Opinie

    • Jannetje Koelewijn

Hoe een pneumokok mijn vader velde

De arts is dezelfde als die ons drie maanden geleden vol empathie de hand drukte en ‘sterkte’ tegen ons zei. Mijn zusje en ik begrepen toen wel dat onze vader zou gaan sterven, maar echt geloven deden we het niet. Nu zijn we weer in het ziekenhuis om de uitslag van de obductie te horen. Mochten we nog gedacht hebben aan iets in zijn hersenen of een onontdekte tumor: niet waar. Onze vader is geveld door een pneumokok. Die is in zijn longen gekropen en heeft zich daarna in oneindige aantallen door zijn lichaam verspreid. „Ze zaten overal”, zegt de arts. „In zijn bloed, zijn nieren, zijn milt en ook in het hartzakje.”

Hij opent zijn scherm en leest voor dat de bloedvaten van onze vader er nog goed uitzagen, nauwelijks verkalking. De kransslagaderen, de aortaklep, het hart zelf, de darmen, de maag, de lever, de galblaas, de alvleesklier, de nieren, de prostaat – allemaal in orde, ondanks de suikerziekte waar hij al dertig jaar aan leed. „Wow”, zegt mijn zusje. „Wat zou hij daar trots op zijn geweest. Een sticker van de dokter.”

Ik pak mijn telefoon en laat de opname horen van het gesprek dat ik de dag voor zijn dood nog met hem had. We horen hem zeggen dat hij echt niet achter adem is, ook al denk ik van wel, en dat hij zeker geen koorts heeft. Nee hoor, hij wil niet dat de huisarts komt en als ik zeg dat ik aan een longontsteking denk, lacht hij alsof ik een mop vertel. En dan deze woorden, op mijn vraag of hij het leven zat is: „Nee, hoor. Ik zie alleen wel op tegen een eventueel lang slepende affaire. Daar heb ik een hekel aan.”

De arts knikt en zegt dat onze vader er zo te horen vrede mee had. Ja, zeggen wij. Ja. Maar in de trein terug slaat de twijfel toe. Hadden we hem niet eerder naar het ziekenhuis moeten brengen? Zulke mooie bloedvaten, zo’n sterk hart, hij was er misschien wel doorheen gekomen.

Later in de middag belt de arts me nog en ik zeg dat ik met de minuut meer wroeging voel. „Had ik ook bij mijn moeder”, zegt hij. Die is anderhalve maand geleden gestorven, 92 jaar. „Ze had gezegd dat ze een mooi leven had gehad en niets meer wilde. En ik bleef maar twijfelen. Had ik haar niet toch mee moeten nemen naar het ziekenhuis?”

Het stelt me enorm gerust en daarna loop ik lang na te denken over hoe dat kan: dat je je zelfs nog blijft verzetten als je 88-jarige vader, bijna blind, deels verlamd, het geluk heeft gehad om te worden gehaald door the old man’s friend.

Jannetje Koelewijn (j.koelewijn@nrc.nl) vervangt Jutta Chorus.
    • Jannetje Koelewijn