Commentaar

Met wat gezond verstand had ING alle commotie kunnen vermijden

Het voorkomen van een voortdurende discussie die schade toebrengt aan ING en zijn werknemers. Dat is de motivatie waarmee de bank het voorstel terugtrekt om het salaris van zijn topman Ralph Hamers op te trekken. De commissarissen hadden voorgesteld Hamers’ beloning te verhogen met vijftig procent naar 3 miljoen euro per jaar. Dat leidde tot een storm van protest, die de bank nu heeft genoopt op zijn schreden terug te komen. De motivatie die ING geeft klinkt modern: het is niet de daad die wordt betreurd, maar de commotie waar deze toe heeft geleid. Kennelijk hebben bestuur en commissarissen nog steeds een andere diagnose van de samenleving waarbinnen zij opereren dan een groot deel van die samenleving zelf.

Vooropgesteld moet worden dat ING een particuliere onderneming is, en dat besluiten over de beloning van de top worden voorgesteld door de commissarissen en uiteindelijk gefiatteerd door de aandeelhouders. Maar in het geval van een bank valt daar wat op af te dingen. ING werd tien jaar geleden gesteund door de staat toen de financiële crisis de financiële sector dreigde weg te vagen. Dat is inmiddels afbetaald en achter de rug. Maar de crisis zelf onderstreepte dat banken geen gewone bedrijven zijn. Zij zijn een essentieel onderdeel van het maatschappelijke weefsel. Een samenleving kan zich hun ondergang niet permitteren. En daardoor was er, altijd, een vangnet.

De bank heeft onderschat hoe vers de wond bij het publiek nog is – en hoe aanlokkelijk het voor politici is om daar op in te springen. Fractievoorzitter Jesse Klaver (GroenLinks) in de Tweede Kamer had met een ‘spoedwet’ de salarisverhoging willen voorkomen. Aan het einde van de week had hij een tekst daarvan naar de Raad van State willen sturen voor een advies. Waarna een wetsvoorstel door de twee kamers van het parlement moest worden gejaagd, op tijd voor ING’s aandeelhoudersvergadering van 23 april.

Klaver heeft inmiddels gezegd daarmee door te willen gaan, teneinde dit soort salarisverhogingen in zijn algemeenheid aan banden te leggen. Hiermee dreigt hij de grens te overschrijden tussen oprechte verontwaardiging en opportunisme. Gebleken is nu immers dat er geen wetten nodig zijn.

Het neemt niet weg dat bestuur en commissarissen van ING gewezen mogen worden op hun bredere verantwoordelijkheid voor de samenleving waarin de bank opereert. Er is een, wederom, groeiend gat tussen de beloning van de top en die op de werkvloer. Die ontwikkeling staat niet op zichzelf. Rechten van werknemers staan onder druk, het aandeel van flexibel werk neemt bovenproportioneel toe voor mensen met een lagere opleiding. Het soepele monetaire beleid heeft bijgedragen aan vermogensstijging (met name huizen) voor hen die beschikken over vermogen.

Verschillen in bezit en inkomen zijn onontkoombaar, kunnen een prikkel geven beter te presteren en een motor zijn voor maatschappelijke mobiliteit en vitaliteit. Maar een samenleving kan zich geen al te grote kloof permitteren tussen mensen met lage inkomens en mensen die er goed bij zitten. Tussen huiseigenaren en huurders. Tussen de top en de werkvloer.

Dit is geen nivelleringsdrang, maar gezond verstand. Dit land is groot geworden met wat het ‘Rijnlandse model’, wordt genoemd: een maatschappelijke ordening waarbij het kapitalisme heilzaam werk kan doen, maar zodanig tegen zijn eigen uitwassen wordt beschermd dat het geaccepteerd blijft. Dat zouden aandeelhouders zich vaker moeten realiseren. Winstbejag is gezond. Maatschappelijke stabiliteit ook. Het enkel ‘betreuren van de commotie’ door ING onderstreept dat dit, ook na het terugtrekken van Hamers’ salarisvoorstel, nog niet geheel is doorgedrongen.

In het Commentaar geeft NRC zijn mening over belangrijke nieuwsfeiten. De commentatoren schrijven deze artikelen in samenspraak met de hoofdredactie.