspring je de dans dit jaar.

    Het influenzavirus is niet extreem besmettelijk. Iemand met griep besmet gemiddeld twee tot vier andere mensen. Mazelenvirus is bijvoorbeeld vijf tot tien keer zo besmettelijk. Iedere mazelenpatiënt steekt wel 20 anderen aan. Het griepvirus gaat door met besmetten tot het te warm en zonnig wordt, of tot er genoeg mensen zijn die al weerstand hebben en de besmetting weerstaan.

    Besmetting met influenza gebeurt door het inademen van rondzwevende kleine vochtdruppeltjes waarin virus zit. Die druppeltjes zijn uitgehoest, uitgeniest, of bij het spreken vrijgekomen. Vooral de plofklanken p, t, k, b en d zijn beruchte druppelbereiders. Besmetting door spreken is misschien wel belangrijker dan hoesten en niezen voor deze directe druppeltjesroute. Beleefde mensen vangen nies en hoest immers op in zakdoek of armholte. Niet met elkaar praten gaat wat ver.

    Het griepvirus verspreidt zich ook via contactbesmetting. Uitgenieste snotdruppeltjes komen op tafeloppervlakken terecht. Handen die zakdoekjes, tissues en verkouden neuzen hebben aangeraakt laten bij aanraking virus achter op deurklinken, kranen, serviesgoed, aanrechten en meubilair. Op plastic en roestvrijstaal kan het griepvirus langer dan een etmaal besmettelijk blijven. Op papier en textiel is het virus binnen een paar uur uitgedoofd.

    Lees ook: Paar pijnstillers erin, en hup, een ziek kind in de VS kan weer naar school
    • Wim Köhler